Noord Laos

Gepubliceerd op 25 februari 2019 12:00

Onze fietsroute door Laos omvat grofweg twee lussen. Eerst een noordelijke lus waar we richting Chinese grens fietsen om dan geleidelijk af te buigen naar Luang Prabang, de stad waarnaar alle toeristen bij de grens per boot vertrekken. De tweede lus gaat naar zuiden waar we bij Vientiane zullen afbuigen naar het oosten langs de Mekong. In Vientiane bekijken we of we door zuidelijk Laos naar Cambodja fietsen of dat we een grotere lus via Vietnam fietsen. Als we door Vietnam gaan, moeten we in Vientiane een visum aanvragen. 

 

De eerste dag begint goed: we hebben geen geld voor de shuttlebus die verplicht is om de grens over te steken. De grensovergang naar Laos is een grote nieuwe brug met enorme grenskantoren aan beider zijde. Alles is door Chinezen gebouwd. Voetgangers èn fietsers moeten in de bus stappen om over te steken. Onbegrijpelijk, de brug is ruim gedimensioneerd en er zit nauwelijks verkeer op, maar het is niet anders en wel vervelend omdat die stomme verplichte shuttlebus geld kost. Het kost 20 bath per persoon en 100 bath per fiets. Op zich geen onoverkomelijk kosten, maar we hebben in Thailand nog een weekendje vrijaf genomen en alle Bath-jes die we nog hadden opgemaakt. Het Thaise Namkhong guesthouse was een heel fijn plekje waar we de blog & video over Thailand hebben gemaakt. We hebben er ook de tik uit trapas gehaald. Eindelijk! Jippie! Pilot Cycles, bedankt voor de tips en trucs! 

 

De sfeer is het guesthouse was erg prettig; de Française Virgini, een Duits stel, een Nederlandse jongedame, twee Belgische vrouwen en vele andere gasten, iedereen kletst met elkaar en geniet van dit resort met - als kers op de taart - een heel fijn klein zwembadje. We zijn er gebleven totdat het geld op was en daardoor staan we met 6 bath voor het loket voor de shuttlebus en dat is te weinig. De pinautomaat bij de grens accepteert geen buitenlandse bankkaarten en we wandelen weer langs de douane een stuk terug naar een andere pinautomaat terwijl de uitcheckstempels al in ons paspoort staan.

 

Bij het grenskantoor in Laos wisselen we de vers gepinde Thaise baths in voor smetteloze US dollars om het visum te betalen zijn en de rest in Laotiaanse kip. We horen later dat alleen crispy&shiny dollars worden geaccepteerd en dat is erg grappig als je er achter komt hoe vies het briefgeld is in Laos. Muntjes kennen ze hier niet. In één klap zijn we multimiljonair! Een euro staat gelijk aan 10.000 kip. 

 

De meeste toeristen nemen vanaf de grens een boot naar de stad Luang Prabang. Wij fietsen in noordelijke richting en er is direct geen toerist meer te zien. Kinderen langs de weg zwaaien enthousiast naar ons en rennen soms naar de wegkant om onze handen aan te tikken. Wat verder (helaas) opvalt is dat het afval in de berm terug is van weggeweest. In Thailand waren de bermen over het algemeen schoon. 

 

Na een dag met toch nog aardig wat hoogtemeters komen we aan in Don Chai. Het guesthouse daar lijkt dicht te zijn en de mensen die we in de buurt aanspreken gebaren om verder door te fietsen. We vinden iets verderop een shabby kamer in Guesthouse Dormitory Sainamhgao. Een restaurantje zit weer even verderop aan de weg. In gebarentaal bestellen we avondeten en krijgen plakrijst met een omelet en soep. 

 

Als we de volgende morgen de bidons willen vullen met de kleine flesjes water, die we hebben gekocht, verraadt de geur dat we 5 flessen pure alcohol te hebben gekocht in plaats van water. Wat zouden ze gedacht hebben toen we deze flesjes vlak voor het slapen gaan hebben gekocht? Gelukkig kunnen we ze omruilen voor gewoon water. Wat zal er gegniffeld zijn achter onze rug! Bij het eettentje van gisteravond gaan we om 7 uur ‘s ochtends ontbijten. We komen aan met een rammelende maag. De eettent zou vanaf 6 uur geopend zijn maar lijkt alweer te zijn gesloten? Gelukkig willen ze voor ons nog wel een noodle soepje bereiden. Echt smakelijk is die helaas niet en hij zit vol met stukjes bot; een kip wordt hier gewoon in kleine mootjes gehakt met alles erop (en erin!) en vervolgens in de grote pan gegooid. De soep is niet in staat om onze honger helemaal te stillen. Na een paar kilometer fietsen verorberen de eerste zak met dubbel verpakte mierzoete mini-cakejes die we samen met de flesjes alcohol hadden gekocht. Het is nog koud en redelijk mistig en er wordt net zoveel gezweet als gistermiddag als we de eerste beklimming doen die ons 500 meter hogerop brengt. Dit hoogtepunt wordt echter alsmaar uitgesteld doordat we een keer of vier weer eerst mogen afdalen voordat we uiteindelijk de ‘top’ bereiken. De tweede zak met minicakejes is dan ook al verorberd. Het doel voor vandaag is of 55 km naar Vieng Poukha of 110 km naar Luang Namtha. Ook al is het nog vrij vroeg, bovenop weten we dat Luang Namtha ‘een brug te ver’ is. 

 

In Vieng Poukha kiezen we voor een charmant bungalowtje van het Thongmyxai guesthouse waar een goedlachse vriendelijke gastvrouw ons warm welkom heet. We bladeren door het gastenboek en zien de naam ‘F. Van Rijn’ uit Nederland staan. Dat moet de wereldfiets-pionier en tevens reisboekschrijver Frank van Rijn wel zijn. Hij heeft hier een jaar geleden overnacht. 

 

Bij het uitpakken van de fietstassen komt Roelie erachter dat haar e-reader ontbreekt. Waarschijnlijk is die achtergebleven in de shabby kamer in Don Chai. Het lieve gastvrouwtje belt met het guesthouse in Don Chai en daar vinden ze inderdaad een e-reader en er wordt beloofd dat die nog vandaag of morgen naar ons toe komt. Prettig geregeld! 

 

We kunnen dus lekker genieten van op de veranda van uit hutje met uitzicht op een riviertje. We doen een paar inkoophes bij een mini-“winkeltje” even verderop. De zon gaat onder en de luidsprekers aan de laterenpalen gaan aan. Uit de boxen komt een uur lang een hoop geleuter, reclameboodschappen en het volkslied. Overigens, dat van het geleuter weten we zeker, het overige niet. Later blijkt dat dit elke dag gebeurt, bij zonsopgang en zonsondergang; je zou er maar naast wonen. Op de weg terug naar ons guesthouse zien we op de weg verf aangebracht. Dat hebben we op de weg hier naartoe  al eerder opgemerkt. De verf is niet van wegbeheer om onderhoudsplekken te markeren maar toont de setting van het onderzoek van ongelukken. De markering in ons dorp toont de macabere omtrek van een slachtoffer. 

 

De volgende ochtend eten we een flinke portie fried rice met heel veel verse groenten uit eigen moestuin van het lieve gastvrouwtje. Daarna is het min of meer wachten op de bus met e-reader. Later is nog eens beloofd dat de e-reader om 10 uur met de bus wordt meegegeven en om 12:30 uur wordt verwacht. Dat stelt ons in staat om in de middag nog de rest van de etappe doen naar Luang Namtha, al zal het wel heet worden. Koude ochtenden worden hier steevast opgevolgd door bloedhete middagen. 

 

Roelie heeft de e-reader van Harry geconfiskeerd, dus Harry werkt de blog bij. Rond het middaguur, we hebben onze fietsoutfit al aan en de fietsen zijn alweer bepakt, krijgen we de indruk dat er iets mis is. Onze lieve gastvrouw is druk gebaren aan het maken en begint te bellen. Uiteindelijk krijgen we een man aan de lijn die uitlegt dat de e-reader niet met de bus is meegegaan en meldt iets over kinderen. Het is ons niet helemaal duidelijk, maar feit is dat de e-reader nog steeds in Don Chai ligt. Allerlei opties om de e-reader op te halen of te laten brengen passeren de revue; uiteindelijk gaat de man des huizes de reader met zijn auto halen. Het is inmiddels 13 uur en de rit zal op en neer iets van 4 uur in beslag nemen. We boeken dus nog een nachtje bij en Roelie gaat zitten broeden op een verzekering om nóóit meer de reader ergens te laten liggen. Deze Vogel doet dat op geheel eigen wijze: half slapend in de hangmat met Harry’s e-reader op haar schoot...

 

Op zo’n dag, mijn e-reader afgestaan aan Roelie en zittend op de veranda van een uiterst eenvoudig hutje met zicht op het riviertje dat door het dorp stroomt, krijg je een beeld van de eenvoud van het dagelijkse leven hier. De mensen zijn vroeg op, bij het eerste daglicht. Ze wassen zich in dit riviertje ‘s morgensvroeg en/of in de late namiddag. De dames doen dat uiterst bedreven gekleed in een sarong. De kleren worden dan in hetzelfde riviertje gewassen. Het gebeurt gezamenlijk, met geklets en gelach. Over het riviertje is een provisorische brug van twee bamboestammen gemaakt. De school ligt aan de overkant, dus een heleboel kinderen neemt deze wiebelende horde, heen en terug. Daarbij wordt er gelachen, gepest (extra wiebelen en met water gespat) en natuurlijk gefoeterd. Je betrapt jezelf dat je blijft kijken of er iemand vanaf valt (niet gebeurd). ‘s Middags wordt er gezwommen en gespeeld en zien we jonge knullen met een duikbril en een soort zelf gebouwde harpoen naar visjes speuren. Verder een hoop gesjouw met emmers en gieters water vanaf de waterkant het hoge talud op naar de hutjes. Het is mooi, vredig en we hebben echt de indruk dat men hier gelukkig is met weinig. We lezen wel eens op social media in een van de vele communities voor fietsreizigers dat men iets voor deze mensen wil doen (wat?). Dat wij fietsers uit het rijke Westen bevoorrecht zijn omdat we kunnen doen wat wij doen (lange afstand fietsen). Dat deze mensen die mogelijkheid niet hebben. Maar hunkeren wij (in ieder geval de wereldfietsers) niet naar een dergelijk bestaan? Naar de eenvoud van leven? Worden we niet een beetje ongelukkiger door materialisme, bezit of de hunkering daarnaar? Om nog niet te spreken over stress, dagelijkse gejaagdheid en geklaag over niets... Pfff, sorry voor dit intermezzo, het zijn maar wat mijmeringen van een ex-manager op een fiets ;-) 

 

Als de e-reader komt blijkt die vastgelopen te zijn. Na een reset staat het lettertype of de maximale grootte. Aha, waarschijnlijk hebben kinderen ermee gespeeld, totdat het niets meer deed en durfden ze ‘m toen niet meer mee te geven. Nou ja, na de reset werkt die weer als vanouds en hebben we een heerlijk dagje zitten lezen, kijken en mijmeren.

 

O ja, hebben we jullie al verteld dat we elkaar met Valentijnsdag getrakteerd hebben op sandalen? We vinden ze niet mooi en sandalen worden in het algemeen door Roelie verguist, maar ja een fietser kijkt alleen naar praktisch nut en niet naar uiterlijk vertoon, toch? Het is ’s middags zo warm in onze fietsschoenen dat het lijkt ons beter lijkt (en voor de mensen om ons heen) als we de tenen wat meer laten ventileren tijdens het fietsen. Bijkomend voordeel; de voetjes krijgen ook al wat kleur. Maar jullie moeten echt tegen niemand verder vertellen dat het ’s ochtends zo koud was dat we met sokken in de sandalen zijn vertrokken! Zijn er nog grenzen?

 

De etappe vandaag is mooi, vooral in de ochtend. We fietsen door idyllische dalen, langs en over leuke beekjes en door groene rijstvelden. Verder is er veel tropisch groen met als enige dissonant: de aangeplante rubberbomen die er allemaal mistroostig uitzien, of door het seizoen of door het aftappen. We fietsen ook door een soort National Park met veel toeristische investeringen: een botanische tuin, een zwem/waterparadijs, een visitorcenter, allemaal nieuw en allemaal hartstikke leeg…

 

Na dik 90 kilometer bereiken we het “rommel-dorpje” Nateuy. Dit stoffige dorp ligt dicht bij de Chinese grens en dat is te merken. Overal Chinezen die rochelen en spugen en een gezin komt het restaurant binnen met een hond in een zak. Ook eerder al zijn de Chinese invloeden zichtbaar. Grote bedrijven vooral gericht op delfstoffenwinning, bouw en rubber- en bananenplantages, zijn steevast in Chinese handen gezien de Chinese tekens op de bedrijfsborden. Op de weg rijden alleen Chinese vrachtwagens van en naar China. Heen, meestal volgeladen met bananen. En er jakkeren snelle sportwagens en dikke SUV’s met Chinese nummerborden over de wegen, ze toeteren er helaas ook op los.

 

We zijn blij als we dit lelijke dorp weer uitfietsen. Het wordt weer een mooie etappe die echter mooier had kunnen zijn als er geen mega chinees bouwproject in uitvoering was. Een miljarden kostende hogesnelheidsspoorlijn wordt tussen China in de richting van Vientiane aangelegd, een werkelijk civieltechnisch hoogstandje met tunnels, hoge kilometers lange bruggen, berg-doorsnijdingen, noem maar op. Hier kunnen wij wel van smullen, maar het is jammer dat overal om ons heen grond en delfstoffen worden gewonnen en er langs het traject giga betoncentrales zijn opgezet. Herhaaldelijk kruisen we het traject van de spoorlijn. Het megaproject is een voorbeeld hoe China haar invloed uitbreidt in dit land dat zelf geen geld heeft om haar eigen bestaande hoofdwegen-structuur op peil te houden. Onderweg komen we de Oostenrijkse fietsers Chiara tegen die op weg is naar China. Zoals gebruikelijk maken we een praatje en wisselen tips uit over wat voor en achter ons ligt. ’s Avonds komen we in Oudomxay aan, de eerste stad die we aandoen op onze reis door Laos. Ook voor het eerst: een badkamer met zittoilet én wastafel (én ontbijt). Een tip van Chiara.

 

Vanaf Oudomxay fietsen we regelrecht de natuurpracht van noord-Laos binnen. Het belooft een pittige dag te worden met twee beklimmingen naar ongeveer 1300 meter hoogte en in totaal 1700 hoogtemeters. Al vrij snel beginnen we met een beklimming waar de tropisch begroeiing aan weerskanten van de weg boven ons in elkaar strengelt. In deze pracht zien we een bordje met “waterval, 50 meter verderop”. We betalen ieder met 5000 kippen en lopen na de waterval. Het is mooi, het is rustig, we zijn de enigen want het is nog vroeg. Of toch niet… achter ons komen twee westerse mannen aanlopen in fietsoutfit! Het zijn José-Luis en David uit Andalusia. Zij fietsen door Thailand en Laos en zijn superaardige gasten. Jammer dat David geen Engels spreekt, of beter: jammer dat wij (nog?) geen Spaans spreken, gezien het tweede deel van onze wereldreis. Maar dankzij José-Luis wordt er lekker wat afgekletst. Gezien het feit dat wij zeker twee keer zoveel bagage bij ons hebben, zijn zij wat sneller in de beklimmingen en wij wat sneller in de afdaling. Zo komen wij deze leuke gasten vandaag nog drie keer tegen.

 

Bij de tweede ontmoeting houden de Spanjaarden een kipbreak: ze hebben wat papieren kippen ingewisseld voor een gegrilde kip met een huid van plastic waar alleen Harry’s Turkse mes doorheen klieft. Bij de derde pauze staan ze met ijsjes van de ijscoman. De Spanjaarden beginnen ook uit te delen aan een paar kinderen en binnen de kortste keren staat er een hele horde kinderen om ons heen. Bij de vierde ontmoeting zitten wij al aan een koud biertje in dorpje Pakmong en hier scheiden onze wegen. Ze blijven hier overnachten en fietsen dan oostwaarts. Wij gaan naar het zuiden en om de etappe van morgen in te korten besluiten we nog even de tanden op elkaar te zetten en 14 kilometer verder te gaan. Bij het afscheid van deze sympathieke mannen zeggen ze dat hun huizen in Andalusia voor ons altijd openstaan en José Luis laat zijn contactgegevens achter.

 

De weg tussen Oudomxai en Pakmong is een geweldig goede weg met nieuw asfalt. Nadat we afslaan richting Luang Prabang komen we op een minder goede weg terecht. Na 14 kilometer bekijken we in Ban Sang een paar guesthouses. Grappig genoeg horen we na dat we de keuze hebben gemaakt, dat twee nachten eerder een fietsvrouw uit Oostenrijk er gast was. Dat moet Chiara zijn geweest.

 

We vinden dichtbij een leuk restaurant en omdat het zaterdagavond is stroomt het aardig vol met Laotianen. Een tweetal jongens bieden ons lallend een Welcome-to-Lao biertje aan. Dat we die getrakteerd kregen leverde na het vertrek nog wat misverstand op met het bedienend personeel, maar uiteindelijk blijkt alles oké en zoeken we vermoeid ons bedje op. Strompelend niet vanwege de biertjes, maar vanwege de breuk van een slipper van Roelie. 

 

Er rest dan nog steeds een afstand van 100 km naar Luang Prabang, het toeristisch hart van Laos. Om 7 uur zitten we al op het zadel. We wisten dat de weg op en neer zou gaan, maar dat die op honderden plaatsen opengebroken zou liggen, hadden we niet verwacht. De eerste 60 km zijn daardoor heel zwaar. Wat blijkt, alweer een mega chinees project krijgt vorm: de bouw van een stuwdam door ChinaPower en alles wat daarmee verband houdt. In de weg die nu langs de prachtige rivier loopt, wordt niet meer geïnvesteerd: grote delen van deze weg komt onder water te staan. Na de dam is de weg weer even iets beter en kunnen we heel even om ons heen kijken. Het is wederom een prachtige rit, maar omdat we continu de ogen op de weg moesten houden, konden we er maar weinig van genieten vandaag.

 

Onderweg komen we langs de weg een kleine dagmarkt tegen met vooral “vers”-producten zoals vlees, fruit en groenten. Naast de gebruikelijke waar valt ons oog op een beest dat te koop wordt aangeboden. Het lijkt te zijn aangereden, maar dat weten we niet zeker. Later speuren we op internet wat het beest kan zijn geweest; het enige dier dat er iets op lijkt is de ringstaart maki, maar die komt alleen in Madagaskar voor. Dus voor het eerst verschijnt hier een publieksvraag in onze blog: heeft iemand een idee hoe dit beest heet?

 

Vlak voor Luang Prabang wordt de weg weer slecht en komen we weer dat andere miljarden project tegen: de bouw van de spoorlijn. We zien een enorme brug over de majeustieuse Mekong die iets verder oostelijk met een tunnel de berg in verdwijnt.

 

Pas als we het centrum van Luang Prabang binnenfietsen ‘duiken’ overal toeristen op. Het is een bijzondere mix van westers en chinees, jong en oud, (wannabe) hippies en macho boys en pretty girls. We besluiten een dagje te blijven en de volgende dag deze stad die op de lijst van World Heritage staat wat beter te leren kennen. Natuurlijk moeten de beenspieren even los worden gedraaid en fietsen we een rondje door de stad. Op een piepkleine tour door het oude hart van de stad ontmoeten we Martin uit de USA (vanuit HoChiMin, via Hanoi op weg naar India en verder), Pieter uit Duitsland (vanuit Duitsland ongeveer dezelfde route als wij maar dan wel door Iran en in sneltreinvaart) en Ken ook uit de USA (nu twee maanden door Indochina en blijft nog rondfietsen totdat hij naar een huwelijk gaat in Albanië, ja echt Albanië). Iedereen houdt hier een welverdiende rustdag, maar blijkbaar kunnen we allemaal de fiets toch niet laten staan.

 


«   »