Central Otago

Gepubliceerd op 15 december 2019 00:37

 

Na drie nachten Dunedin weten we dat het een prettige stad is om te wonen en te verblijven. Het schijnt Nieuw Zeelands eerste stad te zijn en ook de eerste stad met een universiteit, die dit jaar haar 150 jarige bestaan viert. Dunedin is voor NZ-begrippen een best grote stad met 130.000 inwoners maar desondanks nog wel een ‘10 minuten stad’, wat wil zeggen dat zo’n beetje elke uithoek binnen de stadsgrenzen binnen 10 minuten te bereiken is, met de auto weliswaar. Nog een auto-vriendelijkheidje: een dag-lang parkeren in het centrum kost iets van vier NZ dollar, oftewel iets meer dan twee euro. Wij fietsers mogen melden dat het een fietsvriendelijke stad is met veel fietspaden én fietsers, want ondanks het feit dat de stad de steilste woonstraat ter wereld herbergt, is de stad vrij vlak en lekker te fietsen.

 

Na Dunedin gaan we de Otago Central Trail fietsen. Deze trail begint in Middlemarch, een stadje dat op 80 kilometer ligt via een highway met in totaal een vette 1.300 aan hoogtemeters, òf dat met een leuk toeristisch treintje is te bereiken en dat door een prachtige rivierkloof. Oh, dat laatste doet het treintje maar twee keer per maand, maar tweemaal per dag rijdt het treintje tot stationnetje Pukarangi, waarna het nog maar 20 kilometer fietsen is naar Middlemarch met een schamele 130 hoogtemeters. De ticketprijs valt ons niet tegen en op een vrijdagochtend vroeg stappen we op een alleraardigst treintje met nog een handvol toeristen en een groepje van vijf fietsers uit Canada. Punctualiteit is geen vereiste: het treintje vertrekt iets later dan gepland, maar stopt na enkele tientallen meters weer. De reden? Er komen twee verlate reizigers aanlopen. Hahaha, geweldig dit! 

 

Gedurende twee uur worden we van informatie, met een flinke dosis humor, voorzien door een medewerker die goed te horen is dankzij de prima functionerende speakers. Kijk NS, zo kan het ook. Dat van die 10 minuten stad, hebben we natuurlijk niet zelf verzonnen, maar hebben we van deze ‘conducteur’. De man attendeert ons onder andere op The Reefs, een heel bijzonder en exclusief hotel, dat alleen met de trein bereikbaar is; uniek in de wereld. Vanuit de trein kunnen we het hotel maar heel kort zien, dus we moeten goed opletten. Even later lacht iedereen luid: het blijkt een oude schuilhut te zijn voor op- en uitstappende mijnwerkers, met inderdaad een bordje “Reefs Hotel”.

 

 

Vlak voor vertrek krijgen we een e-mail binnen van zoon Harjan met zijn stemlijst voor de Top 2000 en de vraag of wij al gestemd hebben. Uhh nee, daar hebben we niet aan gedacht. De deadline is wel al over één dag! Vorig jaar, toen we door Noordoost India fietsten, hebben we ieder een lijst opgesteld voor de Top 2000 en tussen Kerst en Nieuw met veel plezier onder het fietsen naar de muziek geluisterd en meegezongen. Dit jaar lijkt het ons leuk om een gezamenlijke lijst in te vullen als Heart to Beat met alleen voor ons als fietser/wereldreiziger belangrijke liedjes. Voordat het boemeltreintje de werkelijk prachtige rivierkloof inrijdt, komen we al snel tot een kort “hearttobeat-worldbybike” Top 2000 lijstje:

 

  • Avicii - Feeling good. Dit is de muziek die we gebruikt hebben voor onze video over “Cycling the Outback Australia”. Het nummer is oorspronkelijk van Nina Simone, maar deze versie van Avicii, is gemaakt voor de door ons zeer gewaardeerde Netflix-serie Sense 8, en sluit enorm goed aan bij ons gevoel, geluk en plezier. Tot nu toe het meest treffende nummer dat we bij onze video’s hebben gebruikt.
  • Temper Trap - Sweet disposition. Het perfecte “fiets-lied”. Het gevoel van vrijheid dat we tijdens het fietsen ervaren, voelen we ook bij dit nummer. Het nummer is gebruikt bij onze eerste video over onze reis: “Cycling Europe”.
  • Portugal.The man - Feel it still. Dit nummer hoorden we het eerst toen we bijna klaar waren met onze vorige grote fietstocht (Great Divide MountainBike Ride) van de Mexicaanse grens naar Jasper in Canada over de Rocky Mountains. Naast de hartoperatie van Harry, vormt deze reis en het leven dat we toen hebben ervaren (eenvoudig én intens) de directe aanleiding tot het besluit om een fietstocht rond de hele wereld te maken. Het nummer werd maanden later ook een dikke hit in Nederland, waardoor elke keer als het op de radio kwam, we weer voor ons gevoel over de Rocky Mountains aan het fietsen waren.
  • The Police - Roxanne. Dit lied hebben we vele, vele malen gezamenlijk uit volle borst en vaak zo vals mogelijk gezongen in de bossen van “Bear-country”, om de Black bears en de Grizzly’s te laten weten dat we eraan komen. Ook dit nummer kunnen we niet meer loskoppelen van het fietsen door de bossen in Canada en de USA.
  • B’52s - Roam. “Roam if you want to, roam around the world”, meer uitleg is niet nodig?
  • Harry Styles - Sign of the times. Cooling down liedje tijdens de spinning lessen van Rik bij Laco Oirschot. Een jaar later, ergens in Zuidoost Azië begonnen flarden van dit liedje Harry’s hoofd “binnen te sijpelen”. Het heeft dagen geduurd, voordat Harry er een vinger achter kreeg. Sindsdien genomineerd voor ooit onder een video.
  • Red hot chili peppers - Bicycle song We zijn allebei best fan van de Peppers en Roelie zingt heel vaak iets van de Peppers tijdens het fietsen. Harry vindt het heerlijk als Roelie zingt tijdens het fietsen (het geeft bijvoorbeeld aan dat we niet aan het klimmen zijn en/of tegen de wind aan het vechten zijn). Dit specifieke nummer zit overigens niet in haar repertoire, maar de Peppers moesten zeker op de lijst.
  • Daft Punk- Around the world. Daft Punk is ongeëvenaard en we vinden ze geweldig. Onze keuze voor juist dit nummer, behoeft natuurlijk geen verdere toelichting.
  • Spinvis - Bagagedrager. Heerlijk nummer en het is Spinvis dus de tekst is natuurlijk vaag, maar het heeft volgens ons iets met fietsen te maken. “Als je luistert naar de wolken. Als je luistert naar de wind”. Het raakt ons.
  • Fatboy Slim - Right here, right now. Fatboy Slim, alweer zo’n gezamenlijk favoriet, laat ons met dit nummer weten dat we in het hier en nu moeten leven, net zoals de documentaire ‘Be here now’ op Netflix. Carpe diem!
  • Muse - Survival. Beste band die met drie man de meeste decibellen kan produceren. Live onovertroffen. Dit nummer brachten ze ten gehore bij de grandioze opening van de Olympische Spelen in Londen in 2012. Het is een heerlijke egocentrische tegenhanger van het veel gehoorde “meedoen is belangrijker dan winnen” en geeft ons elke keer weer een enorme adrenaline kick.
  • Massive Attack- Be thankful for what you got. Ook Massive Attack is een gezamenlijk favoriet en prijkte altijd met één of meerdere nummers op onze afzonderlijke Top 2000-lijstjes. Dit nummer sluit goed aan bij ons gevoel van dankbaarheid dat we dit avontuur mogen beleven en bij alle gebeurtenissen die hieraan vooraf gingen en die ons gemotiveerd hebben.

 

Pauzeplek halverwege de Taieri Gorge Railway

 

De route van de trein is geweldig mooi en voert ons anderhalf uur lang door de kloof van de rivier Taieri. Vanuit de trein zien we dat het flink waait door de gorge. Als we in Pukarangi uitstappen vertelt een vriendelijke jongedame dat we de wind schuin in de rug zullen hebben. Ze heeft vanmorgen gefietst en klets volledig uit haar nek, want we hebben de wind pal tegen, maar de beoogde 52 kilometer naar een leuke free camping-plek moet toch te doen zijn. Dat is ook zo, althans de eerste vijf kilometer. De wind trekt steeds verder aan van hard tot stormachtig met daar bovenop stevige windstoten. We fietsen volledig onbeschut over gravel en worden gedurende de windstoten omvergeblazen en gezandstraald. Hoewel het iets bergaf gaat is de snelheid niet hoger dan 6 km/u. We worden een speelbal van de wind en moeten regelmatig van de trappers af om niet te vallen. Er worden zelfs stukken gelopen. Het laatste stuk naar Middlemarch op asfalt gaat iets beter al is het moeilijk om aan de rand van de weg te blijven fietsen, maar gelukkig is het heel rustig qua verkeer. Als we uiteindelijk na 18 kilometer Middlemarch bereiken zijn we bijna 2,5 uur verder. We begrijpen dat we het beoogde doel van vandaag, een campspot op nog eens 34 kilometer niet gaan halen.

 

We bekijken de overnachtingsmogelijkheden in het dorpje. Van de locals horen we dat de storm uitzonderlijk is, dat dit de derde dag is dat ie raast en dat het waarschijnlijk nog een paar dagen zal duren. Het plaatselijke caravanpark is best okay maar biedt geen bescherming voor de tent in de storm en daarom huren we een cabin op dit park. Ons vertrouwen in de tent is flink gedaald na eerdere stormschade zoals kromme tentstokken en slijtplekken. Het plan is om de volgende ochtend om 6 uur te vertrekken omdat de wind na 12 uur pas weer stormachtig zal zijn. Tegen het middaguur hopen we dan het volgende stadje te bereiken Ranfurly op ruim 60 kilometer. Ranfurly is zo’n beetje het enige stadje op de route totdat we iets van 150 kilometer verder de stad Alexandra zullen bereiken. En belangrijker, het herbergt de enige echte supermarkt op de route.

 

Harde wind, maar nog te doen...

... maar dan storm en niet meer te doen!

 

Het lukt ons inderdaad om zelfs vóór 6 uur in de ochtend te vertrekken. Het heeft de hele nacht nog best gespookt qua wind, maar als we op het zadel springen is het windstil. Binnen een paar honderd meter zitten we op de Otago Central Rail Trail en fietsen het stadje uit. Daarna lijkt het of er een hogere macht langzaamaan aan een grote volumeknop, of beter windkracht-knop, draait en deze steeds harder zet. Na vijf kilometer roepen we tegen elkaar boven het geraas van de harde tegenwind, dat “ze” ons in ieder geval het windstille vertrek niet meer kunnen afnemen. We weten dat de wind steeds verder zal toenemen en volgens de bijgestelde weersverwachting al om 10 uur stormachtig zal zijn. Wat volgt is een heuse wedstrijd / tijdrit om de 60 kilometer naar Ranfurly af te leggen. Alles wat achter ons ligt was relatief makkelijk ten opzichte van wat ons te wachten staat.

 

 

Onder normale omstandigheden is 60 km “een eitje”, maar nu met het hellende parcours en vooral de tegenwind een ware uitdaging. Zo’n beetje halverwege, fietsen we door een kloof en komen de beoogde free camping-plek tegen waar we gisteren naar toe wilden fietsen. Het is er zo mooi, zo rustig, zo remote, dat we de wind (in dit geval die van gisteren) vervloeken. In windluwte van deze kloof bespreken we de mogelijkheid om misschien verder dan Ranfurly (dat nog 30 kilometer verderop ligt) te fietsen. Als we de kloof weer uitfietsen, lijkt het dat de weergoden ons afgeluisterd hebben en ons willen straffen voor de hoogmoed om verder te fietsen dan 60 kilometer. De wind neemt tot stormachtige proporties toe terwijl het echt nog geen 10 uur is. Bovendien pakken de wolken zich samen en we mogen van geluk spreken dat er slechts enkele druppen uit vallen. Na 6 uur fietsen komen we met “ontploffende” dijbenen en kreunende knieën in Ranfurly aan. In een koffietentje zoeken we beschutting voor de wind en bekijken de verschillende opties om hier te overnachten: wordt het tent of cabin op de plaatselijke camping, een hotel of een motel. De camping hebben we al gezien toen we het stadje binnenfietsten: het heeft veel weg van een sportveld en biedt wederom geen enkele beschutting voor de wind. Tent valt dus af. Een hut met alleen een stapelbed is niet zo duur, maar ze zijn al geboekt. In het lokale hotel kunnen we zelf niet koken en valt daarom af. Blijven de motels over en we kiezen de goedkoopste.

 

 

Maar eerst nog even iets onbenulligs over het koffietentje. Zowel Australië als Nieuw-Zeeland kennen een serieuze koffie cultuur met hippe cafés en barista style koffies. Sinds de koude en regenachtige dagen rond Melbourne gunnen wij ons sporadisch een cappuccino-break. Zowel in Australië als Nieuw-Zeeland is het gebruikelijk dat je bestelt en betaalt bij de toonbank (soms sta je in de rij) en dat daarna de koffie wordt gemaakt en gebracht naar het tafeltje dat je hebt uitgezocht. Wij vinden dit top, zeker omdat het in de koffietentjes hier over het algemeen best druk kan zijn. Geen idee of er meer mensen zijn, die het in de Nederlandse horeca ook irritant vinden dat je in zo’n geval compleet afhankelijk bent van bedienend personeel om de koffie besteld te krijgen en dan later aandacht wilt krijgen voor het brengen van de rekening en dat laatste duurt altijd zoooooo lang. Maar dat geheel terzijde maar wel als inleiding voor meer Hollandse klaagzang.

 

 

We klagen steen en been over het onrecht dat de wind ons aandoet, echter onze klaagzang verstompt als we in de motelkamer de tv aanzetten en het nieuws zien. Het is chaos elders op het Zuidereiland. De highway langs de westkust is grotendeels dicht. Een deel van een brug is ingestort, delen van wegen zijn weggeslagen en door landslides zijn wegen geblokkeerd. Fox Glacier zal enige dagen onbereikbaar zijn. De burgemeester van het dorp grapt dat hij verwacht dat de voorraad bier snel op zal gaan. Het centrum van het toeristische stadje Wanaka, nog geen 100 km verderop staat onder water maar winkeliers roepen dat toeristen vooral moet blijven komen. Queenstown wordt met zandzakken beschermd tegen het rijzende water van het meer.

 

En wij maar zeuren over een bietje wind. Neem nou de Duitse Frank. We ontmoetten hem toen we net op Zuid waren gearriveerd. Hij had al zijn overnachtingen langs de westkust naar Wanaka al geboekt. Hij zit nu waarschijnlijk ergens vast. Maar ook het Noordereiland wordt geteisterd door slecht weer, slechter dan hier in Ranfurly, en daar fietsen onze virtuele vrienden. Het Nederlandse stel #Outdoorhunger fietst op noord de Tour Aotearoa en het Britse stel #Goingincircles fietst nu de geweldig mooie Timber Trail. In de stromende regen zal dat toch minder zijn en we hopen dat de weergoden het goed met hen voor hebben.

 

We staan de volgende dag opnieuw vroeg op om de middagstorm voor te zijn. Deze keer is het niet windstil en hangen er dreigende donkere wolken in het noordwesten, de kant waar we naar toe gaan. Dat is wellicht te verwachten zo dicht bij het onheil nabij Wanaka en Queenstown. We beuken een uur lang tegen de wind in en stoppen bij een schuilhutje om meer kleren aan te trekken. Pfff, een uur fietsen en pas acht kilometer verder en helaas is het gravelpad weer rechttoe, rechtaan en dus oersaai. De temperatuur is flink gezakt ten opzichte van vorige dagen. Het regent licht en dat zal niet lang meer duren want de donkere wolken van het formaatje “onheil” glijden over de bergketen tegenover ons en komen in rap tempo dichterbij. Ook met meer kleren aan krijgen we het niet warm in het schuilhutje en de motivatie om terug naar buiten te gaan is ver te zoeken. Met uitzondering van een paar kilometer door de kloof van de beoogde campspot gisteren is tot dusver de hele Otago Rail Trail nogal saai. We wegen onze opties af en voelen er het meest voor om terug te keren naar het goedkope motel en dat doen we dan ook: met meer dan 30 km/u freewheelen we in no-time terug naar Ranfurly. Een warme douche, een kop koffie en thee en de warmte keert langzaam terug in de ledematen en ’s avonds maken we een passende winterse stamppot. Die is heerlijk en geeft ons nieuwe energie: laat die nieuwe dag met nieuwe kansen maar komen!

 

Donkere wolken komen ons tegemoet gesneld

 

Die nieuwe dag, het is 9 december (proficiat lieve grote zus Marijke), brengt ons een koude maar best aardige dag. Half bewolkt en een afnemende wind tot rond de 20 km/u, draaiend naar west. O ja, dat is wel de richting van vandaag. De regenkansen in de avond zullen toenemen en de temperatuur zal flink omlaaggaan, dus we zoeken naar iets met een dak boven ons hoofd en een kacheltje. We vinden iets wat aantrekkelijk geprijsd is in het gehucht Ophir nabij Omakau op iets van 60 kilometer en kunnen de verleiding niet weerstaan om het al vooraf te boeken. Goed gemutst beginnen we aan de dag-etappe die ons eerst naar het hoogste punt van de trail brengt, op 620 meter hoogte. Vanaf daar afdalen, maar met een hellingpercentage van hooguit 2% tegen die eerdergenoemde westenwind in, wil dat niet heel erg vlotten. Maar goed, we hebben niets te klagen ook al hebben we deze Otago Trail wel inmiddels tot de O-tegen Trail omgedoopt. Dit zogenaamde vlaggenschip van de NZ-trails valt namelijk behoorlijk tegen (1), wij vinden het nogal best saai en hebben trails gefietst die vele malen interessanter, mooier en uitdagender zijn. Tja en de wind is altijd tegen (2), tenminste als je de trail tegen de klok in fietst. We komen - desondanks, nee juist daardoor denken wij - best veel fietsers tegen, die het traject clockwise fietsen met een grote glimlach, met grote snelheid, genietend van de wind mee én de elektrische motor op hun bike en die glimlach – no offence – staat ons best een beetje tegen (3).

 

Hetzelfde oersaaie stuk van de Otago Central Rail Trail vlak na Ranfurly gefotografeerd op twee verschillende ochtenden 

idem

en het meest spectaculaire deel van de Otago Central Rail Trail

idem

 

Wat ons niet tegen staat is de geboekte accommodatie, de Ophir Lodge. Wat een leuke plek om te overnachten! Prima kamertje en een gezellige gemeenschappelijke keuken met alle praktische gemakken, leuke inrichting, goede wifi en… Netflix!!! Mensen vragen ons regelmatig wat we het meest missen tijdens onze wereldreis op de fiets en soms moeten we bekennen dat dit hooguit wel eens een ordinaire Netflixmiddag en/of -avond kan zijn… Enfin, na het douchen en het dagelijkse wasje, gaan we er weer eens heerlijk voor zitten, scrollen door het Netflix-menu en zoeken een filmpje uit. Een heerlijk avondje kan beginnen.

 

De volgende dag staat het laatste deel van de Otago Trail op het programma, die eindigt (of voor de mensen mensen begint) in Clyde. Eerst fietsen we ‘historisch Ophir’ uit en zien waarom ook dit gehucht dit predicaat krijgt. Elk stadje dat op het eind van de 19e eeuw is gesticht, wordt in NZ een ‘Historic Town’ genoemd en is als zodanig op verkeersborden aangegeven. Net als in Australië moeten hierover altijd een beetje grinniken, want als we zo’n stadje dan binnenfietsen, zijn er hooguit een paar “oude” (>100 jaar) stenen gebouwen te zien en dat is bijna altijd het (voormalige) postkantoor, het (voormalige) stationsgebouw en ook wel de plaatselijke pub/hotel, dat vaak ook nog als zodanig in gebruik is. En echt oud zijn deze gebouwen niet, althans vanuit een Europees point-of-view, zo heeft Harry in Sittard gewoond in een huis dat vier keer zo oud is als bijvoorbeeld het historische postkantoor van Ophir. 

 

Nog een recht stukje tussen Alexandra en Clyde en dan kunnen we een stickertje plakken

 

We fietsen verder over het nog steeds best saaie voormalige treinspoor via Alexandra naar Clyde. Op dit einde ‘taggen’ we de trail en plakken onze sticker op een van de vele borden. Terwijl we genieten van een boterhammetje, komen er twee jonge kerels aanfietsen. Aan hun bagage zien we dat ze meer en langer fietsen dan alleen deze trail. Er volgt een leuk en geanimeerd gesprek met Mauro en Mathias, twee jongens uit… Buenos Aires, Argentinië! Wat leuk ons volgende land; natuurlijk geven ze ons veel tips. We worden meteen met twee basiswaarden van de gemiddelde Argentijn geconfronteerd: gastvrijheid en bravoure. Zo stuurt Mauro een berichtje naar zijn moeder om te kijken of we Oud- en Nieuw bij haar thuis kunnen vieren en zit hij relaxed met ons te kletsen alsof we al een paar dagen met elkaar op fietsen. Met die bravoure hebben we al eerder kennis gemaakt, op andere tochten waar we Argentijnen tegenkwamen. Ze lijken van nature flink extrovert, uiten zich gemakkelijk en laten zich gelden in een groep.

 

Mauro & Mathias uit Buenos Aires, Argentinië

 

Vanuit Clyde fietsen we die dag nog door naar Cromwell. De trail is dus ten einde en we moeten weer de gevaarlijke highway op, andere alternatieven via back roads zijn er niet. Hoewel dit stuk van bijna 30 kilometer best rustig is, zitten we inmiddels niet meer relaxed op de fiets na eerdere minder leuke ervaringen. Ondanks onze focus op het stuurspiegeltje en het achteropkomende verkeer, ontgaat het ons niet dat we in een mooie omgeving fietsen tussen twee ruwe, rotsachtige bergflanken en langs de Kawarau rivier die hier niet alleen breed is (door de stuwdam bij Clyde), maar ook hoog staat (door de regenval). Het duurt niet lang voordat we Cromwell, “Fruitbowl of the South”, binnenfietsen. Grappig toch al die bijnamen die de NZ-steden aan zichzelf geven om zich te onderscheiden. Morgen fietsen we bijvoorbeeld van deze fruitschaal naar de “Adventure Capital of New Zealand”, Queenstown en de dag daarop staat het meest inlandse gelegen dorp van Nieuw-Zeeland op het programma.

 

Mooie rustige highway tussen Cromwell en Queenstown

 

We verwachten een minder leuke etappe naar Queenstown, maar het wordt een heel mooie en afwisselende fietsdag. De eerste 30 kilometer fietsen we nog over de highway, het uitzicht rond het spiegeltje is heel mooi, met veel rotspartijen, een woeste Kawarau rivier in een steeds diepere kloof en geleidelijk steeds meer wijngaarden. Eerder dan verwacht kunnen we een route van de Queenstown Trails oppikken. Op de kaart lijkt die gewoon parallel aan de highway te lopen, maar in werkelijkheid volgt hij de rivier waarbij we regelmatig de kloof induiken. Het is geweldig mooi fietsen! Na een bungeejump brug (met wachtende chinezen die in al hun onschuld vergeten dat ze midden op een fietspad staan en fietsbellen niet horen) slaan we linksaf en volgen de Twin River Trail. Deze trail is geweldig mooi en ook heel leuk om te fietsen. Opnieuw duiken we regelmatig de kloof in en fietsen we langs de oevers van de Kawarau en haar verschillende zijrivieren. We vinden het raar dat we hier geen fietsers meer tegenkomen, maar na een tijdje begrijpen we waarom. De rivieren staan veel hoger dan normaal, door de vele regenval en dus fietsen we herhaaldelijk door een kniediepe plas totdat op een gegeven moment de weg verdwijnt in een grote waterpartij, een tijdelijk meer zeg maar. Er zit niet anders op dan een stuk “te klunen” door het water. We hebben er echter ongelooflijk veel plezier in en als we op het einde deze trail verlaten en een bord zien dat deze door overstromingen is afgesloten, zijn we blij dat men vergeten is datzelfde bord aan de andere kant te plaatsen.

 

Begin van de Queentown Trails bij Gibbston

Hangbrug over de Kawarau, diep beneden ons

Waterpret!

Aahhaa, daarom komen we niemand meer tegen...

 

Als we in Queenstown, of eigenlijk de voorstad Frankton aankomen, krijgen we een e-mail van Frank binnen, de fietsende Duitser die we aan het begin van onze fietstocht over het Zuidereiland hebben ontmoet. Frank is gelukkig niet vastgelopen en heeft over de highway langs de westkust gefietst die hij in zijn bericht “a real hell-ride” noemt: gigantische regenhoeveelheden, storm, aardverschuivingen, omgevallen bomen, wegafsluitingen en gevaarlijk verkeer kenmerkten zijn tocht. We zijn heel blij dat hij in levende lijve en heelhuids op zijn eindbestemming, Wanaka is gearriveerd.

 

Ja, wij zijn ook gearriveerd. In Queenstown wel te verstaan. Als we naar de supermarkt fietsen, komen we langs het kantoor van de campervan verhuurder en zien het terrein volstaan met campers. Wij gaan ene terugrijden naar Auckland, maar we hebben tijd over en kunnen de Around the Mountains Trail fietsen met “some of New Zealands most secluded and rustic setttings” in het vooruitzicht, aldus de toeristische cycle guide. Dat belooft wat!

 

Lake Wakatipu met op rechts Queenstown


«   »