Tour de France

Gepubliceerd op 10 oktober 2021 om 16:00

Onze dromen over een nieuwe wereldreis proberen we voorlopig nog te onderdrukken: nog een tijdje sparen en hopen op een betere wereld die zich weer opent. Dus nu beperken we onze fietswens tot Europa en één maand. Corona zorgt nog steeds voor een hoop onzekerheid bij het plannen van een zomervakantie in 2021. Begin juli loopt het aantal besmettingen in rap tempo op en Nederland kleurt donker rood op de internationale corona-kaart. Wat we echt niet willen is dat we ergens in quarantaine moeten gaan. Een wijde ronde vanuit thuis om Parijs is uiteindelijk ons plan, een tocht van circa 2.300 kilometer. De weersverwachtingen zijn een andere zorg. Aanhoudend wordt gewaarschuwd voor heftige neerslag die eerder in met name Duitsland en België leidde tot een natuurramp. Wat staat ons te wachten als we vertrekken? Weggespoelde wegdelen, verwoeste dorpen, kapotte bruggen en ontruimde campings. We stellen ons vertrek met een dag uit en dan met nog een dag en nog één. De vertrekdag valt uiteindelijk op 29 juli 2021 en we hebben de hele maand augustus nog vrij: On y va!! 

 

Vanuit Helmond fietsen we tegen de stevige zuidwesten wind langs het ons o zo bekende Eindhovens kanaal. Tot aan de Franse havenstad Dieppe blijven we in zuidwestelijke richting fietsen en tot diezelfde stad probeert de wind ons terug te blazen naar Helmond. Maar al in de eerste kilometers tussen Helmond en Eindhoven begint ons fietsershart al sneller te kloppen. Alle gedachten aan het werk verlaten ons hoofd en het grote genieten van het reizen op de fiets kan weer beginnen! Onze eerste overnachtingsplek is een Belgische bivakzone. Dat is een plek dat het dichts bij het echte wildkamperen komt, in België heb je daar nog meerdere van. Op zo'n 3 kilometer voor de bivakzone Wortel Kolonie stoppen we om de exacte locatie op te zoeken en komen er dan achter dat er geen plek voor ons is. Voor de bivakzones in België is recent een reserveringssysteem ingevoerd, waarschijnlijk vanwege corona. Dat wisten we niet. We wijken uit naar camping Molenzijdseplas en dat blijkt achteraf de duurste camping op deze trip te zijn en de minst fijne. We rijden een lelijk terrein op met allemaal semipermanente "caravans" en semipermanente bewoners die hun toevlucht hebben genomen tot deze "vrijstaat". Aan de rand van de grote "camping" is een smalle strook gereserveerd voor mensen die minder lang willen blijven dan een paar jaar. Daar zetten we ons tentje op en we verheugen ons op een verkwikkende douche. Het sanitairgebouw ligt een aardig eind verderop en heeft geen desinfectie, handzeep of wc papier. Voor € 35 hadden we enige hygiëne maatregelen verwacht. Maar we kamperen weer en onder het genot van een wijntje maken we in de avondzon ons favoriete pannetje pasta klaar. Zelfs op deze gribus camping overvalt ons het heerlijke unieke gevoel dat de combinatie van fysieke vermoeidheid en mentale euforie ons altijd brengt.

 

De rit verder door België brengt ons door Antwerpen en op de steile lange roltrappen met de bepakte fietsen in de tunnel onder de Schelde, wat best spannend is,  naar bivakzone Stropersbos. Deze keer hebben we keurig op tijd een reservering geplaatst en zijn we welkom. De bivakzone ligt verstopt in het bos en als er geen autosnelweg in de buurt had gelegen hadden we waarschijnlijk het gevoel gehad midden in de wildernis te mogen kamperen. Als we aankomen blijkt het een "luxe" plek met picknicktafels, waterpomp, soort van toilet (met toiletpapier) en een mogelijkheid om rond een kampvuur te zitten. En het is dus gratis.... Hoe geweldig zijn die Belgische bivakzones! Tussen de hekken, die de paarden buiten moeten houden, is plek voor 3 tenten en we krijgen later op de dag gezelschap: eerst komen de paarden ons inspecteren, later arriveren twee fietsers uit Luik en twee wandelpapa's met hun kroost. 's Avonds zitten we allemaal gezellig rond het kampvuur te kletsen en bakken we aan een stok marshmallows die de wandelpapa's mee hebben genomen. 

 

We fietsen door naar Gent en daar aangekomen helpt een dame ons aan een leuke route naar het centrum. Gent voelt heel anders aan dan het industriële en multiculti Antwerpen: historisch en mondain, hip en sfeervol. Als we in het centrum ronddwalen worden we aangesproken door een fietser die ons vervolgens een tourtje geeft door het centrum. Gent is een prachtige stad met aardige mensen. We doen een bakkie, maar fietsen daarna door naar Aalster. Dat stadje heeft een aardig plein met wat horeca, maar heeft verder niet veel om het lijf. Het weer is dusdanig belabberd, dat we een hotel boeken. We halen twee pizza's en zakken op onze hotelkamer op de bank en kijken naar de Olympische `Spelen in Tokio. De XL-versie van de pizza's waren dit keer inderdaad mega-groot, dus ietwat te vol gegeten kruipen we onder de lakens, terwijl het buiten giet.

 

Na de hotelovernachting in het stadje Aalster fietsen we in de aanhoudende regen naar Ieper, een stadje dat volledig verwoest is in de Eerste wereldoorlog en nadien met Duitse herstelbetalingen authentiek is teruggebouwd. Toegevoegd is de Menenpoort waar de namen van 50.000 gevallen soldaten uit het Gemenebest zijn gegraveerd, soldaten die van ver (en soms letterlijk van de andere kant van de wereld) hier naar het front zijn getrokken en nooit meer zijn teruggevonden. Rond Ieper geven de vele begraafplaatsen en verwijzingen naar loopgraven al een indruk van het massacre. Die indrukken staan in schril contrast met luidruchtige en kleurrijke kermis op de markt van Ieper. Over een week of drie zullen we op onze terugweg de loopgravenlinie van de 1e WO opnieuw doorkruisen in de buurt van Verdun.

 

Op dag 5 fietsen we met de eerste hoogtemeters achter de rug Frankrijk binnen. Tot dusver fietsten we door het Nederlandstalige deel van België. We fietsen door Frans Vlaanderen en alhoewel de plaatsnamen absoluut Nederlandstalig zijn, heeft het Frans hier het Vlaams verdrongen. Meteen wordt vandaag duidelijk dat ons Frans aardig te wensen overlaat. 's Middags bestellen we bij een dorpscafétje een kop koffie, dat ging nog wel goed, maar de perentaart die we als zoetigheid bij de koffie hadden besteld, bleek uiteindelijk een preitaart te zijn. 's Avonds arriveren we bij de camping die we op GoogleMaps hadden uitgezocht. De campingdame houdt ons echter tegen en we begrijpen dat we niet welkom zijn zonder Coronapas. We proberen duidelijk te maken dat we wel degelijk een pass sanitair hebben, zo noemen de Fransen het bewijs dat iemand volledig gevaccineerd is, dan wel negatief getest. Er zijn net weer strengere maatregelen van kracht geworden in Frankrijk en we vragen ons af of we er goed aan hebben gedaan naar Frankrijk te reizen. Een camping om de hoek laat ons echter gewoon toe. Pas dan valt bij ons het kwartje en vermoeden we dat het sanitairgebouw op de eerste camping met vooral vaste plekken niet is geopend. Ja inderdaad "pas de sanitaires". We kunnen er nu om lachen, maar beseffen ons ook dat de Franse taal de komende weken nog wel een dingetje kan worden...

 

We fietsen via de Noordzeeroute verder Frankrijk in langs de kust zonder vaak de zee te zien. Doel is vandaag Dieppe, een best aardig havenplaatsje met kiezelstrand en fantastisch uitzicht. Het weer zit ook vandaag niet mee en voor vannacht wordt meer narigheid voorspeld. We boeken voor de derde keer een hotel en hopen echt dat dit geen gewoonte gaat worden en we straks meer kunnen kamperen. Achter het hotel staat een grote kermis die echter vanwege de toenemende besmettingen afgesloten is. Het biedt een sinistere aanblik. We trakteren ons op het eerste restaurant van onze trip, uiteindelijk doen we dit nog maar één keer in Verdun. Het oog valt op een Libanees restaurant met geweldige kritieken op Trip Advisor. Het was inderdaad heerlijk smullen. Dat kunnen we niet zeggen van het ontbijt in het hotel. Ook vanwege Covid is er geen algemeen ontbijt met buffet, maar krijg je een dienblad met daarop wat zoetigheid in plastic en een stukje stokbrood. De entourage van een compleet lege en verlaten ontbijtzaal helpt ook niet mee. Vanuit kustplaats Dieppe nemen we de Avenue Verte landinwaarts, een fietsroute die Londen met Parijs verbindt. De eerste 50 kilometer fietsen we over een voormalige spoorlijntje in de vallei van de Epte. 

 

De Epte vallei is versierd met vele landhuizen, kastelen en abdijen en als er ergens een brug afgesloten is, vinden we een mooi paadje met een voetgangersbruggetje. Het weer is zeer wisselvallig met zon, regen en wind.

Op de camping aan een meer bij het dorpje Dangu krijgen we van de campingbeheerder een prachtig plekje aangewezen op een soort mini schiereilandje. Het ligt bezaaid met ganzenkak, maar dat schrikt ons niet af, al kunnen ganzen nogal territorium beschermend zijn. Het waait echter hard en het schiereiland biedt geen enkele beschutting. Al onze kampeerspullen zijn lichtgewicht en gaan er dan nogal makkelijk vandoor in de richting van het meer. Het lukt net om de tent op te zetten maar niet om de tarp op te zetten of onze stoeltjes neer te zetten. Boven ons ontwikkelen ook nog eens dreigende onweerswolken en we besluiten, voordat we ons verder installeren een rondje over de camping te lopen en te kijken of we een plekje kunnen vinden dat wat meer beschutting biedt. Al snel zien we een plek in de luwte van een haag en in de buurt van een groot afdak voor het geval dat het gaat onweren. Veel minder mooi maar een verstandige keus. We vragen toestemming en lopen daarna terug naar onze tent, trekken de haringen eruit en tillen hem zonder af te breken in zijn geheel naar de nieuwe plek. O ja, het onweer bleef ons gelukkig bespaard.

 

Een kilometer of 40 voor Parijs verlaten we de Avenue Verte en maken we een doorsteek naar de Veloscenie, een route van de Notre Dame in Parijs naar de baai van Mont Saint Michel. Volgens de geraadpleegde website (francevelotourisme.com) is dit één van de mooiste routes van Frankrijk, dus hier verheugen we ons zeer op. 

 

De doorsteek bevat de fietsroute langs de L'Eure. Boven Ezy-sur-Eure hangen weer van die donkere wolken. We besluiten dat we niet naar de camping gaan maar een B&B in Croth, één dorp verder. We zijn wel wat te vroeg om te mogen inchecken en stoppen dan maar bij het enige cafe dat Croth heeft en dat doen we geen minuut te vroeg, want het onweer barst los en in no time staan de straten blank en zitten wij droog binnen een biertje te drinken. Het is een schattig B&B met een gezellige en bijzonder gastvrije dame die gelukkig ook een aardig woordje engels spreekt. Bij het ontbijt staan er minstens 15 verschillende smaken zelfgemaakte jam op tafel. We kletsen nog gezellig met de eigenaresse fietsen daarna verder via de L'Eure route die aansluit op de Veloscenie. Leuk route trouwens, de l'Eure. Al staan er wel veel van die fietsonvriendelijke poortjes bij wegkruisingen. De fietser staat in Frankrijk beslist onderaan in de rangorde van het verkeer.

 

Chartres is de eerste stad op de Veloscenie route en is bekend om zijn kathedraal in het middeleeuwse centrum van de Ville Haute; het hoge deel van de stad. Om de kathedraal te bereiken moeten we in de stad een stevig klimmetje doen door de smalle straatjes. We horen later dat de kathedraal een must is voor pelgrims die het zo uitkienen dat ze op een vrijdag aankomen en dan op blote voeten een labyrint in de kathedraal lopen.

We fietsen een rondje om de kerk en dalen dan af naar de Basse Ville. De camping van Chartres is leuk en enorm: iedereen mag zelf een plekje uitzoeken van keurig aangeharkte plekken tot in het hoge gras tussen struiken en onder bomen. En best prettig voor ons, de beheerder praat goed Engels, haha. Maar het leukste moet dan nog komen: op het einde van de middag stroomt het terrein vol met vakantiefietsers. We tellen er zeker 40 aan het eind van de dag. Als we de volgende ochtend verse croissant en een baguette ophalen bij de campingbeheerder vertelt hij dat dit niet normaal is en dat hij gisteren een recordaantal fietsers heeft mogen verwelkomen.

Na de L'Eure is de Veloscenie route saai. De stad Chartres uit is nog wel oké maar daarna volgt een bijzonder saai deel tussen de weilanden door. Het is ook wat druilerig weer en dat helpt ook al niet zo mee.  

 

We fietsen naar de camping municipal van Nogent-le-Rotrou. Er is geen receptie en we bellen een telefoonnummer dat ergens vermeld staat. Ook de dame aan de andere kant van de lijn spreekt gelukkig wat Engels. Het blijkt dat we een plekje moeten kiezen en dat de volgende ochtend een ambtenaar langskomt voor de betaling. We kiezen een plekje uit (plekje? de plek is gigantisch!) met een picknicktafel. Het gaat weer regenen en wederom zijn we superblij met onze Tarp  Ook hier druppelen de fietsers weer binnen maar het zijn er veel minder dan in Chartres. De volgende ochtend komt niemand langs om het geld te collecteren. We wachten nog even en zetten een extra kopje koffie, maar de één na de andere fietser vertrekt en uiteindelijk ook wij. Onze tweede gratis overnachting, mede mogelijk gemaakt door een ambtenaar die zich waarschijnlijk heeft verslapen.

 

Via de Veloscenie komen we snel op een voormalig treinspoor. Veel leuker dan de route van gisteren maar na bijna 80 kilometer op het modderige pad waarbij een groene haag alle zicht op het landschap om ons heen wegneemt, lijden we letterlijk aan een tunnelvisie en zijn we er wel een beetje klaar mee. Uiteindelijk komen we aan in Alençon, een mooie en statige stad en tevens eindpunt van het spoorlijntje. 

 

Op de camping van Alençon besluiten we met de Veloscenie te stoppen en een andere route van de website francevelotourisme.com te gaan volgen: de Velobuissonniere, een route van Alençon naar Saumur aan de Loire. Dat blijkt een verrassend leuke route met volop afwisseling in landschap, pittoreske dorpjes zoals Saint-Leonard-des-Bois. Maar eerst doen we natuurlijk nog een rondje om de kerk (kathedraal) van Alençon. 

 

In Beaumont-sur-Sarthe verwelkomt campingbeheerder Michel ons. Hij is 35 jaar geleden van Frankrijk naar Hong Kong gefietst en laat ons de fiets zien van toen. 's Avonds komt hij nog een keer een praatje maken en we kletsen we af (ook jij spreekt Engels...). Michel wil het liefst dat we een dag extra blijven hangen zodat we veel meer verhalen kunnen uitwisselen, maar wij gaan toch liever weer verder. Hij wijst ons nog even hoe we de oude brug over kunnen om de route weer op te pakken. Het is eindelijk een beetje mooi weer. Op naar de volgende camping in Baugé.

Wie op de camping van Baugé staat mag ook naar het naastgelegen zwembad. Het is een stralende en zelfs warme dag, dus dat lijkt ons wel een goed idee. We krijgen op vertoon van vaccinatiebewijs een armbandje en wandelen het terrein van het zwembad op waar een dame ons aanspreekt en wij denken dat ze een opmerking maakt over Harry's benen. Zijn fietsbroek is wat langer dan de zwembroek en onthult een streepje been dat al tijden geen zon heeft gezien. Als een collega van de dame erbij komt die ook een aantal woorden engels spreekt blijkt echter dat Harry's zwembroek is afgekeurd: hij heeft een short en hier zijn alleen ballenknijpers toegestaan. Hij mag het bad niet in. Harry wil nog vertellen dat zijn short een binnenbroek heeft, maar zijn Frans schiet tekort en om de dames een blik te gunnen in zijn broek, gaat hem uiteindelijk toch iets te ver. Ach ja het zwembad ziet er ook verre van gezellig uit en er is bovendien geen stoel vrij, wat niet vreemd is omdat het druk is en er bijna geen stoel staat. We hebben er geen enkele moeite mee om rechtsomkeert terug naar de tent te gaan. Bij het verwijderen van het armbandje moet een schaar of een mes te pas komen. Het wordt het zakmes en in alle onhandigheid weet Roelie zich diep in de vinger te snijden en moet er een verbandje worden gelegd omdat een pleister het simpelweg niet redt. 

Bij Saumur pakken we de route La Loire a Velo op. Maar eerst gaan we even naar Decathlon voor gasblikjes met schroefdraad. Harry had de groep wereldfietsers op Facebook gevraagd om tips of die - in het land van de blauwe blikjes Campinggaz - ergens te koop zouden zijn. Tips waren de grote Intermarché's, bouwmarkten en Decatlon. Decatlon Saumur lag zo goed als op de route en daar blijken inderdaad blikjes te zijn zodat we gas blijven gebruiken. We hebben ook benzine bij ons voor onze multi fuel brander, maar dat is meer gedoe.

De Loire is een prachtige rivier. Ze is breed met zandbanken en langgerekte eilanden. Ze is ondiep en niet gestuwd en daardoor alleen bevaarbaar met een kano waardoor er geen industrie rond de rivier is ontstaan en de natuur vrij spel heeft. We zien super veel vogels.

 

De mooie Loire heeft zich ingesneden in het hoger liggende landschap. Daardoor zijn kliffen ontstaan waar woningen zijn gebouwd. Op een aantal plekken zijn de woningen in de rotswand gehakt. De route brengt ons door smalle straatjes langs die woningen. Af en toe brengt een pittig klimmetje ons op het plateau 40 meter hoger die vol blijken te staan met wijnranken om daarna weer af te dalen naar de dorpjes en de Loire. Maar meest opvallend is de drukte op de route. We zijn inmiddels twee weken onderweg en alleen op campings zien we af en toe andere fietsers, onderweg bijna nooit op een enkele wielrenner na. Dat is nu andere koek. 

Bij de receptie van de camping wordt Harry herkent door een Nederlandse fietser, die Rob heet en onze blog van de fietstocht rond de wereld heeft gevolgd. Samen met zijn vrouw Linda fietsen zij ook langs de Loire maar in tegengestelde richting. De camping heeft voor fietsers een speciaal veldje met een bouwwerk waar fietsen in kunnen worden gestald, maar ook stapelbedden staan, een picknicktafel, een magnetron, een waslijn en een aantal koelkasten. Dat klink als een walhalla, maar het veldje naast het gebouw is zo klein dat de zelfs de kleine fietstentjes er maar nauwelijks in passen. We hebben gelukkig leuke buren: Rob en Linda zetten hun tentje naast de onze op.

Het is opnieuw een warme dag. De camping heeft een zwembad en we gaan eerst op inspectie. We zien mannen met zwemshorts en ook zat stoelen. Laten we het toch nog maar eens proberen. Rob en Linda liggen ook in het water. Onze verhitte fietsbenen en lijven waarderen de verkoeling en we liggen bijna een uur in het water. Het is heerlijk en we kletsen honderduit met Rob en Linda. We weten nog niet dat het de eerste maar ook de laatste zwempartij van de vakantie is. 

Het weer is wederom prachtig als we de volgende dag verder fietsen langs de Loire naar het oosten. Het waait vrij hard maar die wind staat pal in de rug dus we vliegen over de dijken en paden naar Tours. Het is zondag, en tevens Maria Hemelvaart en de stad is vrijwel uitgestorven. Zelfs de Carrefour City is dicht. We hebben nog wel wat te eten en te drinken en ploffen op een bankje neer in de stad. Het is met dank aan de wind nog vroeg en we besluiten nog een stuk verder te fietsen en komen uit in het prachtige oude stadje Amboise. 

Naast de receptie van de gigantische camping is een terrasje waar een bandje zich klaar maakt voor de avond. De geluiden van de band doen ons terug denken Broome twee jaar geleden en opeens stromen de tranen over Roelie's gezicht. Wat waren we toen ultiem gelukkig en wat missen we die fijne mensen van Down Under. We hadden net een dag of tien samen met Henry uit Sydney gefietst, we logeerden bij Max en Fleur en luisterenden naar Bec's zang in de tuin van een hip tentje in een uithoek van Australië. 

 

Als we 's ochtends wakker worden, regent het weer. Er staat een keet bij het tentenveldje waar we koffie en ontbijt maken. Ook de buren komen naar de keet. Ze wonen in Parijs en fietsen met hun drie zoontjes de Loire route. De bagage wordt door een organisatie naar de volgende camping gebracht en dus konden ze lekker veel mee nemen. De halve keet is gevuld met hun bagage. 

Wij willen de power bank ophalen uit het toiletgebouw, waar die vannacht aan de stroom heeft geleden, maar helaas blijkt die gegapt, inclusief de iPhone stekker. Saillant detail is dat het toiletgebouw geen scheiding maakt tussen mannen en vrouwen en dat Harry daardoor getuige was van Roelies gewoonte om de power bank op de minst zichtbare plek aan de stroom te hangen en die gewoonte betwiste. Om de proef op de som te nemen ging Roelie er in mee om deze keer juist de meest zichtbare plek bij de ingang te kiezen. Nou dat is dan duidelijk.

We vragen voor de zekerheid bij de receptie na of een schoonmaker de power bank heeft gepakt, maar dat blijkt niet zo te zijn. Voor een nieuwe adviseert hij om naar E Leclerc te gaan. De ergste regen is dan voorbij. Let's go.

 

We fietsen door de regen naar de E Leclerc van Amboise en kopen een nieuwe power bank met een stekker.

In de buurt van de kerncentrale van Saint-Laurent-Nouan - de enige lelijke industrie2le dissonant op onze route langs de Loire - zien we iets bewegen onder aan het dijkje en stoppen we om te kijken. Schattig! Een hele familie pluizige bevertjes? Met lange staarten? Nee dat klopt niet. Dat zijn geen bevers. Zouden het muskusratten zijn? We Googelen op afbeeldingen en komen direct tot de conclusie dat we naar een familie muskusratten zitten te kijken. In Nederland zouden we dan direct de ongedierte bestrijding bellen om de dijken te beschermen. Hier blijven we nog even kijken naar de vrolijke familie.

 

In Orleans verwisselen we - na een niet zo lekkere cappuccino en een rondje om de kerk / kathedraal - de Loire route voor de Canal d'Orleans. Hierdoor pakken we een afkorting op het plan om de Loire route tot Nevers en van daaruit de "Langs oude wegen en pelgrimssteden" terug naar Nederland te volgen. 

 

Canal d' Orleans wordt niet meer voor scheepvaart gebruikt en het pad erlangs wordt blijkbaar ook maar weinig. Op een enkele fietser, wandelaar en visser is het weer ouderwets rustig. Vanaf het stadje Montargis laten we het aan de app Komoot over om een route te plannen richting het noordoosten en ook die route is leuk en afwisselend door dorpjes, bossen en weilanden. We spotten onze eerste (wilde) herten.

 

In het dorpje Joigny aan de rivier l'Yonne passen we de route opnieuw aan. We waren van plan om via 'Langs oude wegen en pelgrimssteden' naar Nederland terug te fietsen maar zetten nu koers naar de Maasroute. De 'Langs oude wegen'-route zou ons door een betrekkelijk leeg gebied voeren en we vermoeden dat we dat we langs de Maas meer campings en dorpjes met supermarkten en bakkerijen treffen. Mocht de weersverwachtingen, die er slecht uitzien, waarheid worden, dan is er langs die route ook de mogelijkheid om in een hotelletje te overnachten.

 

We fietsen langs een gigantische stuwmeer in het Foret d'Orient met prachtige fietspaden door bos en langs het meer. Het stuwmeer is aangelegd om te voorkomen dat Parijs onder water komt te staan als de Seine teveel water te verstouwen krijgt.

 

Op camping Lac du Der staan we op een leuk plekje langs een beekje op een belachelijke verre afstand van het sanitair gebouw. We pakken de fiets voor een plasje en we vragen de Nederlandse buren met caravan of we onze telefoons bij hen mogen opladen. We passen opnieuw de route een beetje aan zodat we langs de Decathlon van Saint Dizier kunnen gaan om een nieuw kussentje te kopen. Eén van de kussentjes had altijd al een ventiel probleem en was moeilijk op te blazen en leeg te krijgen, maar nu is die lek en moet er 's nachts geregeld bijgebleven worden. Met een nieuw kussentje fietsen we verder naar Bar-le-Duc. Het stadje ligt in een vallei en in de laatste kilometer storten we bijna 100 m naar beneden waar we kunnen kamperen in de achtertuin van een kasteel. De supermarkt ligt hemelsbreed op een steenworp afstand, maar het is bijna een half uur lopen via een pad met 350 traptreden die ons 70 meter hoger brengt. Het is vanmiddag heet en het zweet gutst van onze gezichten. Het zonnige en hete weer maakt zoals aangekondigd tegen de avond plaats voor nattigheid. De nattigheid blijkt uiteindelijk uit te groeien tot serieus onweer dat lang blijft hangen in het dal van Bar-le-duc. Gelukkig zitten droog onder de tarp. Nog één keer herhalen: wat zijn we blij dat we die meegenomen hebben deze reis. We zijn benieuwd of de tent het ook goed doorstaat. We hebben een review gelezen dat de tent bij stortregens niet voldoet. Maar de MSR-tent doorstaat het natuurgeweld veel beter dan onze eerdere Nigor Guam en Exped Gemini tenten, maar is ook wel een stukje zwaarder dan onze vorige tenten. Laatste zorg van de stortregen is of we in dit dal zullen wegspoelen waar de afgelopen weken de verschrikkelijke beelden van in België en Duitsland hebben gezien, maar ook dat gaat gelukkig goed.

 

De volgende dag komen we ten zuiden van Verdun uiteindelijk terecht op de Maasroute en steken direct al een keer de Maas over. Het is zondag: we zijn 's ochtends geen supermarkten meer tegengekomen en die in Verdun zijn 's middags dicht. Er zijn wel een aantal restaurantjes langs de Maas waar we kunnen lunchen. We boeken een appartementje voor vannacht en reserveren bij een populair restaurantje een tafeltje voor de avond, het tweede pas tijdens onze reis. Zo deden we dat vroeger ook voordat we de Great Divide fietsen en erachter kwamen dat we kamperen leuk vinden. Wat we bij het boeken niet hebben gezien is dat we pas na 17 uur kunnen inchecken en het is pas 15 uur. Langs de boulevard staan informatieborden over de geschiedenis en vooral over de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog. Net als eerder in Ieper raakt het ons diep hoe slechts 100 jaar geleden vanuit de hele wereld jonge jongens de loopgraven in zijn gegaan en in een kansloze impasse terechtkwamen en dikwijls nooit terugkeerden. De volgende dag fietsen even op een weg die staat aangegeven als La Voie Sacree, het heilige pad, de aanvoerroute naar het front. Vanaf het fietspad langs de Maasroute vangen we tevens glimpen op van de militaire begraafplaatsen. 

 

Nu weer even iets luchtigs. De fietsroute loopt vaak langs het kanaal naast de Maas en verlaat ook af en toe de Maas. Daardoor fietsen we niet door het dorpje met de leuke naam Brabant-sur-Meuse (en wat overigens verder weinig voorstelt). We fietsen wel door een steeds mooier gebied en eindigen op een camping in Inor die een vermelding krijgt als camping met het meest aftandse en smerigste sanitair. We kunnen deze kwalificatie oprecht onderschrijven, zeer de volgende ochtend. Het is eigenlijk ook geen camping. Er zijn misschien 5 plekken voor kampeerders, op de overige plekken staan stacaravans of wat daar voor moet doorgaan. Hier komen geen campers en caravans, alleen fietsers strijken hier uit pure nood neer. Op twee andere veldjes staan ook fietsers. 

Wie ook een vermelding krijgt is bakker Ciofani in Moezon voor de lekkerste sandwiches en later op de dag de stad Charleville-Mézières voor het leukste plein.

 

Het is prachtig weer als we Charleville in fietsen en op google zoeken of er ergens een cluster barretjes / restaurantjes is te vinden. We hebben wel trek in een koud biertje en komen terecht op Place Ducale. Het is een indrukwekkend weids plein vol terrasjes en omgeven door 17e eeuwse panden, mooi maar vreemd genoeg in nagenoeg dezelfde stijl. We strijken neer op een terras waar wat meer mensen zitten en 6 agenten staan. We horen dat de agenten net een controle hebben uitgevoerd naar de pass sanitair van de gasten. Niemand was in overtreding. De ober verwacht de agenten niet snel terug en hij laat onze QR codes ongescand.

De camping van Charleville ligt direct naast het centrum op een ruim terrein dat lang niet vol staat. Wij staan midden op de camping in een leuk cluster dat speciaal voor tentjes bedoeld is. We zien we een camper rondjes rijden waarschijnlijk zoekende welke resterende plek de beste is. Hij kiest een plek schuin tegenover ons en we zien hem manoeuvreren. Zo'n camper kan op verschillende manieren op een plek staan en dat leidt blijkbaar tot keuzestress. Als de camper eindelijk staat komt hij erachter dat hij niet kan aansluiten op de stroom. De zuil heeft 2 aansluitingen en die zijn beide in gebruik. Hij haalt de dame van de receptie erbij en dan blijkt dat er achter de camper een achterlijk grote plek ligt waar 2 verschillende Nederlandse stellen een caravan hebben gestald. De Franse camperman is onverbiddelijk: er moet een stekker uit en die Nederlanders lossen het onderling maar op wie verhuist. Eén van de Nederlands oppert om af te stemmen wanneer wie stroom nodig heeft, maar de Fransman is onverbiddelijk. Hij heeft recht op stroom, punt uit, wegwezen. Heerlijk om vanaf een afstandje de discussie te aanschouwen.

 

De volgende ochtend eten we oud stokbrood van de dag tevoren, als er een bakker voorbij rijdt die als een ijscoman af en toe stopt om zijn heerlijk verse stokbroden aan de campinggasten te slijten. Ach ja, als dit de tegenslagen zijn van een fietsreis dan tekenen we er voor.

 

We zijn inmiddels aanbeland in de Franse Ardennen en het landschap wordt steeds mooier. Uiteindelijk wordt dit de mooiste fietsdag qua landschap én fietspad: wat is het hier mooi! De Maas kronkelt en baant zich een weg tussen de steile uitgesleten rotswanden van de Ardennen. Bij het dorpje Givet aan de Franse kant van de grens met België staan we opnieuw op een camping vol met stacaravans. Hooguit dat er een fietser neerstrijkt omdat er weinig te kiezen is. De andere camping van Givet wordt naar verluidt volledig gedomineerd door campers. We melden ons bij de receptie en de beheerder wijst naar het beste plekje: we krijgen een AAA locatie aan de Maas met uitzicht op het fort. Je hoort ons niet klagen in de zon in de middag!

's Ochtends ziet de lucht er heel anders uit en het miezelt een beetje. We breken direct de tent af en vlak daarna gaat het stevig regenen. Er is gelukkig een picknicktafel onder een overkapping waar we droog kunnen ontbijten. Een fietsend Frans gezin volgt ons al snel. Voor de 3e dag op rij staan we met dit drietal op dezelfde camping. Ze fietsen dus dezelfde route en ook dezelfde afstanden als wij doen. We vragen ze waar ze van plan zijn om te kamperen vanavond. Wij kunnen namelijk geen camping vinden voorbij Namur / Namen. Ze zijn weliswaar van plan de route verder te fietsen maar verlaten die bij Namur. Wij besluiten in Namur nog maar eens de balans op te maken en of ook wij de route daar verlaten.

 

De Maasroute tussen Givet en Dinant is prachtig en tussen Dinant en Namur best aardig. Er zijn enkele omleidingen vanwege het hoge water van de laatste tijd. In Namur besluiten we de Maasroute te blijven volgen naar Maastricht. Dat is de snelste route en de weersverwachtingen zien er belabberd uit. Geen campings maakt dan ook niet meer uit. We nemen wel een hotel. 

Na Namur neemt de industrie de overhand en na Huy / Hoei (we laten de Muur van Hoei, een steile beklimming en erg populair bij wielrenner, links liggen) fietsen we eigenijk alleen nog maar over een industrieterrein en is de route uitermate lelijk. Zelden zo'n deprimerende route gefietst. Wat wordt hier de Maas (en het Maasdal) vreselijk geweld aangedaan. Geen wonder dat er geen campings meer zijn. Liège/Luik is geen uitzondering. We zien ook hier nog de gevolgen van het hoogwater: het fietspad langs de L'Ourthe is een zandpad geworden en in een naastgelegen straatje is van ieder huis de hele begane grond ontruimd. Er staan meerdere bestelbusjes van bedrijven die schade herstellen. Tussen Luik en Maastricht is de route weer een stuk aangenamer al hangt er plastic tot hoog in de bomen langs de oever.

In Maastricht kunnen we niet nalaten om een koffie en vlaai te doen en daarna fietsen we door naar Sittard waar Harry lang heeft gewoond. Tot laat in de avond zitten we op het terras van de markt van Sittard. En dan rest de laatste etappe met een tussenstop bij Harry's moeder en zijn zoon en hoogzwangere schoondochter. Dat was 'm dan: de Tour de France 2021 over bijna 2400 kilometer en ondanks het wisselvallige weer en het gebrek aan echt avontuur smaakt het naar meer. Veel meer!