Kutaisi – Tbilisi (Georgië 3)

Gepubliceerd op 26 oktober 2018 09:00

Het laatste deel van onze route door Georgië brengt ons van Kutaisi, via allerlei back-roads, naar de hoofdstad Tbilisi. De hoge Kaukasus laten we definitief achter, al blijven we nog dagen lang de machtige bergtoppen zien. We verheugen ons op Tbilisi, maar wat minder in de weg daar naartoe. We verwachten een aantal saaie etappes. Gelukkig is deze verwachting niet uitgekomen.

 

Ivan (onze Engelse vriend uit het Warmshowers-netwerk, zie vorige blog) heeft een nieuwe route app getipt, die hem niet door weilanden stuurt of op koeienpaden laat belanden: Mapy.cz. We gaan die maar eens proberen vandaag. Al in Kutaisi gaat het mis. De straat, die we moeten nemen, is vanwege wegwerkzaamheden afgesloten. Dat kan Mapy.cz natuurlijk ook niet weten. We rijden de S14 weer op die naar Borjomi NP leidt. Daar zijn we 10 dagen terug van afgedaald. Deze keer verlaten we de weg even ten zuiden van de stad en draaien een onverharde weg op. Al snel is er niets meer te zien van de wasbeurt, die de fietsen in Kutaisi hebben gekregen. Maar de weg is fijn vlak.

 

Een boer met een wapperhoed is net op de fiets gesprongen en gaat een vrolijk wedstrijdje hard fietsen met ons aan. Hij verliest zijn hoed en verliest de wedstrijd. Even later draait een jongen te paard met een hond de weg op. Zijn hond wordt direct aangevallen door een paar erfhonden. Gelukkig pakken de erfhonden ons niet. Misschien wel handig zo. We rijden een aantal kilometer gezamenlijk op totdat deze hond steeds irritanter wordt en af en toe naar onze kuiten hapt. De jonge ruiter roept naar zijn hond, maar die trekt zich er erg weinig van aan. We stoppen en laten ze uit het zicht verdwijnen.

 

In Zestaponi kopen we een brood uit de tandoori oven. Je krijgt brood mee op een velletje papier. Wij kopen er maar ene, maar vele mensen lopen met een stapel brood weg balancerend op nog steeds dat ene velletje papier. Het brood komt net uit de oven en binnen de kortste keren is de helft op zonder het brood te beleggen.

 

In Zestaponi komen we kort op de snelweg te fietsen. In een paar kilometer passeren we een oneindig aantal restaurantjes, café’s en koffietentjes. We fietsen als het ware door een drukke horecastraat.

 

Na de vlakte volgt zoals altijd geaccidenteerder terrein en trekken we ruigere rotsige groene heuvels in. Daar ligt het dorpje Khasguli. Na enkele weken Georgië verlangen we nog steeds terug naar de hartverwarmde gastvrijheid van Turkije. Hier kijkt (bijna) iedereen nors en onverschiilig. Toeteren doen ze wel, maar om ons te laten weten dat ze in aantocht zijn en dat we maar beter aan de kant kunnen gaan. Veel auto’s rijden zonder bumper rond en met barsten in de voorruit. De helft heeft het stuur op rechts en de andere helft op links. We zien verschillende voormalig Nederlandse bestelbussen rijden: De Ploeg uit Helmond brengt huiswijn rond, Aluminium Kozijnen uit Posterholt is nu een marshrutka (minibus voor personenvervoer) en de bus van Dr Diamond voor allerhande kinderfeestjes werkt nu in de bouw.

 

Het dorpje Khasguli heeft een hotel en op de deur hangt een telefoonnummer. Er is niemand binnen. Gelukkig komt de eigenaar net aanlopen. Hij spreekt geen Engels. Bellen was waarschijnlijk een moeilijke sessie geworden, maar met gebarentaal en google translate komen we een heel eind. Hij wijst op een café onder het hotel waar we – als we de gebarentaal goed begrijpen – ook iets zouden kunnen eten. Na een douche lopen we in de richting van het treinstation en komen erachter dat dit een nietszeggend dorp is met een hoop supermarktjes met allen een zeer beperkt assortiment. Als we terug bij het café onder het hotel aankomen zijn de lichten gedoofd en vragen we een voorbijganger of er ergens iets kan worden gegeten. Hij gebaart ons in de richting van het station. We lopen terug naar een miniwinkeltje dat een paar tafels en stoelen binnen heeft staan. Een menukaart is er niet. Er is één optie voor eten: Chatsjapoeri, kaasbrood en één optie voor bier: Bavaria. We zijn de enige gasten in het enige ‘restaurant’ van het stadje. De volgende ochtend is het fruitstalletje nog gesloten en ontbijten we met brood en zoute witte kaas.

 

Direct buiten het dorp verdwijnt het asfalt onder de wielen en fietsen we op een onverharde weg vol kuilen en stenen. Langs ons loopt een spoorlijntje. De route is best leuk. De dorpjes ogen verlaten en uit een ander vervlogen decennium. We hebben gehoord dat de afgelopen periode veel Georgiërs hun toekomst buiten Georgië zoeken. Van de eerdere 5 miljoen telt het land nu nog 4 miljoen inwoners.

 

Als we aan het eind van de dag weer asfalt onder de wielen krijgen fietsen we op de snelweg door de stad Surami die overloopt in de stad Khashuri.  Langs de weg staan wel 200 kraampjes die allemaal exact hetzelfde verkopen: nazuki, zoet kaneelbrood en allemaal hebben ze dezelfde ‘aanbieding’: 5 kaneelbroodjes + 1 fles water. Af en toe zijn de kaneelbroden te zien, maar het overgrote deel van de kraampjes laat het verkoopwaar zien in een stenen variant. Een vetpot zal het niet zijn. Iedereen rijdt de kraampje voorbij. Wij ook.

 

In Khashuri fietsen we per ongeluk het centrum voorbij. Er is dan ook eigenlijk bijna geen centrum. Wat we aan de achterkant vinden is een zeer populair kebabtentje. Het is misschien iets te vroeg om te gaan eten, maar we besluiten te proeven wat er zo populair is en wachten een tijd voordat ook onze bestelling klaar is. Met een dikke en erg lekkere wrap dönner fietsen we naar een guest house. De straat, waar aan het guest house ligt, is een typische Georgische straat: onverhard en geplaveid met koeien- en varkensstront met aan beide zijde van de weg hoge muren en hekken die de grote huizen met dito tuinen aan het zicht onttrekken en van waaruit een woedende hond is te horen. Onze gastvrouw spreekt bijna geen Engels en belt haar dochter, die in Barcelona is, om met ons te spreken. In en om haar huis wordt de oogst verwerkt. Op de tafel liggen appels en peren te drogen en er staan mega wekpotten in de keuken met spruiten, bloemkool en nog veel meer.

 

Het ontbijt is een beetje prijzig bij dit guest house en daarom kopen we zelf brood, kaas en yoghurt. We vragen of we een koffie kunnen krijgen. Na enige tijd seint ze ons in dat de koffie in de keuken klaar staat. Er staan twee kleine porseleinen kopjes met gezoete koffie en een dikke laag drab onderin: yep Turkse koffie. Naast de koffie staat een bord geschilde appel- en perenpartjes, een kommetje honing en een schaal walnoten en dat blijkt nou exact hetgeen te zijn om van ons boterhammetje zoute witte kaas een verrukkelijk ontbijt te maken. Culinair hoogtepuntje in Georgië: broodje kaas, peer, honing & walnoot. Perfect om die vieze koffie mee op te slurpen.

 

De weg van Khashuri naar Gori is saai. Het is bovendien koud en er is regen voorspeld voor de middag. We zetten er aardig de gang in over goede asfaltwegen. Mapy.cz biedt ons een short cut aan die ons aanvankelijk over een goede asfaltweg leidt, maar vervolgens in een onverhard paadje tussen wat huizen door gaat en daarna het wijde veld in. Helaas, ook Mapy.cz stuurt je soms naar niet bestaande paden. Het karrenspoor dat we volgen ligt bezaaid met huisjesslakken (of eigenlijk villaslakken, want de huisjes zijn mega-groot evenals de slakken). Uiteindelijk komen we wel weer op de route uit.

 

In Gori zien we donkere wolken boven ons hoofd samenpakken. We laten de geboorteplaats van Stalin en de stad, waar in 2008 een vijfdaagse oorlog heeft plaatsgevonden en cameraman Stan Storimans is omgekomen, links liggen en fietsen door naar een dorpje verderop naar Gogi’s wine cellar & guesthouse. Gogi schotelt ons ’s avonds een mooi diner met wijnproeverij voor en met de lekkerste wijn trekken we ons terug in dit mooie guest house.

 

Vanaf Gogi’s guest house is het een kleine 10 kilometer naar Uplistsikhe, een oeroude cave town, waar ooit 20.000 mensen hebben gewoond, maar sinds de middeleeuwen is verlaten. We komen vlak voor de openingstijd aan en zijn daardoor de eerste en lange tijd enige bezoekers aan de verlaten stad.

 

Om van Uplistsikhe terug te komen op de asfaltweg komen we voor een ondergelopen spoortunneltje te staan. We durven er niet door te fietsen en duwen de fietsen het steile talud op en de rails over. De asfaltweg daarna en de route zijn prachtig en de zon is weer teruggekeerd.

 

De route eindigt vandaag in Mtsketa. De naam is moeilijk uit te spreken. De stad is mooi. Het was in de oudheid de hoofdstad van het Kaukasisch Iberië en het kent prachtige monumenten waaronder een oude kathedraal midden in het oude dorp. Het verhaal over de bouw van dit monument vertelt ons het volgende: een soldaat heeft de chiton (heilige tuniek) van Jesus meegenomen naar Mtsketa. Zijn zus Sidonia overleed direct toen ze de chiton aanraakte en werd erin begraven, omdat ze haar niet konden losmaken van de chiton. Op haar graf is een ceder geplant. In de middeleeuwen is de ceder gekapt en daar zijn 7 pilaren van gemaakt om er een kathedraal te bouwen. De zevende pilaar wilde niet op zijn plaats komen. De heilige Nina (projectmanager van de bouw van de kathedraal) heeft een hele nacht zo hard gebeden waardoor de laatste pilaar zonder menselijk contact op zijn plek schoof. Deze laatste pilaar wordt de ‘Life creating pillar’ genoemd en heeft vele wonderen verricht.

 

In het guest house kunnen we gebruik maken van de keuken en koken ons eigen potje pasta en drinken de heerlijke huisgemaakte wijn (natuurlijk in een 2e(?) hands PET-fles van de gastheer. Van de gastvrouw krijgen we de volgende dag een overdadig ontbijt en daarna wandelen we naar de kathedraal om onder andere de Life creating pillar te bewonderen. Het is er wederom lekker rustig zo vroeg in de ochtend. Nog geen groepen Aziatische toeristen met selfiesticks op dit uur. Alleen enkele monniken en paar gelovigen die komen bidden in dit bijzondere en indrukwekkende geloofshuis.

 

De route naar Tbilisi is kort en wordt naarmate we dieper de stad in fietsen drukker en drukker. We zijn in een tijdmachine gestapt. De decennia achterstand zijn weggewerkt en dikke auto’s crossen om het hardst door de stad vol moderne architectuur, hoogbouw en allerhande winkels en chique restaurants. We fietsen naar een appartementje dat we voor 5 nachten hebben geboekt. We zijn wat te vroeg en ploffen neer bij een terras naast het appartement. We raken in gesprek met de buurmannen. Het blijken Turkse expats te zijn en we vertellen hoe fijn we het hebben gehad in Turkije. Al snel worden Instagram-adressen uitgewisseld. Daarna is het tijd om de sleutel te halen en we stappen over de drempel van een uiterst leuk en smaakvol ingericht appartement: “your cozy home”. De naam kon niet treffender gekozen zijn. Winter is coming, dus zoals we al eerder gemeld hebben, laten we ons niet haasten in deze droom, die we met elkaar beleven. Consequentie is dat we Azerbedzjan, Kazachstan en Oezbekistan moeten missen. Maar de drab van de Turkse koffie heeft ons voorspeld dat we na deze wereldreis nog 6 keer op avontuur zullen gaan, dus dat komt vast nog goed. Voor nu: lekker om een thuis te hebben in een levendige stad na 4 maanden rondtrekken. Vanuit hier gaan we de vlucht naar Nepal en de verdere reis regelen, alles poetsen en wassen en vooral relaxen. Zin in!


«