We gaan westwaarts. Waarom? Om het geheugen weer even op te frissen: al in Mexico hebben we het idee omarmd om tot de Noordelijke IJszee, de Arctic Ocean, te fietsen. Probleempje daarbij is dat we dat nooit fietsend zullen halen voordat de winter intreedt en boven de Noordpoolcirkel zal dat al vanaf half september het geval zijn. Dus op naar Bellingham aan de Pacifische kust, waar we een veerboot pakken die ons naar Skagway, Alaska brengt. Van daaruit fietsen we dan eindelijk de grens met Canada over en beginnen we aan het laatste hoofdstuk van onze fietstocht rondom de wereld, die in 2018 begon. Dat is later, voor nu: we verlaten de Rockies, fietsen nog twee dagen door Noordwest Montana, twee dagen door het noordelijkste puntje van Idaho en maken dan kennis met een nieuwe staat: Washington.
De naam Washington roept bij velen de associatie op met Washington D.C., de hoofdstad. Maar wij hebben het dus over de staat in het het noordwesten van de VS waar we doorheen fietsen. Het is de enige staat in de V.S. die naar een oud-president is genoemd. Maar goed, George Washington was dan ook de eerste en men wilde hem hier blijkbaar eren. Om verwarring met de hoofdstad te voorkomen zijn er destijds andere namen voorgesteld maar die zijn dus niet aangenomen. Nu wordt Washington State gezegd om het onderscheid te maken met D.C..
De geschiedenis van (ook) deze staat is voor ons Europeanen niet heel indrukwekkend: de geschiedenis gaat, net zoals in veel andere staten, niet verder terug dan eind 19e eeuw en zeker niet naar het verleden van de 'indigenous people', zoals men met meer respect de Indianen noemt. De benaming van meren, rivieren en bergen is bijna altijd Engels, heel soms met duidelijke Franse invloed en maar heel zelden terug te herleiden op de periode voordat de kolonisten het land overspoelden. Terug naar het nu: Washington ('the evergreen state') is veelzijdig met Seattle als stedelijke hotspot, en een economie op grond van landbouwproducten, houtproductie, vliegtuig- en scheepsindustrie en een geologische verscheidenheid door regenwoud in het westen, besneeuwde bergen, eigenlijk vulkanen in de Northern Cascades en een steppe en woestijn in het oosten. Zoals altijd op de fiets, zien we maar een heel klein deel. We fietsen van oost naar west, volgen de grens met Canada en blijven net aan de Amerikaanse kant.


Vanuit de prachtige camping bij Newport fietsen we Washington in langs de Pend Oreille River. De grens met Idoha is een rechte lijn die geen rekening houdt met geografie (topografie) en Amerikanen houden op hun beurt ook geen rekening met deze staatsgrens. We doen boodschappen bij de supermarkt aan de Washington kant van de grens en steken daarna de rivier over en de brug ligt dan weer terug in Idaho. Twee kilometer langs de oever fietsen en we zijn weer in Washington en nu blijven we in Washington. De visarend, symbool van de VS, laat zich hier en verderop op de route door de staat geregeld zien.




We fietsen door een reservaat voor de Kalispel indianen. Terwijl we in Usk een koffie halen, zoekt Harry informatie op internet. Van de oorspronkelijke bewoners, wonen er hier zo ongeveer 100. Nog eens 100 wonen in Idaho's hoofdstad Spokane en 200 wonen verspreid elders in het land. Er is dus niet veel meer over van de oorspronkelijke tribe. Het enige vermeldenswaardige over het reservaat is dat een chauffeur ons stopt om te waarschuwen voor de honden drie huizen verderop. Die hebben al eens een fietser te grazen genomen. Het blijkt geen overbodige waarschuwing. Twee van de drie agressieve honden zijn gelukkig vastgebonden. De derde valt meerdere keren aan, maar kijkt een beetje er van op dat we stoppen en met stenen gooien. Uiteindelijk houdt hij het maar voor gezien.

Vlak voor het dorp Ione steken we over een opmerkelijk rode brug de Pend Oreille rivier over. Al even zoeken we een plek voor een dagje rust en we hebben ons verheugd om dat hier op de camping te doen die geroemd wordt vanwege de fijne gastheer, goede wifi en schone luxe badkamers. Dat gastheer Dan een fijne gastheer is bewijst hij door een canopy over de picknick tafel op te zetten en een setje stoelen met tafel beschikbaar te stellen. Fijn voor wat schaduw op de rustdag, denken we. We weten dan nog niet dat het in de middag op de rustdag zal regenen en dat het ook fijn is om die overkapping te hebben om droog te zitten.

Langs de Pend Oreille rivier konden we aan de rustige zijde fietsen. Na Ione verlaten we het dal met een korte klim op weer een hele rustige weg. Omdat we graag over smallere wegen fietsen, slaan we bij Lake Heritage af om aan de andere kant van een aantal meren door het bos te fietsen over een leuke gravelweg.




Aan Gillette Lake ligt een resort en een campground. We willen er even stoppen om een appeltje te eten en vragen aan de host of we het terrein even op mogen. Hij verstaat ons niet helemaal goed en dreunt het riedeltje op dat voor de prijs voor 'day use' US$10 per persoon is en voor het kamperen blablabla. Dat zou een duur appeltje worden en we leggen uit dat we niet blijven, maar alleen even kort willen pauzeren. Nu verstaat hij ons wel en we mogen zonder iets te betalen het terrein op. Mooi hier! En het blijft mooi als we daarna het gravelpad blijven volgen naar het stadje Colville.







In Colville is men net een kleine markt aan het opruimen. We drinken koffie bij een koffiebar en zien op de weg er naar toe een grote schoenenwinkel. Daar lopen we na de koffie naartoe. Eén van Harry's slippers heeft het gisteren begeven en hij vindt er prima nieuwe slippers. We fietsen door naar het dorp Kettle Falls om boodschappen te doen en komen voor de supermarkt twee fietsers tegen waar we even mee kletsen. Ene zijn we al eerder tegen gekomen op de GDMBR. Ze vertellen dat er iets noordelijker een bosbrand is en dat we waarschijnlijk moeten omrijden als we die route zouden doen, maar dat doen we niet. We houden het wel in de gaten. Tot nu toe hebben we nog geen enkele omleiding hoeven te fietsen vanwege bosbranden. Dat was acht jaar geleden wel anders.
Met de tassen gevuld met boodschappen fietsen we naar de camping aan de Columbia River. Veel plekken zijn gereserveerd maar niet bezet. De eerste van de drie loops lijkt het meest geschikt voor tenten en de andere loops voor de grotere rigs. In de eerste loop kunnen we uit twee plekken kiezen en Roelie vindt de ene het fijnst en Harry de andere. We fietsen tig keer van de ene naar de andere totdat Roelie Harry laat winnen. We trekken de zwemkleding aan en springen in de rivier. Deze camping heeft geen douches en we zijn wel bezweet en bestoft geraakt vandaag. Het water is verassend koud, de bodem modderig met planten en daardoor wordt het een korte watersessie.


De volgende dag steken we de Columbia River over en gaan we niet stroomopwaarts richting bosbrandgebied maar fietsen het dal in van zijrivier Kettle River. Deze route is een alternatief van de Northern Tier en daarmee wordt de relatief drukke highway over de Sherman Pass vermeden. We fietsen over een gravelpad langs de oostoever en daar staat een informatiebord over die nabije bosbrand. We gaan er gelukkig geen last van krijgen.
.

Het vermijden van de Sherman Pass betekent dat we een andere pas moeten doen. In 18 kilometer gaan we iets van 900 meter omhoog. Boven aan de top heeft een vorige bosbrand de bomen in kale palen verandert; altijd best sinister om te zien. De afdaling is heerlijk en we komen nog net op tijd aan in het gehucht Curlew om bij een cafetaria. Die gaat om 15 uur dicht en we staan om 14:30 uur voor de deur. Genoeg tijd om een milkshake te halen met salade en frietjes.


Als we weer buiten komen regent het. We zetten even aan om zo snel mogelijk bij de camping te komen en vinden daar niemand. We vinden er wel een kiosk met picknicktafels en daar wachten we tot we iemand zien of dat we contact krijgen via het telefoonnummer dat op een bord staat. We krijgen maar geen gehoor en willen graag toestemming om de tent onder het afdak van de kiosk te zetten en we willen de code van het toiletgebouw. Uiteindelijk zien we een gast en hij vermoedt dat de eigenaren er helemaal geen moeite mee hebben dat we de tent daar zetten. Hij geeft ons de code voor de mannenwc, die van de dames, die kent hij niet. We blijken de code niet nodig te hebben, want de deur staat gewoon open en die moet ook open blijven omdat het licht het niet doet. Het is was aftands en smerig, maar het heeft een warme douche en dat is toch fijn. We spoelen zelfs de kleren uit in het wastafeltje. Het blijft die avond maar regenen en regenen en de kleren zijn de volgende ochtend nog kledder nat.


We blijven op zoek gaan naar leuke, als het kan onverharde alternatieven voor de geasfalteerde route van de Northern Tier. Aan de andere kant van de Ketlle River heeft Roelie een onverharde weg gevonden. Maar niet altijd is dat een betere optie. Deze keer is die breed en ongelooflijk geribbeld met extreme wasbordjes over de hele breedte. We schudden gigantisch door elkaar en stoppen al snel om terug te keren om de asfaltweg te nemen, die overigens lekker rustig is. We komen geen hond tegen. Het plan was om naar Oroville te fietsen, maar er wordt veel regen voorspeld voor vandaag en alle betaalbare hotels zijn inmiddels volgeboekt. Kamperen aan het meer is geen optie: er is gewaarschuwd voor overstromingen. Blijkbaar kiezen meer kampeerders eieren voor hun geld en hebben ze een hotelkamer geboekt. We gaan op zoek naar een ander dorp en zien dat Tonasket 30 kilometer zuidelijker ligt en wel wat voorzieningen heeft. We bellen in alle vroegte naar een motel en reserveren een kamer. De route wordt zo gepland dat we rond 14 uur arriveren, voordat het voorspelde onheil losbarst.






Na een dikke vijftig kilometer over rustige wegen door een prachtig landschap met beken, meren en bossen bereiken we de highway die druk zou zijn en waarvoor dus een alternatief is voorgesteld door routemakers van de Adventurous Cycling Association. We hoeven nu alleen maar naar beneden en dan is een drukke weg veel minder erg. De lampjes gaan aan en in korte tijd dalen we af naar Tonasket waar we in een heerlijk zonnetje aankomen. De verschrikkelijke buien blijven uit. Het regent wel even in de middag en ook in de nacht maar het stelt weinig voor en is zo voorbij. Desalniettemin is het ook wel weer fijn om een keer in een hotelkamer te slapen. Ondanks de verleiding van vele Mexicaanse restaurants in Tonasket, kiezen we om zelf te koken op de kamer.


Tonasket heeft dus meerdere Mexicaanse restaurants en we horen ook veel Spaans op straat, in de winkel en bij de wasmachines. De volgende dag wordt al snel duidelijk waarom: we zitten in 'de Betuwe van Washington': overal fruitbomen en daarvoor zijn natuurlijk plukkers nodig. Wat echt totaal niet Mexicaans is, is de ruime opzet van de begraafplaatsen met daarentegen bescheiden grafstenen. Wat een verschil met Mexico.

Voor de volgende dag hebben we weer een alternatief gevonden voor de highway en fietsen via Loomis naar Conconully. De route loopt langs meren en de fruitbomen maken al snel plaats voor de natuur. Loomis is het enige dorpje op de route en het heeft een winkeltje waar we een tweede ontbijt doen van een biscuit (wit broodje) met een gravy (ragout). Het smaakt ons zo goed dat we een tweede portie bestellen.



We hadden al niets te klagen over de route tot aan Loomis, maar na dit voormalige mijnstadje (ooit had het zes saloons en twee danszalen), wordt de etappe prachtig! Het asfalt maakt plaats voor gravel en we fietsen van meer naar meer. Bij die meertjes ligt telkens een nogal basic camping met veelal alleen een 'outhouse'. Alle campings zijn onbezet en gedurende meerdere uren komen we maar een auto of drie tegen. We klimmen het ietwat kale dal uit en fietsen steeds meer tussen de bomen en dat is maar goed ook, want het is warm vandaag. In deze bossen zien we weer een paar meren en het laatste, Conconully Lake, heeft een verscholen campground met een handvol heerlijke rustige kampeerplekken tussen de woudreuzen. Even twijfelen we of we hier zullen stoppen: het is hier zo mooi en rustig. Toch gaan we door en fietsen nog lange tijd langs het smalle maar langgerekte Conconully Lake. We zien niemand en vanuit het door bomen omzoomde meer gaat een serene rust uit. Net als Harry dit opmerkt, zien we de eerst bootjes met vakantievierders. Op het meer verschijnen meer bootjes en de bomen aan de oever, maken plaats voor vakantiehuisjes.












De prachtige etappe eindigt in Conconully, een dorpje met winkels, restaurants en barretjes en een camping met zeer goede reviews direct aan het meer. Direct aan het meer? Nee, het waterpeil staat laag en het meer heeft zich zo'n honderd meter verderop teruggetrokken. De superaardige en behulpzame camphosts vertellen ons dat 'they' de zalm willen laten terugkeren in een beek en daarvoor moet er zoveel water de beek in dat het meer een stuk lager staat en volgens hen in de beek ook nog steeds geen zalm is. De hosts vertellen ons ook dat we niet op een normale plek moeten gaan staan voor US$30, maar op het fietsersveld voor US$12 en dan mogen we net zo goed gebruik maken van het schone toiletgebouw met een warme douche. De hosts leiden ons naar tentenveld en duwen met hun karretje een picknicktafel naar de tent. Fijn, want die blijkt lompzwaar te zijn. Ze waarschuwen ons voor de sprinklers. Ze weten niet precies waar ze precies zitten, maar ze denken dat we veilig staan. Het valt ons op dat er veel drollen liggen en niet veel later zien we de schuldigen. Er struinen zo gedurende ons verblijf hier heel wat herten langs.






Host Ronald kijkt nog eens en nog eens naar de route die we gepland hebben maar het laatste deel kent hij niet: volgens hem moeten we op een highway uitkomen, terwijl onze routeplanner aangeeft dat we op backroads blijven. Maar het eerste del van de route, de weg over de Buck Pass, kent hij wel. Hij waarschuwt ons dat die over een afstand van 5 mijl niet te doen is: er is daar geen weg maar een zeer slecht rotspad. Wij hebben echter helemaal geen zin in het alternatief: de highway en houden vast aan onze route. Na een kilometer of vijf zien we echter een bordje met Winthrop rechts af terwijl wij linksaf willen gaan. Winthrop is het beoogde eindpunt voor vandaag. Toch nog maar eens kijken met de veronderstelling dat Ronald niet alles weet. En dat levert nog niet eens zo'n gek resultaat op. Er loopt een weg noordelijker en die is weliswaar langer en gaat naar een hogere pas, maar het blijft wel een weg in plaats van een pad, én er zit na de top geen idioot steil klimmetje meer in. We slaan rechtsaf en krabbelen in de eerste kilometers nog wel af en toe achter onze oren zolang de weg breed blijft en veel te veel losse gravel heeft, maar dat krijgt na iets van 10 kilometer gelukkig een prachtig vervolg in een bospad.





De klim is lang maar heel goed te doen. Alleen de laatste kilometer is wat zwaarder met een wat slechtere ondergrond en een pittig-steil percentage. Opnieuw blijkt dat rond de top een eerdere bosbrand het dichte bos heeft vernietigd, net als bij Curlew. We hebben eerder in Montana gezien dat bij een pas de brandweermannen aan het nablussen waren na een blikseminslag. Toppen van bergen lijken erg kwetsbaar te zijn. De triestheid van het verloten gegane bos wordt enigszins gecompenseerd door de een multikleurige bloemenzee. Bloemen gaan blijkbaar helemaal los als ze de ruimte en zonlicht krijgen.


Na de top krijgen we geen achterlijk steil klimmetje meer, zoals de oorspronkelijke route voor ons in petto had, maar tig kilometer lang een heerlijke afdaling totdat we onderaan zijn. Om Winthrop te bereiken moeten we nog een eindje langs de rivier fietsen. We volgen het riviertje stroomafwaarts maar de weg loopt niet helemaal lekker mee, oftewel er zitten toch nog wat hoogtemeters in. Daar hadden we niet op gerekend en daar zaten we ook niet meer op te wachten. Het stelt allemaal niet zo heel veel voor, maar we mopperen beter dan mopperkonten Startler & Waldorf uit de Muppet Show. Om daar een ommekeer aan te geven duiken we de kroeg in voor een koud biertje en dan is alles snel vergeten. Winthrop is een leuk dorp in de Methow Valley. Het stelde lang niet heel veel voor totdat werd besloten om qua stedenbouw een western concept uit te voeren en daar is aan vastgehouden. Sommigen noemen het wellicht te toeristisch, maar wij vinden het best leuk. Het is gezellig druk op straat, in de bar, op het terras van het koffietentje en op de camping. We hebben gelezen dat het tentenveldje nog wel eens wat druk kan zijn en dat blijkt nu ook zo te zijn: men zit op elkaars lip. Getipt wordt om dan eens te informeren naar de tipi's. Nou die zijn beschikbaar en dan heb je opeens een zee aan ruimte om je heen. We zijn verkocht en boeken de tipi voor twee nachten. We hebben namelijk ruim de tijd voordat we in Bellingham op de boot moeten stappen en de Methow Valley is dan de plek om wat tijd door te brengen. We hebben idee voor MTB-en (Harry), zwemmen en wandelen (Roelie) en bbq-en (beide).

Wild west Winthrop

Onze tipi met een zee van ruimte er omheen, waar zeer geregeld moederhert met twee kleintjes komt buurten
We bezoeken de plaatselijke fietsenzaak waar een zekere Joe werkt. We hebben via e-mail al contact met Joe gehad om daar een pakketje te laten bezorgen. Dat pakketje is echter alweer door de US Postal Service zoek gemaakt, dus daar kunnen we naar fluiten. Joe helpt ons met een alternatief. De fietsenzaak heeft een breed assortiment en dan voelen we ons als een kind in een snoepwinkel. Harry heeft een nieuw fietsshirt nodig en past het een en ander. Uiteindelijk vertrekken we beiden met een compleet nieuwe outfit. Wij blij, Joe blij.
We blijven twee dagen in Winthrop en van MTB-en, zwemmen en hiken komt helemaal niets, het bbq-en wel. Het is ons iets te warm om actief te zijn. We struinen rond in het dorp. We komen in gesprek met verschillende mensen waaronder een stel uit Brabants Geffen. Winthrop is klein en daarom kom je elkaar meerdere keren tegen.
Op de vertrekdag hebben we een korte etappe naar een campground nabij het gehucht Mazama. Mazama kan je via de highway bereiken, maar ook over een fietspad, de Methow Community Trail. We gaan er vanuit dat dit een mooi aangeharkt en misschien wel geasfalteerde route zal zijn, maar het (leuke) tegendeel is waar. Het blijkt vaak een echt MTB-pad te zijn door bossen en velden. We genieten volop en zijn nog blijer als blijkt dat de beoogde campground niet helemaal vol blijkt te zijn. Sterker: de mooiste plek is vrij! We zetten er ons tentje op en fietsen dan terug naar Mazama, voor iced koffie, boodschappen, wifi en een biertje; in die volgorde. Mazama blijkt ook heel leuk te zijn. De winkel verkoopt vanalles en het is maar goed dat we op de fiets zijn, anders waren we onszelf helemaal te buiten gegaan. In het gemeenschapshuis is er 's avonds live-muziek en alhoewel ons dat super gezellig lijkt, fietsen we terug naar de geniale plek op de camping, zetten onze stoeltjes aan de oever van een vrolijk kabbelende bergbeek, koken ons potje eten en voelen ons wederom intens gelukkig.




Vanuit Mazama klimmen we over de scenic highway door de North Cascades naar de Washington Pass. Die is op zaterdagochtend eerst nog niet erg druk. Heel langzaam rijden we uit het dal naar de pas. De omgeving is prachtig, de weg zelf op de fiets is ietwat saai, recht toe, recht aan, gematigd percentage. Bovenaan slaan we af naar het visitors center in de hoop om er een blikje fris te scoren en ook om de bidons weer te vullen. Het pand is verlaten en staat te versloffen. Geen automaat en zelfs de waterkraan is afgesloten. Roger, een rondreizende Amerikaan haalt een grote fles met -naar hij zegt- Californisch bronwater uit zijn auto om de bidons te vullen. We kletsen een tijd en bedanken hem hartelijk.





Na een korte afdaling mogen we een nog korter stuk klimmen naar Rainy Pass. Er zijn verschillende wandelingen vanaf deze pas te maken en het staat er vol auto's. We zoeken opnieuw een watertappunt, maar ook hier is die afgesloten. Dat geeft op zich niet, want vanaf hier start een hele lange afdaling en overal is water dat we kunnen filteren als we zonder komen te zitten. We hadden eerst een plan om onderaan de afdaling te wildkamperen maar het is pas één uur 's middags als we daar aankomen. Hierna komen we terecht in het National Park en daar is wildkamperen niet toegestaan. Het plan is om te kamperen op de camping bij Diablo Lake maar volgens de website is er geen plek. We hebben onze hoop gevestigd op een hiker biker plek. Er daar staat echter niets over op de website en op onze vraag via email is nog niet geantwoord, maar in onze navigatie app Ride With GPS staan coderingen bij de zogenaamde Points of Interests (POI's) en bij deze camping staat HB (hiker/biker).
Maar eerst nog even terug naar de route. De afdaling is prachtig en slingert langs een prachtige beek door de vallei naar beneden met watervallen, stroomversnellingen, rotswanden en hoge bomen. Na de afdaling klimmen we weer wat omhoog om uit te kijken over het blauwe Ross Lake en daarna het turkooizen Diablo Lake. Tussen al dat moois vangen we af en toe een glimp op van de besneeuwde bergtoppen. Borden verwijzen naar meren en passen via wandelroutes. Dit gebied lijkt populair te zijn bij hikers. Op alle parkeerplekken zien we wel hikers die grote rugzakken dragen geschikt voor een meerdaagse trail.




Bij aankomst op de camping spreken we een ranger en die gaat voor ons informeren maar laat al meteen weten dat er een plek is voor fietsers. Er wordt speciaal voor fietsers één plek vrijgehouden tot 20 uur 's avonds. Daarna mogen er ook anderen op de plek en de plek valt daarmee buiten het reserveringssysteem. We zijn er superblij mee. En wat is het hier ongelooflijk mooi. We staan in een regenwoud tussen heel erg hoge met mos begroeide bomen aan een bijna lichtgevend meer met er hoog boven de besneeuwde bergtoppen. Als tegenhanger voor al dat moois, ploppen er 's nachts een paar stroken van het luchtmatras samen.



De volgende dag starten we weer tussen al dat moois en na een kilometer of 15 fietsen we Newhalem in. Het mag geen dorp heten, maar het heeft een winkel en een visitors center. De eerste (belangrijk) is geopend, de andere (onbelangrijk) niet, maar buiten hangt wel de naam van het wifinetwerk met wachtwoord. Hier kunnen we melden bij Exped dat er een slaapmat kapot is, misschien lukt het wel om snel vervanging te krijgen. Die Zwitsers zijn daar goed in. We gebruiken ook internet om naar de opties te kijken voor het vervolg vanaf hier. We komen in de buurt van de kust en er lopen nogal wat fietsroutes langs de kust. We besluiten de Northern Tier grotendeels te volgen met als dagdoel de camping van Rasar State Park.

Newhalem


In het dorp Concrete (er staan inderdaad twee grote cent/betonfabrieken), die naar het lijkt wel gesloten zijn) doen we boodschappen en zoeken we een trail op die naast de highway ligt. De Northern Tier blijft die highway volgen en dat vinden we onbegrijpelijk. De trail volgt een voormalig spoorlijntje en het pad loopt door een regenwoud met woudreuzen en een boel varens: goed te fietsen en erg mooi. Rasar State Park ligt ook in zo'n regenwoud én aan de turkoois-blauwe Skagit River. De camping heeft ook een apart veldje voor drie hiker biker plekken maar 'veldje' doet de bijna magische plek geen eer aan. De ranger vertelt ons al dat het een beetje verborgen ligt vanaf het parkeerterrein voor daggebruik en dat is niet overdreven. Roelie betitelt het als de allermooiste kampeerplek ooit en Harry is het met haar eens.




's Ochtends maken we na een eerste kop koffie nog een wandeling naar de rivier. De etappe voor vandaag is niet lang en we hebben de tijd. Met moeite keren we onze fantastisch kampeerplek de rug toe en fietsen we terug naar de spoorlijn die we nog bijna dertig kilometer kunnen volgen. Het regenwoud maakt plaats voor fruitteelt waaronder bosbessen en langs het pad woekeren bramenstruiken. Eerder dit jaar is het pad door hevige regenval op een paar plekken weggeslagen, maar we hebben daar weinig last van. Hier en daar ligt een brug hartstikke scheef of ontbreekt deze. Dat laatste geeft niet, de meeste beken staan inmiddels droog. Ergens bij een bankje laat Harry zijn zonnebril liggen. Na enkele kilometers ontdekt hij het verlies en fietst als een malle terug. Eenmaal bij het bankje kijkt hij nauwelijks rond en zet dan aan om een fietser in te halen die daar net heeft gepauzeerd en misschien de bril heeft meegnomen. Dat blijkt niet zo te zijn, maar ze raken wel in gesprek. De man, Jim, wijst op Harry's litteken op zijn onderarm en wijst op een identiek litteken op zijn onderarm: het blijkt dat ze beide dezelfde hartoperatie te hebben gehad. Roelie heeft ondertussen de bril bij het bankje gevonden.






In Sedro Wooley (door ons omgedoopt tot Silly Willy) stopt het pad en stoppen wij voor koffie met een gebakje. Het is nog vroeg en de camping is niet zo ver meer en alles is vlak. We doen tien kilometer verderop boodschappen en twintig kilometer verderop een biertje bij een Iers restaurant en fietsen dan de laatste vijf langs over een fietspad door een tijdens eb drooggevallen wad-achtig gebied. En dan is die daar: de Stille Oceaan. Na een maand of vier door binnenlanden zien we de Pacific, die we in El Salvador hebben verlaten, weer terug. De camping van Bay View State Park ligt aan zee en er is een strandje. We kiezen voor het gemak voor de warme douche en Roelie denkt dat ze 's ochtends wel een stukje wil zwemmen voordat we de laatste etappe naar Bellingham starten.




Het idee is er maar de uitvoering hapert. Het loopt nauwelijks af en het water is gruwelijk koud. Na een meter of dertig staat het water nog steeds pas tot ver onder de knieën en zijn de voeten ongevoelig aan het worden. Roelie keert terug naar het kiezelstrand en de zwemkleren worden ingewisseld voor de fietskleren.

In de avond kregen we nog een waarschuwing voor een tsunami door een aardbeving in de oceaan nabij een Russisch eiland aan de overkant van de Beringstraat. Op basis van de kaarten zouden we, in onze baai achter allemaal eilanden, veilig moeten zijn. We krijgen ook helemaal niets mee van extreem laag water of een vloedgolf. We worden er wel weer aan herinnerd door een tsunami-hazard-area waarschuwingsbord als we verder langs de kust fietsen.

De weg langs de kust delen we eerst met autoverkeer. Grotere vrachtwagens mogen hier niet rijden. De weg kronkelt en loopt langzaam wat op. De laatste zeven kilometer voor Bellingham kunnen we weer een spoorlijntje volgen door een regenwoud en ook de woudreuzen zijn terug. Het is een schitterende route die ons tot in Bellingham brengt.



In Bellingham gaan we naar de veerboot terminal om te verkennen en om wat vragen te stellen. We hebben bij het boeken wel een mail ontvangen ter bevestiging en daarna niets meer. We weten dat door personeelstekorten er boten uit de dienstregeling worden gehaald. Een bevestiging dat we kunnen uitvaren overmorgen is gewenst. We gaan dik drie dagen varen en hebben geen cabin kunnen boeken. Er is ons gezegd dat er tenten op het dek worden gezet en met duct tape aan het dek bevestigd. Een jonge knul zit achter de desk van de Alaska Marine Highway Service (AMHS) en terwijl hij onze vragen beantwoordt, typt hij ook rustig door op zijn computer. Twee dingen tegelijk doen, dat is knap. Onze vragen zijn ook niet moeilijk. Kunnen we een tent opzetten? Ja. Kunnen we douchen aan boord? Ja. Is er een restaurant of winkel? Ja. Kunnen we met creditcard betalen? Ja. Is er Wifi? Ja.
We fietsen terug naar het havenwijsje Fairhaven voor een kop koffie bij een hip tentje. Het wifinetwerk heet Gunter en wachtwoord centralperk, fans van de tv serie Friends klaarblijkelijk. We gaan op de bank zitten (zoals de vrienden in Friends) en raken in gesprek met gepensioneerde makelaar. We fietsen naar een wijkje met motels en krijgen bij die met de beste reviews een kamer aangeboden die donker, gedateerd is (niet erg) en achteraan aan de snelweg ligt (veel herrie). Die ernaast met de op één na beste reviews heeft een veel frissere kamer heeft vooraan en die nemen we. Daarna fietsen we naar de UPS Store in het noorden van Bellingham. Exped heeft namelijk al snel gereageerd op de melding van de kapotte mat en met een spoed bezorging een mat gestuurd en die is eens een keer niet kwijt geraakt maar ligt al op ons te wachten. Vervolgens fietsen we naar een FedEx kantoor in downtown Bellingham. MSR reageerde in eerste instantie niet op onze melding dat de ritsen van de binnentent kapot waren gegaan maar na inzet van het serviceteam bij Kampeerwereld, waar we de tent hebben gekocht, zijn excuses aangeboden en is - eveneens met een spoedbezorging - een nieuwe tent verzonden. Die ligt er ook. Na alle eerder ellende met kwijtgeraakte pakketjes hebben we dus nu geluk. Zowel het matje als de tent hebben we nog hard nodig de komende weken.
De route door de stad geeft ons meteen ook de mogelijkheid om iets van de stad zien. Zoveel mensen hebben al gezegd dat Bellingham leuk is. Die makelaar op de bank in de koffietent beweerde ook dat van alle plekken in Amerika, dit de beste is. Als de verwachtingen hoog zijn, dan... ja inderdaad dan valt het wat tegen. Wijk Fairhaven was heel leuk, maar dat zien we in downtown niet terug. Wel is de boulevard met een pad over en langs de oceaan leuk en het Cornwall park met regenwoud en woudreuzen is prachtig.


Terug in Fairhaven komen we de fiets met het ei tegen die we eerder al een keer op de camping aan de Columbia River hebben gezien. Nu spreken we de eigenaar, de Duiste Klaus uit Keulen. Het ei is gemaakt door Mariska, een Leids kippetje, hem een Leidse kunstenares en hij probeert verbinding te maken met de indiaanse inheemse bevolking. Als het goed voelt wil hij dat er dan op het ei een tekst wordt achtergelaten in een op het ei geschilderd eitje. Klaus heeft dezelfde boot geboekt en zich op de wachtlijst laten zetten voor een cabin. Hij slaapt nogal moeilijk.

Duitse Klaus (66) met zijn ei-trailer waarop hij berichten van de First Nation Peolple verzameld om het ooit in Rome aan de Paus aan te bieden. Hij fietst een stuk langzamer dan wij, maar toch zullen we hem nog vaak tegenkomen op de route naar de Arctic Ocean... Bovendien: hij stapt op dezelfde veerboot.
Voordat we aan boord gaan stoppen we bij 'Paws for beer' met de uitnodigende tekst dat je geen hond hoeft te hebben om welkom te zijn. Via een sluis komen we op een terras waar bonden vrij rondrennen en baasjes aan tafels een biertje drinken. Het heeft een geweldig leuke vide om de honden te zien spelen met elkaar en als er een nieuw vriendje aankomt, hoe ze elkaar begroeten. Dit concept zou geweldig zijn als placemaking op de Eindhovense binnenstedelijke bouwlocaties. Wij zijn voor! En wij gaan graag achter de bar staan. Maar eens opperen bij ontwikkelaars als we terug zijn.
En dan is het zover. We gaan de veerboor op.



De fietsen gaan op het autodek en vier keer per dag wordt er gelegenheid gegeven om bij je auto te kunnen, of in ons geval bij de fiets. We hoeven dus niet meteen alles al mee te sleuren voor de komende 3 dagen. Honden moeten in de auto of kamper blijven tijdens het varen en hondenbezitters mogen dus vier keer per dag de honden uitlaten op het autodek en plastic zakjes en keukenrol staan dan uitgestald. Het lijkt een scène uit een amateur circus.
En er is een schema met tussenstops en hoe laat we bij die stops aankomen en vertrekken. Bij iedere stop mogen we van boord.
In eerste instantie zijn de ligstoelen op het achterdek bij het solarium allemaal al bezet. Dat zou de beste plek zijn voor de hut-loze passagiers. Het staat ons ook niet zo aan om hier tussen al die mensen te gaan liggen slapen. Buiten het verwarmde overdekte terras staat één tentje van een motorrijder. Wij zoeken verder en vinden een plek binnen een verdieping lager aan de voorkant van het schip en leggen daar dan maar alvast onze matjes neer. Later is het een stuk rustiger bij het solarium en zijn er ligstoelen vrij. Wel uniek zo'n plek met uitzicht, dus verkassen we naar het solarium.
De boot neemt de zogenaamde inlandse route en dat betekent dat we door nauwe engtes varen en er altijd wel wat te zien is. De kapitein roept om wanneer er iets te zien is en meldt zich op de eerste volle dag geregeld om te attenderen op walvissen. Het is een prachtige tocht en waar we dachten ons te vervelen en achterstanden in bloggen en video's weg te werken, komen we daar helemaal niet aan toe.









Ketchikan
Na anderhalve dag varen gaan we op een zondagochtend van boord in het stadje Ketchikan en zetten daarmee voet aan wal in Alaska. Aan boord hebben we een documentaire gezien over de oorspronkelijke bewoners en de immigranten, goudzoekers en vissers. Het is geen bijster gezellig stadje en de regen helpt niet mee. Inmiddels weten we dat we niet zelf mogen koken aan boord maar wel gebruik kunnen maken van een magnetron. We wandelen naar de supermarkt, kopen wat boodschappen en drinken er een kop koffie.


Ter hoogte van de haven voor Alaska's hoofdstad Juneau varen we tussen gletsjers en besneeuwde bergtoppen. Het is veelal zwaar bewolkt en we krijgen beperkt zicht op de bergtoppen. Af en toe regent het licht. Het is gelukkig niet erg koud en we krijgen ook af en toe wel een straaltje zon mee. De wifi is uitstekend aan boord. Het restaurant en cafetaria serveren prima eten voor best schappelijke prijzen. In het theater vertonen ze sporadisch een film. Naast de documentaires over Ketchikan is dat twee keer dezelfde kinder animatiefilm. Die documentaire was dus wel interessant maar als de kapitein weer eens omroept dat er walvissen zijn, verlaten we het zaaltje. We kunnen douchen en de badkamers worden goed schoongehouden. Als we hadden gewild hadden we kunnen wassen en drogen, maar alles is schoon uit Bellingham meegenomen. We slapen prima op onze slaapmatjes op de ligstoelen. Na de eerste nacht heeft de bemanning nog een extra rij warmtelampen aangezet maar wij liggen daar net wat achter en de temperatuur is helemaal lekker.
We trekken geregeld op met 'onze' Klaus (die met het ei achter zijn fiets). Klaus is een een mooi mens, die een een aparte mix in zich heeft van avonturisme, opportunisme, positivisme, maar ook een beetje gekheid. En hij neemt graag een lift, en die wordt hem vaak aangeboden als hij zijn KOGA-fiets een helling op duwt met dat ei achter hem aan. Klaus heeft mooie verhalen, maar hij is geen goede verhalen-verteller en bovendien spreekt hij nauwelijks Engels. De eerste avond zijn we met hem een hapje gaan eten en dat was daarom best wel vermoeiend.



Bij elke stop gaan er meer mensen van boord dan dat er bij komen. Het wordt steeds rustiger op het achterdek. Vooral bij de voorlaatste stop in Haines verlaten veel mensen het schip. We kunnen dan inmiddels het fjord zien liggen waar aan het einde Skagway ligt. Het fjord is gevuld met een zwaar en donker wolkendek. Volgens de weersvoorspelling zal het droog zijn als we daar aankomen en droog blijven. Laten we dat hopen want de accommodaties, voor zover nog beschikbaar, zijn belachelijk duur.

Het is droog! Jippie! We zetten de tent op naast de drie tentjes van drie Taiwanezen die met kano's van Vancouver naar Skagway zijn gevaren. Wij zijn helemaal onder de indruk van hun avontuur en zij van het onze.
In Skagway liggen nog vier cruiseschepen aangemeerd en dat leidt tot een voor Amerikaanse standaarden onwerkelijke situatie dat er bijna geen auto's rijden en de straten vol zijn met voetgangers. De panden, bijna allemaal winkeltjes, hebben een western stijl gevel. De supermarkt heeft niet zo heel veel keuze en we lopen dan maar eerst naar de bakker. Die verkoopt wel koffie en iets donut-achtigs voor erbij, maar geen brood. Dan maar terug naar de supermarkt voor een ontdooiend fabrieksbrood.




Vanuit Skagway is het nog zo'n 25 kilometer naar de grens en die gaan uiteindelijk beste steil omhoog. Aan de ander zijde van de rivier klimt een spoorlijn omhoog met een passagierstrein. De trein rijdt overigens dicht langs de camping en voor de vele oversteekplekken daar wordt aan de hoorn getrokken. Oorverdovend en daarmee volstrekt onnodig om telkens opnieuw te luiden, maar ja de toeristen in de trein vinden het vast geweldig.
Terwijl we omhoog klimmen worden we ingehaald door bussen en busjes met cruisegasten die op excursie gaan naar Canada. Een busje stopt even bij een waterval zodat iedereen een foto kan nemen en een slok water kan drinken, zo uit de stroom. Steeds dichter komen we bij de wolken totdat we er door worden opgeslokt en in de grijze koude massa de grens over steken. Dag VS! We hebben eerder door de VS gefietst, ook toen Trump in het Witte Huis zat. Om eerlijk te zijn, hebben we nu meer moeite gehad met het abnormale consumentisme van de Amerikaanse burger, los van de politieke kleur dat het mogelijk heeft gemaakt dat die gast weer heeft kunnen terugkeren. Het blijft een raar land, volop tegenstellingen, uitersten, zaken die voor de beschouwer niet te rijmen zijn, maar die men hier normaal vindt. Hoe dan ook: we hebben weer enorm genoten van dat prachtige land, maar zijn ook heel blij dat we eindelijk Canada kunnen binnenfietsen.

Foto van een info bord in Skagway: Filelopen ten tijde van de gold rush over White pas naar Klondike

Zoals te doen gebruikelijk sluiten we af met enkele statistieken.
Verenigde Staten | |
---|---|
Duur | |
- totaal aantal dagen | 84 |
- aantal fietsdagen | 64 |
- aantal zero dagen | 20 |
- aantal ziekdagen | 0 |
Afstanden | |
- totale afstand | 5.120 kilometer |
- gemiddelde afstand op een fietsdag | 80 kilometer |
- totale hoogtemeters | 61.290 meter |
- gemiddelde hoogtemeters op een fietsdag | 958 meter |
- bus / taxi / lift/ boot | ca 1.700 km veerboot |
Aantal valpartijen | 0 |
Aantal lekke banden | 2 x achterband Harry |
Overnachten | |
- hotels/motels | 31 nachten |
- kamperen | 42 nachten |
- overig (bv WS, kerk, boot) | 11 nachten |
Verloren/laten liggen | Opnieuw een crankbout, drie pakketten met dank aan US PS, laptop en ereader maar die zijn in Canada weer opgepikt |
Versleten / kapot / vervangen | Opnieuw een slaapmat, ritsen van de binnentent |
Duurste overnachting | € 132 motel Steamboat Springs |

En de opmerkelijkheden:
De vakantie vierende Amerikaan rijdt in een big rig, oftewel een giga camper waar meerdere paneden naar buiten kunnen slikken voor wat extra ruimte. Erachter hangt aan de trekhaak een auto, ATV/OHV of trailer met een boot. En de tools bestaan uit kano, peddle board, en/of MTB. Dat is voor ons zichtbaar en hoorbaar. Wat hebben ze nog aan kleiner spul, zoals geweren, visgerei, .. dat blijft gissen. Een ergernis voor ons zijn airco’s (minimaal 2 en 3 in een nog dikkere RV) en de generatoren. De auto’s zijn net als campers ook giga groot. Een normale auto in het landelijk gebied is een (pick-up) truck, malen meer lawaai dn wen vrachtwagen en rijden 1 op 5 ofzo. De benzine is spotgoedkoop dus het verbruik is geen probleem en dus ook niet het oneindig lang stationair laten draaien.
Er is een tweedeling in de maatschappij wat betreft giga huizen met In lijnen gemaaide gazons enerzijds en rommelig bouwsels anderzijds met een lading zooi erom heen. Ja een tweedeling is er sowieso: republikein of democraat. Trump lover or hater.
Op een rommelig erf staan meerdere, soms wel tien afgedankte wagens met er om heen een aaneenschakeling van borden met ‘no trespassing’, ‘keep out’, ‘posted’, ‘no hunting’ of een zogenaamd grappige spreuk om je te vertellen dat je wordt neergeschoten of doodgeschoten als je je er niet aan houdt. Heel gezellig.
Amerika is duur. Vooral hotel en motels, restaurants en boodschappen zijn aan de prijs. In Silver City moesten we voor een brood bij de bakker US$13,50 betalen, een doosje Vache que rit in een supermarkt voor US$6 is niet ongebruikelijk. De prijs voor groente en fruit is hetzelfde als in Nederland. Een hotel kost zomaar US$ 300 en een motel met enig geluk tussen $US100 en 150. Geen smart-tv, dus geen Netflix, maar honderden tv zenders via de kabel met veel ouwe meuk (Fresh Prince, Golden Girls, e.d.) te vaak en lang onderbroken door reclame. Verrassend veel reclames gaan over pillen en zalfjes waarbij wordt benadrukt wanneer niet te gebruiken en geadviseerd wordt om met je dokter te overleggen... die hier onbetaalbaar is. Gekke Amerikanen.
Terug naar duur. De prijs voor kamperen valt reuze mee op de overheidscampings en varieert van US$10 tot 30. Commerciële campings zijn wel weer vrij duur, meestal meer dan $50 maar daar zijn er niet zo veel van. Overheidscampings zijn overal en prachtig mooi. In de national forests mag je overal (wild) kamperen en de natuur…: ongeëvenaard!
De US is veilig. Je kunt overal met een gerust hart kamperen, of de fiets voor een winkel parkeren. Openbare toiletten en douches zijn over het algemeen schoon en vrij van vandalisme. Kon dat ook maar zo zijn in Europa. Let wel, we zijn niet in grote steden geweest. De VS is geweldig om doorheen te reizen als fietser. Fietsen is populairder geworden en ander verkeer houdt -uitzonderingen daargelaten- veilig afstand.

Laatste bordje op US grondgebied: 3292 feet... tja nog zo'n stommiteit hier: de Amerikaanse maten: mijlen en voet, maar nog erger: oz, cup en Fahrenheit. Gekke Amerikanen, te koppig of tot om over te schakelen naar het metric system!