Buenos Aires en Tierra del Fuego

Gepubliceerd op 17 januari 2020 10:00

We beginnen bij het begin en dat is de langste dag van ons leven: een 40-uur durende dag. ’s Avonds om 8 uur (Nieuw-Zeelandse tijd) stappen we op het vliegtuig om na 11 uur vliegen op nog steeds dezelfde dag ’s middags om 4 uur (Argentijnse tijd) in Buenos Aires te landen. We hadden gedacht die 11 uur vliegen lekker slapend door te brengen maar dat lukt helemaal niet en dat is grotendeels te wijten aan Game of Thrones waarvan het gehele laatste seizoen aan boord is te bekijken. Op het vliegveld Ezeiza is het boj aankomst gigantisch druk met (buitenlandse) vakantiegangers waardoor we in een flinke rij komen te staan voor de paspoortcontrole. Als er - net als bij de Efteling - bordjes zouden staan met de verwachtte wachttijd, dan sluiten we aan bij het bordje ‘vanaf hier nog ongeveer 2,5 uur’, maar we hebben desondanks vette mazzel, want achter ons in de rij sluit een stel uit Eindhoven aan en we kletsen 2,5 uur lang over onze reisavonturen. Bram en Nicolina gaan na 3 maanden Australië en 2 maanden Nieuw-Zeeland (net als wij) nu nog een half jaar in Zuid-Amerika reizen. Net als wij, blijven ze een paar dagen in Buenos Aires en reizen dan door naar Ushuaia in het uiterste zuiden van het land.

 

Na de extreem lange rij sluiten we aan bij een relatief korte rij om te pinnen en daarna in een echt korte rij om een taxi te bestellen. We laten de fietsen in de dozen en dat betekent dat we een grotere taxi nodig hebben en daar moeten we nog een extra uur op wachten. Het is al na negenen als we uiteindelijk bij ons appartement aankomen in de populaire wijk Palermo. Het appartement is erg leuk ingericht en we kunnen onze telefoon koppelen aan een geluidsbox en zetten de Top2000 aan. We voelen ons er meteen thuis. Niet veel later liggen we heerlijk te slapen, maar de jetlag heeft ons flink te pakken. Het tijdsverschil van 16 uur zorgt dat we ’s ochtends ontzettend moe wakker worden, gedurende de dag (ochtend/middag/avond, you name it) graag een uiltje knappen en ’s avonds de slaap niet kunnen vatten. Opblijven tot 12 uur op oudejaarsavond is deze keer geen enkel probleem. Vorig jaar in Myanmar hebben we ons uiterste best gedaan, maar het ‘moment suprême’ niet gehaald, nu is Harry om 6 uur ’s ochtends nog klaarwakker.

 

Het is overigens een best saaie bedoening om oudjaar in een appartementje in een woonwijk in Buenos Aires te vieren en daar hebben we waarschijnlijk zelf ook een groot een aandeel in. Als de laatste klanken van de Top-2000 nummer 1 van Queen wegsterven en er op de radio wordt afgeteld, is het bij ons 20 uur. Op de televisie alleen Hollywood films die in het Spaans zijn gesynchroniseerd. Het voor Buenos Aires populaire alternatief is om te eten bij een restaurant (reserveren is noodzakelijk) en dan het vuurwerk te zien vanuit een skybar in het centrum. Maar voor ons geen restaurant. Wij bakken in ons appartement op z’n Argentijnse een malse biefstuk (kost hiero bijna nada) en combineren dat op Italiaanse wijze met spaghetti, ruccola en nep Parmezaanse kaas en als toetje is er dulce de leche-ijs. Om middernacht doen we natuurlijk elkaar zoenen en wensen uitdelen en drinken we op het balkon de bubbels die de eigenaar van het appartement voor ons voor dit moment heeft achtergelaten. Vanaf het balkon zien we boven de skyline een vuurwerkshow van ergens in het centrum maar na een minuut houdt het alweer op. Elders schieten sporadisch pijlen omhoog, maar meer is het niet en al snel is het weer stil als de nacht. Aan de andere kant: hier geen gedoe met rondtrekkende debielen die de laatste dagen van het oudjaar en de eerste dag van het nieuwe jaar verzieken om overal met knalvuurwerk zoveel mogelijk overlast, schade en helaas erger te veroorzaken: geen knal vóór 12 uur, geen knal na 1 uur. Misschien wel helemaal geen knal, alleen maar siervuurwerk. Nederland, zo kan het ook…

 

Nieuwjaarsdag wordt er voor het gevoel alleen maar geslapen, de jetlag en de lange slapeloze nacht eisen flink hun tol, maar de dagen daarna struinen we als echte toeristen de bezienswaardigheden van de stad af. We wandelen uren door het leuke Palermo, we proberen de gratis fietsen, we pakken de metro en we huren fietsen. Het “Parijs van het Zuiden” laat op ons een indruk achter van een stad die zijn beste tijd alweer een tijd geleden heeft gekend, met uitzondering dan van Palermo. Veel bedelaars, veel zwervers, veel hondenpoep, veel verdwenen historische panden ten faveure van foeilelijke goedkope woontorens, veel achterstallig onderhoud in de publieke ruimte alsook de gebouwen. De parken worden goed verzorgd en stralen wel allure uit. Wat ook bewonderingswaardig is, is het fietspaden netwerk waardoor we eenvoudig en veilig onze weg vinden door de miljoenen stad. Superleuk en gezellig: elk kruispunt wordt op de hoeken gemarkeerd door café’s, bakkerijtjes, lunchrooms, winkeltjes, noem maar op. En al die standbeelden, wat een grandeur en je vindt ze overal… behalve die van voetballer Lionel Messi, dat standbeeld is foetsie: alleen zijn voet en de voetbal is nog te zien.

 

EcoBici, een mooi systeem, maar het werkt helaas niet

Beeld van de Denker van Rodin

De breedste woonstraat van Buenos Aires en zelfs van de wereld 

Plaza del Mayo

Graf van Evita Perron

Fietsenverhuur in Palermo, nummer 1 huurders? Yep, Nederlanders

Lionel Messi is van zijn voetstuk ge....

 

Op 5 januari verlaten we met enige tegenzin het heerlijke en spotgoedkope appartement en vliegen we door naar Ushuaia. Vlak voor de landing zien we de besneeuwde toppen en gaat ons hart alweer sneller kloppen. Op het vliegveld mogen de fietsen eindelijk uit de doos, schroeven we ze in een uurtje in elkaar en fietsen we een paar kilometer naar de stad. We maken direct kennis met de stevige wind, tezamen met een paar druppels regen terwijl de zon ook schijnt en een verschilletje in temperatuur van zo’n 20 graden ten opzichte van Buenos Aires. Rond het dorp zien we puntige bergen liggen en er ligt nog steeds sneeuw op. Ze zijn zo rond de 1000 meter hoog en het is hier midden zomer, maar niet echt tropisch warm; de gemiddelde temperatuur komt hier in de zomer niet boven de 10 graden Celcius.

 

 

In Ushuaia blijven we een paar dagen en hebben opnieuw via Airbnb een goedkoop appartement gehuurd. Wel veel minder leuk ingericht dan die in Buenos Aires en een beetje shabby, maar dat maakt niet uit. We hebben een dak boven ons hoofd en als het droog is zitten we zo in het gezellige centrum van het stadje. Harry viert hier z’n verjaardag en dat houdt in dat er opnieuw een biefstuk uit de supermarkt wordt gehaald en een Italiaanse primi en secondi maaltijd wordt bereid die we op zijn Hollands in één gang serveren. Weet je dat rundvlees en dus ook een biefstukje van de haas (Lomo) hier met zo’n 8 euro per kilo echt spotgoedkoop is. Ja, Argentinië is a meat-loving country.

 

Harry is jarig en dat vieren we (lekker dicht bij elkaar) met een Argentijns biefstuk, oftewel een Italiaanse primi en secondi op één bord!

 

Ondertussen verliezen we onszelf bijna in de Spaanse lessen op onze telefoon. Het is wel handig om Spaans te kunnen en we krijgen zoveel complimenten van de app Duolingo dat we vermoeden al uitstekend Spaans te kennen, totdat iemand tegen ons gaat praten of ons iets gaat uitleggen. We zijn er absoluut nog niet, er is nog een lange weg te gaan, maar over een jaar - waarschijnlijk als we Mexico uit fietsen - kunnen we vast een stuk beter uit de voeten in het Spaans. Niet getreurd: de communicatie gaat een stuk beter dan eerder op onze reis met ons Bulgaars, Turks, Hindi, Birmees of Thais.

 

Ons beoogd vertrek uit Ushuaia loopt een dag vertraging op als we een schroef aan de fiets van Roelie doordraaien. We willen de aandrijfriem van Roelie aanspannen en daarvoor moet vier schroeven losgedraaid worden. Uitgerekend de laatste wil niet los en raakt beschadigd. Er zit niets anders op dan een expert inschakelen om de schroef eruit te boren. Door de eerdere extreme omstandigheden tijdens onze reis zijn deze - nog nooit aangeraakte - schroeven zo erg uitgedroogd, uitgezet en verzilt en daardoor muurvast gaan zitten. De vertraging van één dag wordt uiteindelijk een vertraging van drie dagen als Roelie’s rugpijn zodanige vorm aanneemt, dat ze haar sokken niet meer aan haar voeten kan doen, laat staan dat ze haar been over de stang kan slingeren. Uiteindelijk verhuizen we nog twee keer naar een andere overnachtingsplek, totdat de rug het sein op groen zet. Van de vijf volle dagen dat we in Ushuaia zijn, regent het vier en stormt het drie en als de wolken ons een glimp laten zien van de bergen om ons heen zien we dat deze allemaal van een nieuwe verse sneeuwlaag zijn voorzien.

 

Maar op de dag van vertrek schijnt zowaar het zonnetje! Voordat we Ushuaia de rug toe keren, fietsen we eerst nog over de boulevard en gaan we even poseren bij de grote letters van Ushuaia aan de haven. Na de fotosessie gaan we echt op de pedalen staan en richten ons wiel naar het noorden.

 

 

De eerste etappe brengt ons naar het eerstvolgende stadje: Tolhuin op ruim 100 kilometer op Isla grande de Tierra del Fuego, oftewel het hoofdeiland van Vuurland. Een Portugese ontdekkingsreiziger noemde het Vuurland omdat hij aan het begin van de 15e eeuw vanaf zijn schip vuren zag branden van de oorspronkelijke bewoners. Sinds eind 19e eeuw is Vuurland verdeeld tussen Argentinië en Chili. Eigenlijk zijn er maar drie (echte) stadjes op het Argentijnse deel van het hoofdeiland, naast Ushuaia en Tolhuin heb je nog Rio Grande. Op het Chileense deel heb je alleen maar Porvenir, dus in totaal maar vier stadjes in een gebied groter dan Nederland. Maar we schatten in dat het leven hier best hard kan zijn: koude, lange winters en korte natte zomers en (bijna) altijd die harde wind tot storm vanuit westelijke richtingen. Daar hebben we richting Tolhuin echter geen last van: de temperatuur is vrij aangenaam en Tolhuin ligt ten noordoosten van Ushuaia dus de (vandaag rustige) westenwind blaast ons in de rug. De etappe is heel mooi, de bergen om ons heen zijn niet heel hoog, maar ruig en mooi zo met de resterende sneeuw van de afgelopen winter én de verse sneeuw van de afgelopen dagen. Er moet zo nu en dan best wel wat geklommen worden, maar we fietsen fluitend naar de top van de eerste pas, de Passo Garibaldi. Onderweg komen we zes fietsers tegen, de helft fietst in dezelfde richting. Met maar één kunnen we een tijd blijven kletsen, aan de ene kant omdat hij bij de pas geparkeerd staat en joviaal op ons afstapt, aan de andere kant omdat hij goed Engels spreekt.

 

Ontmoeting met een Argentijnse fietser op de Pass Giralbaldi

 

Tolhuin is een eigenaardig stadje. Het ziet er wat armoedig, ruig en pioniersachtig uit. Maar er hangt ook een creatieve sfeer. De camping waar wij ons tentje zullen opzetten is hiervan een goede afspiegeling. Het is een chaotische verzameling van opstallen (keuken, toiletgebouw en een boel windshelters voor tenten en barbecueplekken) die allemaal bestaan uit gerecycled materiaal, voornamelijk hout en metaal, maar ook plastic en glas. Creatief en leuk om te zien, maar aan de andere kant niet echt praktisch en zeker niet schoon te houden. Het is weekend en we zien families waarvan we verwachten dat er gefeest gaat worden. Daar willen we liever niet te dichtbij staan. Op advies van de campingbazen kiezen we een plek in de luwte achter een schutting. De bazen, vader en zoon, vertellen dat de families voor het vallen van de nacht zullen vertrekken en er geen gefeest met muziek plaats vindt. Dat gebeurt op een andere camping verderop. Was dat maar waar... We zetten snel onze spiksplinternieuwe tent op. Althans dat was het plan, maar het ongeoefend opzetten van deze tent gaat nog niet helemaal soepel. Als die eenmaal staat zijn we dik tevreden met ons nieuwe huisje. Rond middernacht komen de buren terug bij hun tent die aan de andere kant van de schutting staat die aan de andere kant van de schutting staat en tot 5 uur blijven deze jongens drinken, lachen en irritant veel herrie maken. Vader campingbaas is blijkbaar de volgende ochtend door iemand ingeseind en komt tig keer langs om zijn verontschuldigingen aan te bieden voor de nachtelijke overlast, terwijl hij de jonge knullen uit hun 3-urige slaap wakker maakt en sommeert te vertrekken.

 

De gezellige, maar niet zo functionele keuken van camping Hain @Tolhuin

 

We beginnen het goede deel van de tweede fietsdag bij de in Vuurland (en onder fietsers) beroemde bakkerij ‘Panaderia La Union’. De fietser die we gisteren bovenaan de pas hadden ontmoet, had ons getipt daar ook te gaan overnachten omdat Emilio, de eigenaar van de beroemde bakkerij tevens gastheer is van een casa de cyclista. Wij wilden echter te graag ons tentje uitproberen en zijn gaan kamperen en nu willen een paar broodjes voor onderweg kopen en een paar empanada’s. De bakkerij is 24-7 open en we schrikken er bijna van hoe druk het binnen is. Er staan binnen zeker 50 wachtenden terwijl we zo zondagsochtends op straat geen hond zijn tegengekomen. Met een broodje achter de kiezen geven we de fietsen de sporen en knallen we de eerste 40 km in no-time eruit. Daarna worden we ernstig tegengehouden door de aanzwellende wind en die blijft ons de volgende 70 kilometer tegenwerken.

 

Het waarschuwingsbord voor overstekende alpaca's vindt al kort daarna opvolging door een overstekende groep, waarbij één even blijft kijken waar de rest blijft

 

Op lange, vlakke stukken fietsen we niet sneller dan zo’n 7 kilometer per uur. De beenspieren worden tot het uiterste gedreven, terwijl de armspieren proberen een recht spoor aan te houden, tussen berm en voorbijrazend verkeer. Het goede nieuws is dat we nog kunnen blijven fietsen en om 19 uur fietsen we Rio Grande binnen. Even daarvoor halen we nog een fietster uit Servië in, die aangeeft dat ze 20 kilometer heeft gelopen vanwege de wind. We kletsen nog wat, maar we smachten naar een warme maaltijd en hete douche. Het heerlijke zomerse weer van vanochtend ligt alweer mijlenver achter ons en koude regen slaat ons bijna horizontaal in het gezicht. We rijden door Rio Grande, wat bijna alleen maar lijkt te bestaan uit lelijke fabriekjes en grootschalige detailhandel. Ook het centrum verdient geen schoonheidsprijs en lijkt te zijn verstoken van horeca en hotels. Na wat omzwervingen zijn we blij verrast dat we een vestiging van ‘Tanta Sara’ zien, een bar/restaurant die we kennen uit Ushuaia en waar we (goede) koffie hebben gedronken als we moesten wachten bij het wisselen van accommodaties. De daghap is een hamburger XL en die wordt gretig door ons verorberd. Ondertussen zien we dat er twee dagen lang aanhoudende regen voorspeld wordt en we besluiten die dagen in Rio Grande te blijven en boeken een appartementje.

 

Het blijkt een goede beslissing want het regent inderdaad twee dagen onafgebroken. Zelfs even boodschappen doen is zo guur dat we onszelf bedanken voor de luxe van een dak boven ons hoofd. We zien echter meer onheil qua weersverwachtingen. De komende 4 a 5 dagen gaat het minder regenen maar wordt er zowel dag als nacht een stormachtige wind van >50 km/u aangekondigd. De wind komt pal uit het westen en daar willen wij nou juist naar toe. Wij moeten een kale vlakte oversteken zonder enige voorzieningen of beschutting om bij het Chileense plaatsje Porvenir te komen. Punta Arenas ligt aan de overkant van Vuurland en de boot van Porvenir naar Punta Arenas vaart niet bij harde wind, volgens internet. Harry, de grootste tegenwind hater onder ons, vindt informatie over een bus naar Punta Arenas die een andere, veel langere route rijdt. Tegenover het appartement blijkt bovendien de busterminal te liggen waar kaartjes worden verkocht. We trotseren de gure weersomstandigheden en steken de straat over en kopen twee kaartjes voor de bus en de fietsen mogen mee!

 

We voelen ons best wel schuldig over de keuze om een bus te pakken. Maar die keuze blijkt al snel een heel verstandige. De wind ontwikkelt zich zoals was voorspeld tot een heuse westerstorm en de chauffeur heeft moeite om de grote bus in het gareel te houden. Bij de grenscontroles, die een kilometer of tien uit elkaar liggen, staan gerafelde vlaggen strak van de wind. Dag Argentinië, voor nu dan, want wij komen je nog een paar keer bezoeken op onze fietstocht door de Andes richting noorden. En hallo Chili, je bent alweer het 30steland dat wij op onze fietstocht bezoeken. Wij zijn heel benieuwd naar je!

 

Tijdens de verder saaie busreis en terugkijkend op Argentinië vinden dat het tijd wordt voor een nieuw lijstje: de 'verbaas/opmerkelijk' top 5. Wat heeft ons verbaasd aan Argentinië?

  1. De Argentijnse banken met hun ATM zijn een stelletje dieven. Je mag maar maximaal 5000 pesos (€ 75) opnemen en moet daar zonder uitzondering 680 pesos (€ 10) commissie betalen; dat is bijna 14%!! Tezamen met de € 4 die onze eigen bank ons per transactie in rekening brengt, betekent dat je voor € 75 pint, maar bijna € 90 armer bent. We moeten dus zoveel mogelijk met creditcard kunnen betalen maar ook daarvoor geldt een bijzondere procedure: pincode invoeren, handtekening op de bon, ID laten zien en soms ook het ID-nummer op de bon schrijven…
  2. Trottoirs moeten blijkbaar door perceeleigenaren zelf worden aangelegd. Niet iedereen heeft daar zin in, niet iedereen wil daar geld in steken, iedereen heeft een andere smaak en bijna niemand heeft zin om het trottoir te onderhouden. Gevolg is dat je constant over een ander soort stoep, scheve stoeptegels, verschillende breedtes en hoogtes loopt en regelmatig door de modder omdat het trottoir ontbreekt. Niet ideaal voor mensen die slecht ter been zijn en soms lachwekkend om te zien.
  3. Ze rijden hier aan de rechterkant van de weg! Dat is raar, de laatste keer dat we dat gezien hebben was in Cambodja, een maand of negen geleden. Harry heeft er zichtbaar moeite mee, want in Buenos Aires neemt hij plaats achter het stuur van de taxi, terwijl hij zich afvraagt waarom die pedalen aan de passagierskant zitten. De taxichauffeur komt niet meer bij van het lachen.
  4. Ze verkopen hier - volgens ons hebben we dat nog in geen enkel land hiervoor meegemaakt - geen tomatenpuree. Tomatenpuree is voor ons een essentieel product voor onze favoriete eenpansgerecht bij het tentje: pasta. Je wordt gedwongen om een groot pak tomatenpulp te kopen: te groot en zwaar in onze provisietas en te nat in de pasta. O ja, nog iets aparts in de supermarkt: melk en (drink?-) yoghurt zit hier bijna zonder uitzondering in zakken van 1 liter. Volgens ons zo onbegrijpelijk onpraktisch en onlogisch…
  5. En dan die sleutel… wat een onhandelbaar, middeleeuws rotding. Het sleutelgat in Argentinië is in de regel een brede horizontale gleuf. De sleutel die daarin moet, lijkt op een ouderwetse sleutel. Die sleutel past niet in de gleuf, maar verdwijnt erin, zowel in diepte als breedte. Het gevolg is dat je op gevoel, of beter geluk diepte en breedte zoekt terwijl je de sleutel blijft draaien. We hebben het idee dat het ons nog nooit binnen een minuut is gelukt om een deur te openen.

 

Waar waren we gebleven? O ja, die wind die ons de bus in heeft gejaagd. Nóg een teken dat het, zelfs voor dit gebied, abnormaal hard waait….: de veerboot voor het zware verkeer (bussen en vrachtwagens) en over de smalle zeestraat Magellaan (vernoemd naar de eerder genoemde Portugese zeevaarder) tussen Bahia Azul en Punta Delgada vaart, is door de hevige storm uit de dienst genomen! Het is drie uur ’s middags als onze bus langs een lange rij wachtende vrachtwagens en overig verkeer rijdt en pontificaal vooraan gaat staan. Maar dus geen veerboot. Niemand weet hoelang dit gaat duren, niemand weet wanneer de veerboot weer mag varen. Niemand weet of de hoge windgevoelige bussen dan ook aan boord mogen. Het enige dat wij weten is dat wat het weerbericht ons gisteren heeft verteld: deze storm houdt nog dagen- én nachtenlang aan. Wij vermoeden inmiddels dat als we in dat vlakke niemandsland op de fiets het gevecht waren aangegaan met deze storm, het niet bij afzien was gebleven, maar dat we waarschijnlijk echt in de problemen waren geraakt.

 

Onze bus vooraan bij de niet varende veerdienst 

 

Maar, tegen het vallen van de duisternis en na 8 uur wachten, zien we in de verte dat een veerboot zich aan de oversteek waagt. Iedereen is hartstikke blij in de bus en de buschauffeur schakelt de motor al aan. Door de wind en de golven komt de veerboot maar langzaam vooruit en het duurt een half uur voor dat hij aanmeert aan onze kant van de smalle zeestraat. De blijdschap slaat om naar een nieuw dieptepunt als deze veerboot alleen personenauto’s, minibusjes en motorrijders toelaat. Shit, het gaat nog minimaal een extra uur duren, áls we al de volgende keer mee mogen. Maar bijna uit het niets komt nog een ouwe barrel aantuffen. Het heeft geen dek maar alleen iets aan de zijkant, zodat het in de verte op een vooroorlogs mini vliegkampschip lijkt. Als deze schuit aanmeert zien we dat er warempel een paar vrachtwagens, wat auto’s en een bus uit zijn binnenste komen. De buschauffeur schreeuwt naar ons toe dat we met z’n allen als een sodemieter de bus moeten verlaten en het drijvend museumstuk moeten bestormen, zodat hij een ‘bruggenhoofd’ en motief heeft om met zijn bus achter ons aan te gaan (dat laatste zei hij niet, maar het is onze overtuiging).

We worden met z’n allen (ook andere bussen hebben in navolging hun passagiers vooruitgestuurd) in nauwe, smalle cabines gepropt. Als de veerboot in beweging komt, gaan we er maar gemakshalve van uit dat onze buschauffeur het ook gered heeft. Boven het vele gekraak, getril en gebonk van de machines uit kunnen we zelfs nog een leuk gesprek met een Brits stel hebben, die net begonnen zijn aan een reis van zes maanden door Zuid-Amerika. Eenmaal aan de overkant zien we gelukkig onze bus staan en al snel beginnen we aan de laatste twee uur van deze opmerkelijke reis.

 

Om half twee ’s nachts arriveren we in Punta Arenas, een grote (>130.000 inw) en meest zuidelijke stad van Chili. Hoewel het donker is zien we dat de stad veel chiquer, schoner en gestructureerder is dan de Argentijnse steden (ja inderdaad, inclusief Buenos Aires), die we tot nu toe hebben bezocht. Eigenlijk beseffen we nu pas, dat we het tegendeel hadden verwacht.

In Rio Grande hebben we al via AirBnb een appartementje geboekt in Punta Arenas, omdat we onderweg geen bereik meer zouden hebben en nog geen Chileense sim-kaart hebben en dan hoefden we ’s avonds niet meer op zoek te gaan naar een overnachtingsplekje in een onbekende stad in een onbekend land. Zo was de gedachte… De realiteit is, dat het in de omstandigheid waarin wij verkeren (geen mogelijkheid om te bellen, texten of mailen en acht uur later aankomend), niet handig is om via AirBnb iets vooraf te boeken. Het Engelse stel biedt ons een ‘hotspot’ aan en we proberen in contact (bellen, whatsapp, AirBnb-mail) te komen met onze gastheer. Tevergeefs…

Roelie oppert om in het centrum een hostel of hotel te zoeken met een 24-uurs receptie. Harry oppert om de nacht ergens ‘door te zitten’ en vroeg weer contact te zoeken met de gastheer. Hij vindt het doodzonde om dubbelop voor deze halve nacht te betalen. Al discussiërend fietsen door het centrum, totdat we bij een gezellig volle nachtkroeg staan. Een rokend meisje voor de deur ziet ons twijfelen en biedt ons meteen hulp aan. Ze probeert onze gastheer te bellen die ze kent, maar hij neemt niet op. Al snel staan er paar gebrekkig Engelssprekende jongemannen om ons heen en proberen we via hun smartphones nog eens in contact te komen met onze gastheer. Wederom tevergeefs. “Waar we vandaan komen? The Netherlands, Los Paises Bajos,… okay, also (better) known as: Holanda.” “Huh… Holanda!?! Amsterdam!!!” Het lijkt wel dat iedere jongere ter wereld een weekendje stout is geweest in onze hoofdstad.

 

De kroeg blijft (doordeweeks) open tot 4 uur ’s nachts en we besluiten de warmte op te zoeken en onder het genot van een biertje nog eens onze opties te bespreken. Alle tafeltjes zijn bezet en we vragen aan twee jongedames of we bij hen aan het tafeltje mogen zitten: “Si, no problemo!” We worden vervolgens zo’n beetje door iedereen aangesproken. Niet iedereen is even nuchter, maar iedereen is oprecht nieuwsgierig en veel proberen ook hun eigen Engels even te testen. Door al deze aandacht, maar ook vanwege het feit dat de dames aan onze tafel totaal geen Engels spreken, blijft het contact met hen op de vlakte. Tot aan sluitingstijd, wat helaas drie kwartier eerder is dan buiten op het bord staat. Als het café leegloopt (niemand die vervelend blijft hangen en/of nog een rondje bier eist) zien zij onze vertwijfeling: wat gaan we doen, waar kunnen we terecht? Tezamen met een laatste en gelukkig Engelssprekende gast, proberen ze een oplossing voor ons te vinden, totdat een van de dames - Daniella heet ze - tegen ons zegt dat we welkom zijn om bij haar te overnachten. We lopen samen naar buiten nemen afscheid van de laatste Engelssprekende persoon in deze stad waarna Vanessa, de andere jongedame, haar autootje voorrijdt en de achterbank begint neer te klappen zodat we de fietsen erin kunnen stoppen. Iedereen enthousiast, behalve Harry, die als enig overgebleven man het ruimtebesef heeft dat dit nooit-niet-nimmer gaat lukken. “Oké, geen probleem, fiets dan maar achter ons aan,” zegt Vanessa. Een dik kwartier en een paar pittige klimmetjes later, parkeren wij hijgend onze fietsen in het voorportaal van het huisje van Daniella. Er volgt nog een supergezellig uurtje met Youtube muziekvideo’s en bier. Wat duidelijk wordt is dat we twee geweldig lieve, leuke vrouwen hebben ontmoet! Even na vijven, het is buiten alweer licht, gaat Vanessa naar huis, pompen we onze matrasjes op en spreken we af dat we om 11 uur te ontbijten. We vragen Daniella of ze weet welke provider toeristen SIM kaarten verkopen. Ze zegt ‘yo’ wat ‘ik’ betekent en plukt twee kaarten uit haar tas en laat ons een jas zien van waar ze werkt: Claro, een grote provider in Chili. Hoe grappig is dat en we zijn weer in de lucht. Rond 9 uur ’s ochtends heeft de host van het Airbnb-huisje het adres doorgegeven en een telefoonnummer. Klokslag 11 uur gaat Daniella naar buiten om ontbijt voor ons te halen en daarna te maken. Vanessa komt ook weer aanrijden en we kletsen weer “volop” via Google translate totdat we van deze schatten afscheid nemen.

 

De dames en het bier: Roelie met Daniella en Vanessa in Punta Arena's

 

Wat een geweldig hartverwarmende eerste (nachtelijke) kennismaking met Chili! Hopelijk zet dit de toon, want Chili is wel smal maar ook heeeel lang en vanaf Punta Arenas blijven we nog een paar maanden (op een paar d-tours door Argentinië) in dit land fietsen.

 

Tsja, dit was een blog waarin we maar twee (!!!) dagen hebben gefietst. Niet normaal. We hopen dat niemand afhaakt en beloven dat er in onze volgende blog weer een hoop fietskilometers zullen volgen.


 »