Zuid Laos

Gepubliceerd op 2 april 2019 00:00

Na drie weken is Laos nog niet af van deze twee fietsende wereldreizigers. Laos Zuid wordt het derde hoofdstuk van onze blog over dit bijzondere land, waarvoor we dan wel nog even de beurs moeten trekken om onze visa te verlengen.

 

Vientiane, de hoofdstad van Laos, kan ons weinig bekoren maar het goedkope hotel met zwembad is hemels en we ontmoeten er veel mooie mensen. De laatste avond eten we pizza’s met een groepje fietsers, die ook in het hotel zitten: Jenne en Annalies uit Groningen en Andrew en Alison uit Toronto, Canada.

 

Dezelfde groep zit de volgende ochtend aan het ontbijt. Jenne en Annalies vertrekken naar Thailand, Andrew en Alison blijven in Vientiane en gaan vrienden bezoeken. Wij hebben ons visum voor Laos verlengd en kunnen het zuiden gaan verkennen. We zullen globaal de Mekong volgen, de brede, schijnbaar trage, stille rivier en twee ‘uitstapjes’ maken: de Thakhek Loop en de Bolaven Loop. Vlak voor de grens met Cambodja zullen we dan nog een andere toeristische hotspot van Laos bezoeken: de 4000 Islands. Al met al fietsen we zo nog een week of drie door Laos.

 

Op de dag dat we Vientiane uitfietsen staat het nummer 13 centraal. Het is vandaag 13 maart, we fietsen over weg nummer 13 en bij het guesthouse krijgen we de sleutel van kamer 13. Het brengt ons geen ongeluk en de volgende dag fietsen we verder over diezelfde hoofdweg nummer 13. Het is een vlakke saaie route die ons naar het volgende guesthouse brengt. Deze keer is dat een guesthouse met een bungalow aan de Mekong, een tip van Jenne en Annalies. Het is blijkbaar tevens in gebruik als kamer voor massages ‘met happy ending’. Langs en ter hoogte van het bed hangt overdwars een spiegel en er liggen condooms naast de standaard aanwezige zeepjes en shampoo’s. We zijn (daarom?) best verbaasd als we ‘s ochtends de deur open gooien en een groep van tien Jordaanse imams voor de bungalowtjes aantreffen. Zij hebben blijkbaar nog ingecheckt toen wij al lagen te slapen. Harry gaat heet water halen voor onze Nescafé en wordt aangesproken door een van de Jordaniërs: “where do you come from?” “The Netherlands”, is het antwoord. De imam kijkt wat nadenkend. “Holland” zegt Harry dan maar. “Aaah yes, Hollandia! Yes, football!” Hij noemt direct een aantal namen van het succesvolle nationale team van 1974 en 1978: Cruyff, Haan, Rensenbrink “and what is the name of those two brothers?” “Van de Kerkhof”, vult Harry in; “yes Vendekurkov!” De imams blijken op missie in Laos: de vragen hoe je tegen hun religie aankijkt en wat je er van weet, worden al gauw gesteld. Harry bedankt voor een lange uitleg over dat het leven van nu in het teken staat van het werkelijke leven in het hiernamaals. Het water voor de koffie wordt koud en we willen weer vroeg de fiets op, zullen we maar zeggen. De imam sluit af door te proberen Harry een zin te leren die hem een enorme bevrijding zou geven om uit te spreken; een moeilijke zin eindigend op ‘Allah’. 

 

Vlak voor we het dorp Vieng Kham, het eindpunt van de derde fietsdag op de 13, bereiken, zien we op het gazonnetje bij een tankstation ‘onze’ imams weer. We willen ze enthousiast hallo zeggen, maar hun hoofden zijn gericht op het oosten, uuhhh westen en we gaan ze natuurlijk niet storen tijdens een gebed. 

 

Vieng Kham is een groot, maar niet leuk en wederom rommelig dorp. Door het dorp raast het vrachtverkeer en grote en kleine bussen. Niets waar we naar zoeken kunnen we hier vinden: wel 4 mobiele telefoon winkels maar geen minimarkt met iets van normaal aanbod bijvoorbeeld, maar ook geen leuk guesthouse, geen normale eettent die ons fried rice wil/kan aanbieden. Als we ’s avonds in bed liggen gonst het dorp van de herrie en karaoke. Achteraf heeft Vieng Kham maar één pluspunt: het is voor ons de start van de Thakhek Loop!

 

De Thakhek Loop is een onder westerse toeristen zeer populaire route van 450 kilometer langs en door prachtige kalksteen gebergten, stuwmeren, watervallen, bronnen en vooral veel grotten. Normaal starten toeristen in Thakhek, in de zuidwest-hoek, en rijden dan tegen de klok in het rondje op een gehuurde scooter in circa vier dagen. Wij starten zoals gezegd in Vieng Kham, in de noordwest-hoek, en fietsen tegen de stroom in, oftewel met de klok mee. De route is direct mooi als we in Vieng Kham de 13 verlaten en de 8 richting oosten fietsen. Ondanks het feit dat deze weg naar Vietnam gaat, valt het vrachtverkeer reuze mee. Later zal blijken dat het vrachtverkeer vooral over de 12, het zuidelijk gedeelte van The Loop raast. Het is nog vroeg in de ochtend als we beginnen aan een redelijk pittige, maar ook prachtige klim die ons een meter of 300 hogerop brengt. Het uitzicht bovenop is overdonderend en biedt een prachtig en karakteristiek beeld van de kalkstenen bergformaties die je op veel plekken in Zuidoost Azië aantreft: door erosie grillig vormgegeven rotspartijen die bijna rechtop uit het lage omliggende land oprijzen.

 

Na al dit moois dalen we af en verlaten we de 8 om de Kong Lor Cave te bezoeken die door velen bestempeld is als het hoogtepunt van The Loop. Om het gelijknamige dorpje bij deze grot te bereiken moet je iets van 40 kilometer op en neer fietsen (of brommen), het dorpje is niet bereikbaar voor grote bussen dus blijft het massatoerisme ons bespaard. De verhoogde weg naar het dorpje voert ons door een nat, moerassig gebied dat in de regentijd onder water staat. Uit deze laagte rijzen zoals gezegd de rotspartijen bijna loodrecht omhoog. De weg is heel rustig en het uitzicht is adembenemend.

 

Nog vrij vroeg in de middag komen we in Kong Lor aan en checken in bij de Eco Lodge, wederom een tip van Jenne en Annalies. De kamers zijn super schoon en goedkoop, het personeel (of eigenlijk de familie) is vrolijk en vriendelijk en het eten is heerlijk. In deze relaxte sfeer hebben we maar één vraag: bezoeken we morgen in de ochtend de grot en stappen dan nog ’s middags op de fiets of nemen we dan de rest van de dag “vrij”. Van onze buren, Micke uit Zweden en Suzy uit Canada horen we dat je bij de grot ook heerlijk kunt zwemmen en op een strandje kunt liggen en dat geeft de doorslag: we boeken een extra nachtje bij dit leuke guest house. ’s Avonds spelen we tot middernacht kaart met Mine & Sergei uit Duitsland en Johan & Olve uit Noorwegen. Normaal liggen we uiterlijk om 9 uur in bed, maar ach, morgen hoeven we niet te fietsen. Het wordt een heel leuke avond met veel gelach en (te) veel BeerLao.

 

Een beetje duf lopen we de volgende ochtend naar de ingang van de grot. De Kong Lor Cave is aan de ene kant een grot zoals veel anderen, met stalagmieten en stalactieten en zo. Wat deze zo bijzonder maakt is dat er een ondergrondse rivier doorheen loopt die je kunt bevaren tot aan de andere kant van de bergrug, naar het dorpje Phon Khan. De tocht door de grot zelf is iets van zeven kilometer lang en duurt ongeveer een uur. We zijn beide niet zo van het “grotten-bezoeken” (de enige keer eerder op onze reis was “Devils Throat” in Bulgarije, toevallig of niet ook met een ondergrondse rivier), dus voor ons was het mooiste van de boottocht die in- en uitgang van de grot. Binnenin de grot is het vooral donker…

 

Als we twee uur later terugkomen verheugen we ons op een verfrissende duik in de helderblauwe poel aan het begin van de grot. Op het strandje aan de best grote poel zien we Micke en Suzy liggen en we voegen ons bij hen. Het is een leuk en ietwat baldadig stel die elkaar pas enkele weken eerder verliefd op elkaar werden op Koh Pha Ngan, Thailand. We duiken vaak het water in, soms van de hoge rots verderop en slaan bij gebrek aan faciliteiten de lunch over. Als in de namiddag de honger te groot wordt wandelen we met z’n vieren terug en spreken af vroeg met elkaar te dineren. Micke en Suzy hadden eerder een wandeling door het dorp gemaakt en een leuk restaurantje aan de rivier gezien. We gaan met ze mee en Suzy haalt een Zweedse versie van Yahtzee tevoorschijn. Het is net even anders dan ons Nederlandse Yahtzee. Op één of ander manier wordt er ontzettend vaak ‘Full House’ gegooid, tenminste zo noemen wij de combi van 2 en 3 dezelfde stenen. In het Zweeds heet dat ‘Kak’. In ons geheugen is Full house gewoon altijd 25 punten waard maar het Zweedse Kak tel je de punten op de dobbelsteen. 3x1 en 2x2 levert nauwelijks iets op en is dus gewoon “kak!!”. Ach ja, kort samengevat, het is iets te gezellig geworden.

 

Na een voor ons doen wederom te korte nachtrust staan we om zes uur op. We willen vroeg vertrekken maar de snelheid zit er niet echt in. Het is rond half acht als we met enige weemoed afscheid nemen van Micke en Suzy en de fiets bestijgen. Na 40 km over dezelfde weg terugfietsen zitten we weer op de Loop en mogen dan direct aan een klim beginnen. We zien van te voren vanuit de vlakte de weg aan de onbeschutte kant van het gebergte omhoog gaan… Pfff… we voelen ons niet super top en hebben niet zoveel zin in een klim in deze tropische hitte. Maar kom op! Even doorzetten en dan kunnen we wéér lekker zwemmen. Einddoel van de dag is namelijk de Cool Pool, gevormd door een bron waar volgens de kampeer-app iOverlander een tent opgezet kan worden. Terwijl het zweet van ons afdruipt bedwingen we ook deze berg. 

 

Nadat we links van de hoofdweg afslaan en voor de laatste vijf kilometer een gravel road oprijden is het heel rustig: een paar toeristen op scooters die van of naar de Cool Pool rijden en wat schoolkinderen die op weg zijn naar huis. Als we bij poort van de Cool Pool arriveren, informeren we (met gebarentaal) een keer, nog een keer en een extra keer of we vannacht mogen blijven overnachten in onze tent. Het antwoord (ja-knikken) is op zich duidelijk, maar hebben ze ons wel goed begrepen? Uiteindelijk hebben we toch echt wel de indruk dat het mag, maar dat we (nog) niet met de fietsen het terrein op mogen. We betalen de entree-prijs van 20.000 kippen en lopen het terrein op. De Cool Pool is inderdaad koel, zeg maar koud. Heerlijk verfrissend na een duffe, hete en bezwete dag. Al snel stroomt de Laos jeugd toe en raakt de poel vol met blije enthousiaste jongelui. Het is echt een sociale ontmoetingsplek.

 

De schoolkinderen klimmen, vaak nog in hun schooluniform, op rotsen en in bomen en springen van hoog met salto’s het water in. De oudere jeugd hangt rond het water, drinkt, eet en chillt. Om 6 uur, als het begint te schemeren, is bijna iedereen vertrokken en halen we onze fiets op bij de ingang. Ze vragen ons om nog eens 20.000 kippen extra te betalen voor het overnachten. Tsja, om omgerekend € 2 ga je (in de schemering met gebarentaal) niet in discussie. We trekken de kippen uit onze beurs en kunnen eindelijk onze tent opzetten. Het enorme egale terrein bij de poel is helemaal voor ons alleen wat leidt tot keuzestress: waar zetten we de tent? Bij de poel? Of daar met mooi zicht op het steile gebergte? Of daar waar vermoedelijk de eerste zonnestralen onze tent weer wat droogmaken? Het is uiteindelijk iets in het midden van dit alles geworden. Als we de tent opzetten komt er nog een groep schoolkinderen om zich in de poel te wassen en er komt later nog een familie kort picknicken. Pas als die ook vertrokken zijn hebben we het hele terrein en de poel voor onszelf maar dan is het inmiddels ook al hartstikke donker. ‘s Nachts zakt de temperatuur toch nog behoorlijk; we hebben alleen de binnentent opgezet en de slaapzakken in de dry-bag aan Harry’s stuur laten zitten: uiteindelijk hebben we het zelfs een beetje koud en wordt er weer eens ouderwets “gelepeld”.

 

‘s Ochtends lopen we met een kopje oploskoffie nog eens rond de poel. Wat is het hier mooi! Maar ook/zelfs hier zien we hoe achteloos Laotianen met hun afval omgaan. Wat er langs de weg ligt daar kijken we niet meer van op (of beter: daar proberen we langsheen te kijken), maar ook in deze paradijselijke poel zie je hier daar plastic afval drijven en onder de vele visjes in het heldere water zie je de BeerLao kroonkurken blinken en roesten. Op onze reis worden we dagelijks geconfronteerd met het pijnlijke feit dat we met ons plastic wegwerpafval deze nog steeds prachtig mooie aarde aan het verknallen zijn. In veel landen aan onze route vanaf Oostenrijk (met name in Servië, Turkije en hier in Laos) zouden we dat echt een van de grootste nationale problemen willen noemen. Het geeft ons een naar gevoel: we voelen ons machteloos, maar willen het ook niet loslaten, niet accepteren. Wellicht een doel voor een volgende wereldreis of project?

 

Als we vertrekken en na de gravel road weer de hoofdweg opdraaien, fietsen we midden tussen de scholieren. Een dorpje verderop is er een lagere en middelbare school gelegen die nogal wat jeugd in (alweer droog) uniform naar zich toetrekken. Bij de ingang van ook deze scholen zien we winkeltjes en kraampjes waar de schoolgaande kinderen zich tegoed doen aan aanvullingen op het ontbijt. Zo kennen we dat ook uit Oirschot waar de supermarkten ‘s ochtends bezocht worden, vooral voor een energiedrankje. In Laos wordt ’s ochtends vroeg de barbecue aangezet en liggen er spiesjes, worstjes en visjes te grillen. Wij weerstaan de heerlijke geur en fietsen stevig door. We willen de noordzijde van de Loop vandaag niet alleen achter ons laten maar ook de oostzijde tot ongeveer halverwege af fietsen, ruim 90 kilometer verderop. De weersvoorspelling geeft aan dat de temperatuur vanmiddag alweer de 40 graden zal passeren, dus zoveel mogelijk kilometers maken vóór het middaguur.

 

De oostzijde van de Loop ligt temidden van een stuwmeer. De bomen zijn vooraf niet gekapt en staan als rottende en verschrompelde stammen in het meer waar de waterstand in dit jaargetijde, zo tegen het einde van het droge seizoen, erg laag is. Een deel van het stuwmeer is tevens een reservaat en dat betekent dat er even geen huisjes, beestjes en mensjes rondlopen. En gelukkig geen akkers die in de fik worden gezet, een in Laos nog steeds gebruikelijke afsluiting (of is het start?) van het groeiseizoen. We komen zelfs voorbij een slagboom waardoor het autoverkeer gereduceerd wordt tot nihil. Lekker fietsen dit!

 

Midden in het stuwmeer ligt een dorp, Thalang. Waarschijnlijk is het nieuw aangelegd als vervangende woonplek toen het reservoir werd aangelegd. Het dorp staat bijvoorbeeld niet op Google Maps en de ruime opzet van het dorp geeft een geplande en wat desolate indruk die we van Laotiaanse dorpen niet kennen. Wat voor Thalang wel prettig is, is dat het dorpje in zo’n beetje elke beschrijving van De Loop wordt genoemd als eerste overnachtingsplek voor de scooter rijdende toeristen die vanaf startpunt Thakhek aan deze route beginnen. Voor een gehucht zijn er dus bovengemiddeld veel guest houses… Dat verklaart waarom wij dachten dat we met Thalang een best grote stad zouden aantreffen: maps.me laat een boel guest houses zien. Aan de andere kant had het ons ook iets moeten zeggen dat Thalang volgens GoogleMaps helemaal niet bestaat.

 

In ons guesthouse zijn we de eerste gasten van vandaag en ook dat geeft een wat verlaten sfeer. Later arriveren er eerst veel Fransen en later nog best wat Nederlanders, we schatten uiteindelijk in totaal een man of 40, allen zo begin 20 en zonder uitzondering op scooters. Door onze uitzonderlijke “positie” qua vervoersmiddel, leeftijd en vermoeidheid voelen wij ons niet geheel op onze plaats. De gemeenschappelijke bbq van 19:30 uur laten we voor wat die is en we duiken vroeg ons kamertje en bedje in. Die heeft geen airco. We zetten de fan op de hoogste stand en gooien de luiken open om de temperatuur wat te laten zakken en proberen zo stil mogelijk te blijven liggen. 

 

Vanaf Thalang is het mogelijk om Thakhek, het startpunt van de Loop te halen. Het is meer dan 100 km maar er zit een leuke afdaling in. We gaan er voor en starten vroeg. Het eerste deel fietsen we weer door en langs het stuwmeer. Steeds weer 20 meter omlaag en dan weer 20 meter klimmen, omlaag en klimmen, omlaag en klimmen. In totaal “doen” we zo ruim 400 hoogtemeters, pfff. De afdaling daarna is lekker voor de benen, maar eigenlijk te kort. Liefst zouden we met een 2 tot 4 % naar beneden willen cruisen, maar deze weg stort zich met zo’n 8 tot 10% het dal in: spannend en leuk maar, net als bij een attractie op de kermis, te snel afgelopen. Daarna is de weg vlak en begint Roelie voorzichtig een klacht te uiten. Toen we net op de Loop waren, was het landschap adembenemend maar dat niveau is daarna niet geëvenaard en nu in het dal aangekomen, lijkt het saai zoals de hoofdweg 13 en zelfs erger door het verrekte vele vrachtverkeer dat van de nabije grens met Vietnam afkomt. Dat verkeer blijft helaas, maar het landschap verandert al snel en opnieuw fietsen we door een prachtig karstgebergte bijna helemaal tot aan Thakhek aan toe. Super mooi! De klacht wordt officieel ingetrokken en de Thakhek Loop wordt tot een echte aanrader gepromoveerd. Eén tip: kom van je scooter af en ga toch fíetsen!

 

In Thakhek checken we in bij de Traveler Lodge zo’n 2 km buiten het centrum. We dachten -gezien de achteraf locatie- dat we hier wat rustig zouden zitten, maar dit gezellige guest house is tevens een scooter verhuurbedrijf, dus er hangen best wat toeristen rond. Er heerst hier een grappige sfeer van informatie-uitwisseling: toeristen die de Loop willen starten zitten vol vragen en toeristen die de Loop net ‘afgetuft’ hebben zijn erop gebrand om zoveel mogelijk tips te geven. Wij fietsers drinken relaxed een heerlijk koel biertje bij de receptie en kijken uit op een tafel met allerlei informatie over De Loop. Het leuke van dit tafeltje is, dat de informatie alleen door reizigers wordt gegeven in een aantal logboeken. Sommigen zijn er echt een tijd voor gaan zitten en hebben de Loop in kaart gebracht met bijbehorende ‘do’s and don’ts’. De mooiste zijn zelfs ingelijst. Wij beperken ons tot het plakken van onze sticker bij dit tafeltje, voor wie De Loop wil fietsen…  

 

Op naar de volgende Loop! Van Thakhek fietsen we naar Pakse, zo’n 360 kilometer verderop. Pakse is het begin- en eindpunt van die andere “omweg" door Zuid Laos: de Bolaven Loop. De weg en het landschap tussen Thakhek en Pakse zijn echter vrij saai. Uiteindelijk hebben de afstand niet in een voor ons doen normale aantal van 5 dagen overbrugd, maar in 3 dagen: een beslissing die trouwens pas halverwege dag 2 werd genomen. We denken zelf dat we deze dagen later alleen nog zullen herinneren als heet, bezweet en pijn aan de reet.

 

De Bolaven Loop begint en eindigt in Pakse en dat brengt ons op het geniale idee om een deel van de bagage achter te laten in het hotel. Als je de de Bolaven Loop fietst (of brommert, zoals 99,9% van de andere toeristen) dan kan je kiezen voor de kleinere (meest populaire) ronde of de grotere ronde van dik 300 kilometer. Daar kiezen wij voor en we plannen dat we deze grotere Loop in 5 of 6 dagen fietsen, inclusief een rustdag in Tad Lo dat midden tussen een aantal watervallen ligt. Lekker licht(er) bepakt fietsen we op de eerste dag het plateau op, zo’n 1200 meter hoger dan Pakse aan de Mekong. De klim is super relaxed en absoluut niet steil. Onderweg zien we na een tijdje klimmen een bord dat verwijst naar een waterval 800 meter vanaf de weg. Even verlaten we de perfecte brede nieuwe asfaltweg en slaan een onverhard weggetje in. Bij de ingang moeten we ieder 5000 kippen toegang betalen. Oké geen probleem. De fietsen kosten echter nog eens ieder 10.000 kippen; ja zeg, wees blij dat we met de fiets komen en niet zoals iedereen met scooter! Maar goed dat zeggen we natuurlijk niet in het Laotiaans. Wat we wel in gebarentaal opperen is of we de fietsen dan bij de ingang achter kunnen laten. Nee, parkeerplaats voor scooters en fietsen is ná de ingang en dus moet de beurs ook voor de fietsen getrokken worden. De waterval, de Tad Yuang is gelukkig heel mooi en zeker het geld (en omweg) waard.

 

Heel geleidelijk klimmen we verder naar het dorpje Paksong, op 1300 meter hoogte. Vermoedelijk is dit in Laos zo ongeveer de vijfde keer dat we een dorp met die naam binnen fietsen. We vinden er een schoon nieuw guesthouse om te overnachten en een restaurantje waar iedereen van een tafel-barbecue eet. Dat willen wij ook wel proberen. Bovenop de bbq kunnen we stukjes vlees grillen en er om heen zit een goot waar noodles, groente en een ei worden gekookt. Geniaal ding, en wij zijn laaiend enthousiast maar waarschijnlijk zou het in Nederland niet door de veiligheidstest komen.

 

We genieten enorm van de koelte bovenop de hoogvlakte van Paksong; de temperatuur aan het eind van de middag ligt zeker onder de 30 graden en dat is inmiddels ongekend. De afgelopen dagen is het continu zo rond de 40 graden. ‘s Ochtends vroeg starten geeft weinig soulaas. Het blijft ‘s nachts warm en als in de ochtend de zon opkomt is er meteen een drukkende hitte te voelen en loopt het zweet vanaf je kruin de sandalen in. Gelukkig voel je, zolang je blijft fietsen, vaak een briesje en hopen we in deze streken zelfs op tegenwind voor voor dat extra beetje verkoeling.

 

De tweede dag op de Bolaven Loop zakken we vanuit de aangename temperatuur op hoogte weer de zinderende hitte van het dal in. Onderweg slaan we af naar Tad Tayicseua, een waterval die vanaf een guesthouse en restaurant is te bekijken en waar een wandeling start naar nog een stuk of zeven watervallen. We lopen per ongeluk letterlijk naar de eerste de beste: Tad Jarou Halang. Op de Thakhek Loop had een Fransman ons al geattendeerd op deze waterval. Nummer twee zien we in de verte, aan de andere kant van een diep dal liggen.

 

De andere vijf watervallen laten we voor wat ze zijn, we willen nog 53 kilometer doorfietsen naar dorpje Sekong en daar vandaag aankomen. Op weg er naar toe stoppen we bij Tad Katamtok, ja alweer een waterval en bij PS Garden, een restaurant aan nog een waterval. PS Garden blijkt een heerlijk en relaxed oord en ze verhuren tentjes aan de waterkant om te overnachten. Het personeel spreekt goed Engels en is extrovert, vrij uniek in Laos. De verleiding slaat toe om hier te blijven hangen. Maar, het past niet in onze planning qua dagetappes… We hebben veel over het plaatsje Tad Lo gehoord en op internet gelezen en we nemen aan dat dat het hoogtepunt van de Bolaven Loop gaat worden. We willen Tad Lo morgen bereiken en dat is vanuit Sekong iets makkelijker te halen dan vanuit PS Garden en dus fietsen we toch nog maar even door totdat we uiteindelijk in deze hitte alweer boven de 100 kilometer zijn gekomen. 

 

Sekong is geen charmant dorp. Laten we zeggen dat het een typisch Laotiaans dorp is; eerlijkheid gebiedt ons dat we nauwelijks charmante dorpen in Laos hebben mogen bezoeken. Omwille van de hitte kiezen we voor het eerste het beste hotel met airco en sluiten ons daarna op binnen de hoteldeuren waar de airconditioning aan staat. We kunnen er eten en ontbijten en doen dat dan ook met het genoegen dat we even niet naar buiten hoeven.

 

De weg naar Tad Lo brengt ons de volgende dag eerst terug op hoogte. Vanuit het dal klimmen we naar 900 meter en voelen ondanks de wind in de rug daar weer enige verkoeling. Die verkoeling gaat nog even door als we van 900 meter naar beneden cruisen. De hellingen op de Bolaven Loop zijn, kleine uitzonderingen daargelaten, heel geleidelijk en heel erg prettig klimmen, maar ook heel erg fijn afdalen.  

Zoals wel vaker als de verwachtingen hoog zijn, valt het uiteindelijk “onder aan de streep” wat tegen. In ons geval hebben we Tad Lo dus op het eind van de Loop gezet omdat we dachten dat het het hoogtepunt zou zijn: een gezellig toeristisch stadje temidden van natuurpracht. Het blijkt een gehucht met alleen maar guest houses te zijn en verder niets. Maar voorlopig blijven we bij ons plan om er twee nachten te blijven. Er zijn in de directe nabijheid drie watervallen en zwemmogelijkheden. Bij ons guest house ‘Fandee’ ontmoeten we een Duits-Italiaans stel en een Chileens-Spaans stel. Direct alweer gezelligheid. 

 

Halverwege de middag lopen we naar Tad Huang, waterval 1 en die valt ons wat tegen na al die prachtige watervallen die we eerder hebben gezien. Er “prijkt” een verschrikkelijk lelijk bamboo bord tegen de lage waterval waar ‘happy new year’ op staat. Welke halve zool heeft gedacht hiermee de het natuurschoon te “upgraden”? We klauteren via bamboebruggetjes en ladders bij de waterval omhoog om bij de olifanten te komen die tussen 4 en 5 in de namiddag mogen badderen. Een best wel avontuurlijke onderneming omdat de rotsen onder water zo glad als ijs zijn. Ongelukkigerwijze (versie Roelie) of zoals verwacht (versie Harry) verliest Roelie één van haar nieuwe slippers en ziet met afgrijzen dat die steeds verder weg wordt meegevoerd de waterval af. Ze gaat evenwel in de achtervolging al is die vanaf het begin redelijk kansloos. Na een tijdje tevergeefs gezocht te hebben vindt Roelie een andere slipper en trekt die dan maar aan. We verlaten de waterval en gaan via een wandelpad hogerop de rivier naar de verwachte badplek voor de olifanten. We zien uiteindelijk twee olifanten maar ze staan nog aan de ketting op het terrein van een hotel dat olifantentours aanbiedt (niet ons ding overigens). We besluiten nog even omhoog te klimmen want Tad Lo, waterval 2 (en mooiste) van de 3, is tussen de bomen door al te zien. De rivier tussen waterval 1 en 2 ligt ook hier vol met kinderen in schooluniforms met her en der een stelletje westerse toeristen. 

 

Bij deze tweede waterval beseffen we dat we onszelf hier morgen niet een hele dag zien pootje-baden. We zien ons ook niet in deze hitte met een gids de “3 watervallen toer” lopen, een dagwandeling naar maar liefs drie watervallen, waarvan we binnen één uur er nu dus al twee hebben gezien. De tijdsinvestering is de wandeling naar waterval nummer drie die minder grandeur zou hebben als deze Tad Lo en mogelijk zelfs (niemand kon ons uitsluitsel geven) droog zou staan. Aan het eind van de middag wordt water van een bovengelegen dam vrijgelaten en kan deze waterval aanzwellen, maar dan is de toegangspoort gesloten. Hmmm wat gaan we doen? We lopen terug en zien de twee olifanten net het water in lopen. We kunnen vinkjes zetten achter 2 van de 3 watervallen en achter het bad van de olifanten en besluiten maar één nacht te blijven en morgen terug naar Pakse te gaan. 

’s Avonds eten we met het Chileens-Spaanse stel. Ze vertellen dat ze door het gesprek met ons tijdens de lunch geïnspireerd zijn geraakt en overwegen om aan het eind van 2019 op de fiets naar Patagonië te willen gaan. Patagonië lag al in hun planning, maar die fiets is nieuw. Wat leuk! We hopen ze daar te zien, want eind 2019 staat Patagonië -als start van deel 2 van onze wereldreis- ook op onze planning. 

 

Als we terug naar Pakse fietsen realiseren we ons dat we op de hele Loop geen fietser zijn tegengekomen, ook al fietsen we (alweer) tegen de meest gebruikte richting. Er zijn ook serieus veel minder toeristen op scooters op de Bolaven Loop dan op de Thakhek Loop en dat begrijpen we wel. De Loop zelf is niet bijzonder mooi maar meer een route langs bijzonder mooie watervallen. De jungle is wat aan de droge kant zo aan het einde van het droge seizoen. We hadden verwacht veel koffie te zien en dat zagen we op de hoogvlakte rond Paksong, maar verder op de Loop wordt vooral cassave verbouwd. Dit gewas is niet aantrekkelijk om te zien, zowel voor en na de oogst. De stam van de plant is net overal gerooid en rechtop aan de kant gezet en alles er om heen wordt opgefikt. De landerijen smeulen en branden en in de dorpjes is het niet veel beter. De vuilniswagen heeft hier zijn intrede nog niet gemaakt. Afval wordt in kleine hoopjes in de berm in de hens gezet.

 

In Pakse zoeken we ons hotel weer op waar we onze kampeerspullen hebben achtergelaten. Het hotel biedt ons voor een zacht prijsje een voor ons gevoel overdadige luxe, na een weekje gezweet: airco, linnengoed, ontbijt enzo.

 

Onder Pakse liggen de resten van een oude stad en tempelcomplex. We fietsen tegen het middaguur ongeveer voor de deur van de tempel langs en besluiten een kijkje te nemen. Op de borden voor de ingang staat dat wandelingen, eventueel gecombineerd met kanovaren minimaal 3 uur tijd kost. Dat zien we niet zo zitten op het heetst van de dag, maar we twijfelen ook of het bord info geeft over een bezoek aan de tempel of aan de omgeving ervan. Als een groepje westerse toeristen aan komt wandelen vragen we het hun. Ze raden een bezoek aan. Het zal ongeveer een uur duren om het complex te bekijken en er zijn een hoop traptreden te nemen met een mooi zicht op de vallei als beloning. De stad en tempel zijn in de 5e of 9e eeuw gesticht, daar zijn onze bronnen niet eensluidend over. De ruïnes van de tempel zijn bouwwerken uit de 11e tot 13e eeuw zijn. Het tempelcomplex is erg vervallen maar nog steeds imponerend en beslaat een groot gebied met inderdaad veel traptreden die uiteindelijk leiden tot een bronnetje, waar ooit Shri (Lord) Shiva gebadderd zou hebben. Dat verklaart meteen de aanwezigheid van het tempelcomplex.

 

‘s Middags checken we in bij een heel fijn guesthouse in Soukhouma waar niet veel later een fietser het terrein op komt! Dave uit New York City fietst in zes weken van Bangkok naar Hanoi. We wisselen een hoop tips uit aangezien we in tegengestelde richting fietsen en zoeken ‘s avonds samen met Dave een plek om te eten.

 

Dave is in één dag vanuit Don Det, het populairste eiland van de 4000 Islands, gefietst en wij denken dat als Dave het kan (weliswaar met wind-mee), wij dat ook kunnen (weliswaar met wind-tegen) en zetten de volgende ochtend vroeg koers naar dat paradijs. Dave ligt dan nog lekker uit te slapen in het fijne guest house. Wat opvalt is dat de temperatuur bijna aangenaam is. Het is veel koeler dan de afgelopen dagen. Wat ook op alt is dat er een hele donkere lucht boven ons hangt die waarschijnlijk de reden is van de bijna aangename temperatuur. We fietsen een aantal kilometer naar het oosten totdat we de oever van de Mekong bereiken en slaan dan de weg in die we zo’n 60 km zullen gaan volgen op de westoever van de Mekong. Helaas is het wat gaan regenen wat niet erg was geweest ware het niet dat de weg onverhard is en hoe harder het gaat regenen hoe meer en meer we in de blubber terecht komen.  Na 10 km glibberen we te voet van het talud af om op een klein pontje te stappen. De veerman sleurt ons via een touw naar de overkant van een zijrivieren van de Mekong. Eenmaal aan de overkant helpt hij ons om het glibberige talud op te komen. Het vervolg is loodzwaar maar ook uniek mooi. We zien dikke witte eenden badderen in de oranjerode waterplassen midden op de weg en er gekleurd uitkomen. De planken op de ons inmiddels bekende geinige Laotiaanse bruggetjes zijn zover doorgerot dat het beter is om door het midden over de dwarsbalken te fietsen. De lokale bevolking van de aaneenschakeling van vissersdorpjes groeten ons met nog meer enthousiasme dan ooit eerder meegemaakt. Palmbomen en bamboe vormen een laanbeplanting tussen de weg en de brede rivier. 

 

Na bijna 50 kilometer ploeteren kiezen we eieren voor ons geld. We pakken een veer over de Mekong en keren wederom terug op de hoofdweg nummer 13. We stampen stevig door tot bij het veer naar eiland Don Det. Direct na het veer ligt Little Eden Guest House, een tip van Sanna en Sammy, de Deense familie die we in Vientiane hebben leren kennen en die we op een haar na missen. Zij zijn vanmorgen uitgecheckt en wij checken ‘s middags in. Het hotel is een beetje boven ons budget maar het ziet er zo geweldig uit. Dan vertelt de Belgische manager dat de elektriciteit op het eiland net is uitgevallen en dat onbekend is hoe lang het gaat duren. Oké, geen warme douche, dat is geen probleem. Nee, zegt de manager, helemaal geen water! De waterpomp is elektrisch en werkt dus ook niet. We zitten onder de modder en stinken uren in de wind van het zweet. Enigszins gelaten ploffen we gedwongen neer op het terras aan het water en bestellen een biertje die de Belg nog flink koud heeft staan ondanks dat ook de koelkast het natuurlijk niet meer doet. Twee uur later zijn we dolblij als we horen dat er diverse apparaten weer aanslaan. Yes, op naar onze badkamer!!!

 

Om meer te zien van de eilandjes fietsen we de volgende ochtend een rondje Don Det en een route op Don Khon dat de vorm van een spinnenweb benaderd. De kleine eilandpaadjes door akkers en bos leiden naar watervallen, strandjes en dorpjes. De koele bewolkte start van de ochtend maakt heel snel plaats voor een zonnige vochtige tropische hitte. We hobbelen en stuiteren bijna 30 kilometer en onze vochtige billen dienen een officieel protest in dat dit toch niet de bedoeling kan zijn van een rust- en hersteldag!? Maar op het eind kunnen we weer een vinkje zetten en liggen we ‘s middags welverdiend bij het heerlijke zwembad van het hotel. Op dit pittoreske eilandje kijken we uit over de machtige Mekong, die hier kilometers breed is. De tijd lijkt stil te staan en een rust, maar ook een blijkbaar uitgestelde vermoeidheid, daalt over ons neer. Nog even herstellen, rusten en lui zijn en dan op naar het volgende land: Cambodja!


«   »