Argentinië 5: Salta - La Quiaca

Gepubliceerd op 27 februari 2024 om 21:59

Dit is de vijfde en laatste blog over onze fietstocht door Argentinië. Het beschrijft onze laatste week van de in totaal acht weken die we door dit immense land hebben gefietst. In dit deel fietsen we bijna onafgebroken over en langszij de Ruta Nacional nr. 9, van Salta naar het ietwat rauwe stadje La Quiaca, aan de grens met Bolivia. In La Quiaca zien we een oude bekende terug: de Ruta 40, die daar na iets van 5.100 kilometer tot zijn einde komt. 

 

Salta is de eerste rustplek waar we niet langer dan gepland blijven. We hebben dan ook vier nachten geboekt. Via AirBnb hebben een heel kleine studiootje in een heel chique appartementencomplex. Drie blokken verderop is een groot winkelcentrum met een hypermercado Carrefour, een megagrote winkel maar met een niet veel groter assortiment als het supermarktje Dia om de hoek. De Carrefour biedt wel garandeerd lang wachten bij de kassa zoals we dat inmiddels wel kennen in de grotere supermarkten. Dus naar de Carrefour keren we niet meer terug. Toch keren we de volgende dag nog een keer terug het winkelcentrum om twee petjes van een (te) duur merk te kopen voor onder onze helm. Op hoogte moeten we ons meer beschermen tegen de zon en de hogere UV-straling. Naar zal blijken te laat.

 

Op de laatste dag willen we gezellig uit gaan eten. We wachten totdat het 20:30 uur is en een populair restaurant haar keuken opent. We staan dan ook best beteuterd te kijken als we alleen de zoete menukaart mogen raadplegen. Geen avondeten hier, maar alleen dulces. We struinen verder en zien nog nergens mensen eten en belanden uiteindelijk hongerig in het foodcourt van het winkelcentrum. Dat heeft naast een McDonalds en Burger King ook kleine tentjes die een verrassend menu hebben. Een Aziatisch georiënteerd tentje tovert ons een heerlijke nasi en caesar salad voor. Niet erg romantisch dit etentje, wel een van de lekkerste tot dusver op onze tocht.

 

Zonder problemen fietsen we de dag erop Salta aan de noordkant uit. Vaak kunnen we gebruik maken van een fietspad dat langs de Ruta 9 loopt. De Ruta 9? Kennen we die niet? Ja daar hebben we grote delen van gefietst. Min of meer stiekem (verboden namelijk) op de vluchtstrook van snelweg tussen Buenos Aires en Rosario om giga omwegen te voorkomen. En ook zandhappend op de voormalige 9 met die kapotte brug. Tussen Rosario en Córdoba hebben we nagenoeg nonstop op de oude Ruta 9 gefietst. Blijkt dat deze nationale weg best lang is (1974 kilometer) en loopt van Buenos Aires tot La Quiaca, het grensdorpje dat onze laatste stop in Argentinië zal zijn. Net als de Ruta 40 heeft de Ruta 9 veel gezichten en verschijningen: soms een brede meerbaans snelweg, maar in meer afgelegen delen is het een gewone tweebaans weg. En we weten het nog niet, maar ergens verderop zal deze Ruta 9 het leukste stukje route van deze tocht voor ons voorschotelen.

 

Na een kilometer of tien laten we Salta definitief achter ons en fietsen we een tijdje langs de Rio La Caldera. Langs de rivier ligt een lang bebouwd lint met veel accommodaties die zich richten op dagjesmensen en weekend toeristen uit Salta. Even later verlaten we dit dal en klimmen we naar 1550 meter hoogte. De 9 wordt ineens een stuk smaller, nog maar iets van vier meter. Het lijkt op een fors fietspad en tientallen borden geven aan dat er hier nog maar maximaal 40 km/u gereden mag worden. Er is maar heel weinig verkeer en vrachtwagens of bussen zien we al helemaal niet meer; er zullen snellere alternatieven zijn om van Salta naar San Salvador te rijden. 

 

Fietspad of nationale hoofdweg, of allebei?

 

Na de top fietsen we de jungle in: het is fantastisch mooi. De 9 kronkelt zich naar beneden tussen de eeuwenoude bomen, die zelf weer compleet begroeid zijn met varens en andere planten. Dit deel van iets van 20 kilometer lang is beslist een van de mooiste en leukste routes, zo niet de mooiste en leukste route die wij rondom de wereld hebben gefietst!

 

In de afdaling fietsen we provincie nummer acht binnen: Jujuy. Het bord die dit aangeeeft is compleet beplakt met stickers en wij plakken er eentje van ons op.

 

Aan het eind van de prachtige afdaling bereiken we bijna het stadje El Carmen. We checken eerst even de megagrote camping municipal die zich vier kilometer voor het stadje bevindt. Het gaat flink regenen vanavond. We zouden wel onder een afdakje willen staan of zoiets, maar die zijn er niet en we fietsen door naar het, verrassend levendige, stadje. We checken in bij een hostel met een leuke keuken maar helaas mogen de gasten daar geen gebruik van maken. Op het moment dat wij daarachter komen, zijn de boodschappen al gedaan, dus we besluiten ons eigen stoofje en pannen te gebruiken. Later op de avond, het schemert al, arriveert nog een fietser: Chris uit Schotland. Die nacht regent en onweert het lang en hard. Later horen we dat in deze nacht al het vliegverkeer naar Salta is omgeleid naar andere vliegvelden.

 

De volgende ochtend vertrekken we samen met Chris en nemen al snel afscheid. Chris, een endurance cyclist, is op een missie om in twee dagen de grens te halen met Bolivia en dat betekent dat hij drie keer zoveel afstand wil afleggen op een dag dan wij normaal vinden. 

 

Mislukte selfie, want waar is Roelie?

 

Wij hebben er een beetje weinig zin in vandaag. De route is ook zo veel minder leuk dan gisteren en brengt ons de stad San Salvador de Jujuy in. We komen tussen en op de verschillende snelwegen letterlijk vast te zitten en met gevaar voor eigen leven steken we een snelweg over en tillen we de fietsen over de vangrail. Het gevolg is dat we min of meer door het centrum fietsen en dat was beslist niet de bedoeling. Het is bijzonder druk in de stad en doet ons denken aan een Aziatische stad in plaats van Argentijns. Het kost ons veel tijd om de stad te doorkruisen. Met veel remmen en optrekken, een paar stevige klimmetjes en wat gemopper komen we er uiteindelijk wel doorheen en kunnen we parallel wegen langs de Ruta 9 volgen, want die is hier een drukke snelweg. Wat een verschil met het stille slingerende 'fietspad' van gisteren.  

 

In het dorpje Yala vinden we een eettentje om te lunchen met empanada's en coca-cola uit glazen liter fles. We zitten los van elkaar stiekem te kijken of er niet een camping is in de buurt. Het is nog vroeg en er staan nog niet zo veel kilometers op de teller, maar we zijn wat lui of zo vandaag. Er is inderdaad een camping en de winkeltjes in dit kleine dorpje zijn gewoon tijdens de siësta-tijd open én verkopen genoeg om een potje te koken vanavond: we hoeven elkaar niet te overtuigen.

Dus op naar de camping, die naar nader blijkt de duurste is die we in Argentinië bezoeken. We zijn dan ook niet blij als de douche ook nog eens alleen koud water voor ons in petto heeft. Aan de plassen te zien heeft het hier afgelopen nacht ook flink geregend. We zetten uit voorzorg de tent maar op een wat hoger gelegen plek. Het is inmiddels vrij standaard dat het overdag prachtig zonnig weer is en in de avond gaat onweren. Het zou volgens de weersverwachting droog moeten blijven, maar daar vertrouwen we niet zo heel erg (meer) op. We sprokkelen wat restjes houtskool van de vele barbecues en denken dat het voldoende moet zijn voor een paar hamburgers vanavond. Het enige probleem is het aankrijgen en aanhouden van een vuurtje. Alle mogelijke vuurstarters zoals takjes, karton, papier zijn veel te nat. Van de buren krijgen we eerst wat keukenrol en een spuitbus met iets maar daarmee krijgen we het vuur niet aan. Van de benzinepomp krijgen wat papier en een klein beetje hout. We doen ons best maar krijgen het vuurtje niet lekker aan. Het houtskool zal ook toch wel een beetje vochtig zijn. Eén van de vier hamburgers krijgen we gegrild, de andere drie gaan uiteindelijk de pan in. 

  

Camping El Refugio de Yala

 

Zoals altijd vertrekken 's middags en 's avonds de 'dag-barbecuers' en arriveren er meer kampeerders waaronder dit keer een paar fietsers. Philippe, een Franse fietser, zet zijn tent bij ons in de buurt en maakt een praatje. Hij fietst van Santiago de Chili naar Lima, Peru. We gaan dezelfde kant op en gaan de volgende dag met elkaar van start. We vinden opnieuw een paar parallel wegen om niet op de Ruta 9 te fietsen al lijkt de weg meer op een beekbedding.

 

Philippe et Roelie

Niet altijd is er een parallel pad langs de 9 en zijn we gedwongen om over de drukke hoofdweg te fietsen. Philippe heeft een spiegeltje aan het stuur en dat is toch best wel een handig of zelfs noodzakelijk ding op dit soort wegen, beseffen we. Op de 9 rijden veel grote touringbussen die toeristen naar de grens met Bolivia brengen. Ze zijn niet bereid om af te remmen als ze ons willen inhalen terwijl en een tegenligger aankomt. In dat soort gevallen moeten we de berm in om ons hachje te redden.

 

We klimmen gestaag en worden heerlijk geholpen door een stevige wind in onze rug. Onze route-app Komoot leidt ons gelukkig van de hoofdweg af en kiest voor een alternatieve klim direct langs de rivier. Bij een kleine despensa annex koffietentje stoppen we voor een pauze en Philippe, die goed Spaans spreekt, informeert naar de gesteldheid van de alternatieve route. Die is goed. We delen samen een grote fles coca-cola en hervatten onze weg. De alternatieve route is waarschijnlijk de oude 9 en volgt de oude spoorlijn die twintig jaar geleden voor het laatst is gebruikt. Op sommige plekken is de grond onder de rails weggeslagen en hangen de rails vrij in de lucht.

 

'The hanging rails'; misschien een nieuwe toeristische attractie?

Prima te fietsen deze alternatieve route met zelfs hier en daar asfalt.

 

We stoppen nog een keer om wat te eten. Iets te laat, want een paar kilometer eerder krijgt Harry een ouderwets serieuze hongerklop. Hij eet een boel mueslireepjes, maar het kwaad is al geschied. De rest van de dag fietst Harry als een vaatdoek. Bij een straattentje bestellen we ieder een tortilla met kaas en salami en met kaas en maïs. Erg lekker. Roelie koopt ook nog een paar druiven en krijgt een kilo. Die blijken niet zo lekker te zijn en er blijft waarschijnlijk nog acht of negen ons van over, die Roelie teruggeeft aan het druiven-vrouwtje.

 

Met nog steeds de wind in de rug, klimmen we verder over de Ruta 9. Het verkeer lijkt in de middag iets minder druk te zijn. Wij hebben onze zinnen gezet op Purmamarca, een toeristisch dorpje wat hoger het westelijk gebergte in ligt, even van de Ruta 9 af. Philippe kiest er voor om nog wat langer te profiteren van de stevige rugwind en besluit verder naar het noorden over de Ruta 9 te blijven fietsen. Bij de afslag naar Purmamarca nemen we hartelijk afscheid van onze Franse kompaan van vandaag: "may the wind be always in your favor!".

 

Het is nog iets van vier kilometer naar Purmamarca en helaas ligt het iets van honderd meter hoger. Harry verschuilt zich achter Roelie en weet nauwelijks haar wiel te houden. De hongerklop van eerder werkt nog steeds door. Hij denkt dat we vreselijk tegenwind hebben, maar dat is helemaal niet zo. Purmamarca staat bekend om de berg met de zeven kleuren en trekt veel weekend-toeristen, dagjesmensen en opvallend veel hippies.

 

Vaatdoek Harry - in stoere pose - is blij dat hij het vandaag gered heeft

 

Qua kosten staat de verdubbelaar aan in dit dorp. Nog geen besef hebbend van deze economische wetmatigheid inzake vraag en aanbod, ploffen we neer op een nog leeg terrasje en bestellen een bier. Op dit terras zetten we onze dag-step op Polarsteps. Roelie checkt op Polarsteps waar onze motorvrienden Marc en Jacek en Karin en Dave uithangen. Van Karin en Dave weten we dat ze hier gisteren nog zijn geweest. Helaas zien we dat ze momenteel een dorp verderop zitten. En wie komen er op dat moment aanlopen? Precies, Karin en Dave. Het blijkt dat ze in dat dorp verderop alleen getankt hebben en ze verblijven nog steeds in Purmamarca. Wat leuk! Ze komen gezellig bij ons zitten en er volgen nog een paar biertjes terwijl we volop kletsen. De rekening uiteindelijk is bijna van Europees niveau. Harry en Dave checken nog even of het bedrag wel klopt, maar de barman is zich van geen kwaad bewust.

 

De verdubbelaar staat helaas ook aan bij de accommodaties hier in het dorp. We kloppen bij een drietal hotels aan en die geven ons alledrie een prijs van rond de 100.000 ARS (€85) en dat vinden wij te ver boven budget. Uiteindelijk komen we terecht bij een groezelig hotelletje die ons een kale kamer zonder ramen aanbiedt voor 45.000 ARS. Eerder in het toeristische stadje Cafayate hadden we een super-de-luxe appartement met alles erop-en-eraan voor 20.000 ARS. Maar goed, we weten nu hoe het werkt in Purmamarca. Ons plan om hier eventueel een extra dag te blijven en wat rond te wandelen, gooien we  overboord. Vanaf het dakterras, het enige pluspunt van ons hotel, hebben we zicht op de berg met de zeven kleuren. Het is echt wel bijzonder, maar we hebben de hele dag al zoveel bijzonder mooie bergen en rotsen in vorm en kleur gezien. We proberen er nog een geweldige foto van te maken maar het tegenlicht voorkomt dat we de cover van de 'National Geografic' gaan halen, laat staan een plekje in deze blog. 

 

's Avonds eten we bij een restaurant bij ons tegenover. Het heeft goede reviews en valt mee qua prijzen. Als we naar binnen lopen (terwijl een 'propper' enthousiast met ons mee naar binnenloopt, alsof hij ons naar binnen heeft gelokt) schrikken we van de harde muziek van een live-bandje. Snel lopen we door en gaan aan de andere kant het restaurant weer uit. In de gauwigheid zien we wel dat er enkele tafels bezet zijn en mensen gewoon al gezellig aan het eten zijn. De restaurants verderop zijn hartstikke leeg. We besluiten daarom terug te keren en het wordt gewoon een heerlijke avond: goed eten en een leuke, okay iets te hard spelende, Argentijnse band. "De dónde son ustedes?", vraagt de bandleider aan ons. "Holanda!", waarop het hele restaurant applaudisseert. Dat applaus herhaalt zich als wij veel te vroeg voor de Argentijnen en tegelijk veel te laat voor Hollandse fietsers uiteindelijk vetrekken. 

 

Voor die hotelprijs van 45.000 ARS krijgen we een ontbijtje bestaande uit een buffet met koffie, jus, toast, creamcheese, boter, jam en dulche de leche. Nog niet zo heel slecht en voldoende basis om terug te keren naar de Ruta 9. Het eerste stukje van 4 kilometer waar Harry nog zo veel moeite mee had, vliegen we naar beneden. Onderaan de Ruta 9 opdraaiend voelen we de wind opnieuw in de rug maar helaas niet zo krachtig als de dag ervoor. We fietsen door de vallei waar we weer aan beide zijdes mooie kleuren en vormen zien. De hogere toppen liggen verdekt in de wolken.

 

Bij het dorpje Huacalera na zo 40 kilometer fietsen passeren we de Steenbokskeerkring. Er staan twee monumenten om de lijn van de zonnewende aan te geven, oftewel de zuidelijkste grens (op 23,5 graad zuiderbreedte) waarop de zon loodrecht kan staan en dat is zo rond 21 december. De naam komt uit de astrologie. Heel erg lang geleden stond de zon rond 21 december in het sterrenbeeld Steenbok. Tegenwoordig staat die in het sterrenbeeld Boogschutter, maar dat geheel terzijde. In 2019 passeerden we de Steenbokskeerkring in West-Australië en hebben we daar een foto gemaakt. Ook hier doen we een kleine fotoshoot. We zijn weer terug in de tropen, het gebied tussen de keerkringen.

 

Tropico de Capricornio oftewel Tropic of Capricorn oftewel Steenbokskeerkring

De wolken breiden zich uit en in de middag begint het zelfs een beetje te druppen. De druppels nemen toe en enkele keren schuilen we kort in een bushokje als het net even iets harder regent (en dan zingen we: 'het regent harder dan ik hebben kan', Bløf ). We hebben ons doel gezet op een kleine camping in Humahueca waarvan we weten dat er afdakjes staan om de tent onder te zetten. Daar aangekomen zijn we inmiddels aardig doorweekt en blijkt dat elk afdakje al is voorzien van meerdere tentjes. We passen er niet meer bij. De eigenaar laat ons vervolgens een kamer zien met een twee persoonsbed en twee stapelbedden. Die kost 12.000 ARS en dan is de kamer voor ons en ons alleen. Direct naast de kamer hebben we badkamer met douche. Kampeerders hebben, in principe, ander sanitair. We doen het. Een uur later schijnt de zon alweer en zet een jong stel Duitse backpackers nog een tentje op naast ons kamertje. Als wij om acht uur bij de pizzeria aankomen, komen ook de Duiters daar en raken we met elkaar in gesprek en gaan we met z'n vieren aan tafel. We hebben allemaal ongelooflijk honger maar de pizza's zijn veel te machtig. De Duisters waren nog zo slim om met minder kaas te bestellen. Zij eten iets meer dan de helft op. Wij halen de helft en nemen de andere helft mee.

 

Humahueca is de toegang naar de 'Cerro de los 14 Colores del Hornocal', een must-see als je in de buurt bent. Er staan op internet ontzettend veel mooie foto's van deze toeristische attractie. Zo mooi gaan wij het niet zien en gaan wij geen foto maken. We hebben onderweg inmiddels al zoveel kleuren gezien dat we deze must-see aan ons voorbij laten gaan. We hebben een andere missie: klimmen!

 

De volgende ochtend is het prachtig helder weer en lekker fris. We stappen op de fiets en trekken na een kilometer al onze vestjes uit. De zon is zo warm en we moeten al aardig klimmen. Ook blijkt dat de regen van gisteren het vuil van de pedalen en de crank niet heeft schoongespoeld maar juist heeft vies gemaakt. Harry's fiets tikt en kraakt. We hebben een zware etappe voor de boeg en besluiten eerst te zorgen voor geluidloze fietsen. Dat fietst een stuk prettiger. Alles wordt in de berm losgedraaid, met wc papier afgeveegd en daarna in het vet gezet. 

 

De zware etappe houdt in dat we 57 kilometer lang klimmen waar slechts een heel kort, verwaarloosbaar en onbeduidend afdalinkje inzit en daarna 28 kilometer 'dalen'. Het aantal hoogtemeters is meer dan 1100. We zijn absoluut meer gewend maar over zo'n lange afstand is dat weliswaar niet steil klimmen, maar verrekte zwaar met een bepakte fiets. Ook laat de wind ons vandaag in de steek. We voelen een aanvankelijk lichte, helaas toenemende tegenwind. Als we westwaarts door een smalle dal fietsen, blaast de wind wel even in de rug.

 

Como se llama? Lama of Alpaca?

Na het smalle dal fietsen we een hoogvlakte op en krijgen vol de inmiddels stevige wind tegen. Dit gaat nog een hele zware rit worden. De top van de etappe ligt bij het dorpje Tres Cruces en achter dat dorp liggen glooiende gekleurde heuvels, de Gigantes Dormidos genaamd. Nou ja heuvels; deze zijn iets van 4.000 meter hoog. In het dorp zou eventueel ook een accommodatie zijn en een optie om eerder te stoppen, maar het is met iets van 3.700 meter eigenlijk iets te hoog om te slapen met het oog op hoogteziekte. Dan is het verstandiger om toch de afdaling nog te doen. We worstelen gestaag verder met zicht op de giganten. 

 

Eindelijk de top op 3.780 meter hoogte. Zo hoog zijn we nog niet geweest op de fiets. Maar ook dit record zal niet lang standhouden.

 

We bereiken de top net na 16 uur. Dat is voor ons normaal de tijd om te stoppen; vier uur bier uur, nietwaar? Nu liggen er nog 28 kilometers op ons te wachten. In die 28 kilometer zakken we weer 300 meter en ondanks dat die helling iets (gemiddeld dus zo'n 1%) naar beneden loopt is het zwaar fietsen door de tegenwind. We lossen elkaar om de twee kilometer af en moeten nog twee keer pauzeren om de benen even rust te gunnen. Dood vermoeid fietsen we het dorp Abra Pampa binnen. Helemaal aan het eind van het dorp is een relatief nieuw hotel dat relatief goede reviews krijgt. Ze hebben een nette ruime kamer voor ons met een eigen schone badkamer, handdoeken, shampoo en zeep voor een bedrag van slechts 14.000 ARS. Wat heerlijk na zo'n inspannende dag en wat nog fijner is, is dat de eigenaar ook een maaltijd voor ons wilt maken. Dat we daar op tot acht uur moeten wachten is deze keer niet erg, want het is al verrekte laat als we ons douchen en omkleden. We zijn zelfs iets te laat. In het restaurant zit een Belgisch stel al te eten en we krijgen direct een bord voorgeschoteld met Milaneses, karbonades, rijst, gebakken ei, een paar frieten en een salade. We krijgen het niet eens op. Ondertussen praat de Belgische meneer tegen ons over hemzelf en zijn reiservaringen. 

 

Dan breekt de laatste etappe aan in Argentinië. Om af te sluiten fietsen we de een van de meest saaie etappes van deze reis. Door de pampa, maar nu wel op iets van 3.500 meter hoogte (en zonder maïs en sojabonen en zonder roofvogels en papegaaien). Het is 72 kilometer recht toe recht aan over een hoogvlakte die 52 kilometer lang heel licht omhoog loopt en daarna nog 20 kilometer zakt waardoor we weer op dezelfde hoogte uitkomen als waarop we vertrokken. Weinig hoogtemeters maar wel weer tegenwind, ook al hebben we die ditmaal verwacht. Iedere vijf kilometer wisselen we elkaar af totdat we grensstadje La Quiaca, het eind van onze giro Argentina bereiken. Roelie's koortslip, die vanaf Salta begon te kloppen, is nu uitgegroeid tot een compleet dik ontstoken onderlip. Het fietsen in de zomerzon op grote hoogte heeft zijn keerzijde... maar eh even geen botox nodig.

 

Het plaatsnaambord van La Quiaca, de noordelijkste stad van Argentinië is flink volgeplakt. Toch hebben we een plekje voor onze sticker kunnen vinden (boven de "A" van ciudad)

Het bord dat het einde aangeeft van de 'mitica' Ruta Nacional nr. 40 is ook aardig volgeplakt. 

 

We genieten volop van het fietsende leven, de vrijheid en de zorgeloosheid. De etappes na Cordoba naar San Marco Sierras, die tussen Cafayate en Salta waren geweldig mooi. De jungleweg naar El Carmen en de veelkleurige en vormen van de bergen in de etappes in deze blog waren ook heel bijzonder en ook weer overweldigend mooi. Ook de steden Buenos Aires, Rosario, Cordoba, La Rioja en Salta hadden allemaal hun eigen charme (en fijne appartementjes). Terugkijkend op twee maanden Argentinië hebben we ook best wel wat afgezeurd over muggen, oneindig lange rechte wegen (met tegenwind), de late dinertijden, beperkt assortiment in supermarkten, lange wachtrijen, geld en de hittegolf. We missen stiekem de afwisseling die we van Europa kennen en het contact met andere mensen. Het jaartje Spaans aan de volksuniversiteit heeft ons helaas niet zover gebracht dat we een leuk gesprek kunnen voeren. We redden ons wel, maar een gezellig praatje lukt niet. Dat zal in Bolivia niet beter worden, ook al zitten we nu alweer 55 dagen onafgebroken aan de Duolingo. Voor nu in ons beste Spaans: 'adios Argentina y hola en Bolivia'!